Hoe oorlogen worden gevochten en gewonnen
Recensie: 'Conflict' (2023)
Op het eerste gezicht vormen ze een merkwaardig auteursduo: de Britse historicus Andrew Roberts, biograaf van onder meer Napoleon en Churchill, en de Amerikaanse generaal b.d. David Petraeus. Maar de schijn bedriegt. Op internet circuleert een video-opname van de presentatie van Conflict in een boekwinkel in Washington in oktober 2023. De auteurs betonen zich niet alleen welbespraakt met een gevoel voor humor en een grote kennis van zaken. Maar ze zijn ook aan elkaar gewaagd en vullen elkaar uitstekend aan. Dat zijn precies de kwaliteiten die hun boek zo bijzonder maken.
Met Conflict willen Roberts en Petraeus in de eerste plaats de oorlog in Oekraïne in een historische context plaatsen, maar hun ambities reiken verder. Zij willen tevens laten zien ‘hoe militairen over de hele wereld van vorige oorlogen hebben geleerd – of niet’. Daarvoor hebben de auteurs niet alle conflicten sinds 1945 bekeken, maar alleen als die bijdroegen aan de ontwikkeling van oorlogvoering. ‘Betekende een conflict op enige manier een ontwikkeling op oorlogsgebied, zoals tactiekconcepten, een essentieel nieuw wapen of als verdediging boven aanval gaat (of andersom), dan hebben we het in dit boek opgenomen.’
Het is niet helemaal duidelijk hoe de auteurs de taken hebben verdeeld. Op de kaft staat Roberts’ naam – in weerwil van de normale alfabetische volgorde – voorop, wat erop zou duiden dat hij de hoofdauteur is. Bij de hoofdstukken over Afghanistan en Irak vermeldt een voetnoot dat deze ‘grotendeels’ geschreven zijn door Petraeus en dat de gebeurtenissen – waar hijzelf zo nauw bij betrokken was – vaak in de eerste persoon worden verteld. Dat is in een historische studie inderdaad hoogst opmerkelijk, maar – zo legde de generaal grijnzend uit op de boekpresentatie in Washington – hij vond toch het belangrijker te vermijden dat de lezer de indruk zou krijgen dat hij zichzelf met Caesar wilde vergelijken. Petraeus was onder meer commandant van de 101e Luchtlandingsdivisie bij de inval in Irak in 2003 en opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen in Irak in 2007-2008.
‘Het hoofdstuk over het eerste jaar van de Oekraïne-oorlog behoort stellig tot de beste analyses die gemaakt zijn van de Russische invasie in februari 2022’
Op eerste gezicht is er nogal wat op het boek aan te merken. Zo wordt niet elke oorlog systematisch op bepaalde vraagpunten onderzocht. Dat kan ook bijna niet want het perspectief van de auteurs verbreedt zich snel. Al in de inleiding kondigen zij aan dat, naast de ontwikkeling van oorlogvoering, óók ‘het belang van strategisch leiderschap’ een onderzoeksthema zal zijn. Gaandeweg blijkt bovendien dat de counterinsurgency-oorlogvoering een speciale plaats in het boek heeft. Een tweede bezwaar is dat de maritieme oorlogvoering vrijwel geheel buiten beschouwing blijft. Deze omissie wordt nergens verklaard, ofschoon de auteurs in hun slothoofdstuk ‘de zee’ (naast land, lucht, ruimte, cyberspace en informatie) toch nadrukkelijk noemen als een van de ‘zes domeinen’ van toekomstige oorlogvoering! Ten derde is het boek wel erg Amerika-centrisch. Als de oorlog in Oekraïne zo’n belangrijke aanleiding voor deze studie was – en Poetins wijze van oorlogvoering in het betreffende hoofdstuk zeer veel kritiek krijgt – waarom dan zo weinig gemeld over ontwikkelingen in het Russische krijgsbedrijf sinds 1945? De sovjet-interventie in Afghanistan (1979-1989) komt aan de orde, maar hoe de Russen die hebben geëvalueerd, blijft onduidelijk.
Waarom is Conflict dan toch zo’n knap boek? Zoals gezegd: door de enorme kennis van zaken van de auteurs en de wijze waarop zij elkaar aanvullen. Iedere casestudy biedt verrassende perspectieven. Is de keuze van de geanalyseerde oorlogen arbitrair? Inderdaad, de dekolonisatie van Indonesië ontbreekt. En dat doen ook bijvoorbeeld Belgische militaire operaties in sub-Sahara Afrika. Daar staat echter tegenover dat datgene wat wèl wordt geboden, zeer de moeite waard is. Neem de geslaagde hoofdstukken over de oorlogen in Vietnam (1964-1975), Afghanistan (2001-2021) en Irak (2003-2011). De auteurs zijn zeer kritisch over de manier waarop de Amerikanen toen de problemen met counterinsurgency maar niet de baas konden worden: ‘Het is […] diep tragisch dat de lessen die het Amerikaanse leger uit Vietnam had moeten trekken over counterinsurgency-operaties jaren later in Irak en Afghanistan opnieuw moesten worden getrokken.’ Zo was er in 2003 geen plan voor de toekomst van Irak na de oorlog. Voordat hij met zijn divisie de aanval op Bagdad begon, vroeg Petraeus zijn opperbevelhebber wat er stond te gebeuren als het regime van Saddam Hoessein was afgezet. Hij kreeg te horen: ‘Zorg gewoon dat je in Bagdad komt, Dave. Daar nemen wij het van je over’. Dit betoog wordt overigens uitstekend aangevuld met uiteenzettingen over de Franse worsteling in Indochina en Algerije en de (geslaagde) Britse counterinsurgency in de oorlog in Maleisië (1948-1960).
Regelmatig wijzen de auteurs op het belang van strategisch leiderschap in een conflict. Dat kan in veel gevallen het verschil maken tussen een overwinning of een nederlaag. Mooi zijn de portretten van zeer uiteenlopende leiders, van Mao Zedong in de Chinese burgeroorlog (1945-1949), via sir Gerald Templer, de Britse Hoge Commissaris in Kuala Lumpur (die het voor couterinsurgency-oorlogen essentiële begrip hearts and minds uitvond en toepaste) tot de Oekraïense president Volodymyr Zelensky (‘de Churchill met een iphone’).
Andere hoogtepunten vond recensent dezes de uiteenzetting van de Jom Kippoeroorlog in 1973, toen Israël aanvankelijk niet alleen werd verrast door de Egyptische en Syrische aanval, maar ook door de uiterst effectieve antitankraketten van Sovjetmakelij waarover de tegenstander beschikte. En die over de Falklandoorlog in 1982 waar het hoge moreel van Britse beroepsmilitairen de doorslag gaf in de vaak zeer harde gevechten met de Argentijnse tegenstander. Het hoofdstuk over het eerste jaar van de Oekraïne-oorlog behoort stellig tot de beste analyses die gemaakt zijn van de Russische invasie in februari 2022.
‘In de internationale pers wordt Conflict ook geprezen om zijn leesbaarheid; daarvan is helaas in de Nederlandse uitgave niet veel te merken’
Vermeldenswaard is eveneens het laatste hoofdstuk, waarin de auteurs zich wagen aan voorspellingen over oorlogvoering in de toekomst. Dat gaat onder meer over de ontwikkeling van drones en kunstmatige intelligentie. Ze citeren de militair historicus Max Boot: ‘Zullen oorlogen op een zekere dag worden uitgevochten met Terminator-achtige machines?’ Daar ziet het op dit moment inderdaad naar uit, aldus Roberts en Petraeus. Aan het slot blijkt dat de auteurs nóg een boodschap hebben. Zij willen laten zien hoe belangrijk het is om oorlog ‘indien ook maar enigszins mogelijk’ te voorkomen via afschrikking. De ‘les’ die zij trekken uit de oorlog in Oekraïne en voorgaande conflicten is dat ‘in het bijzonder de VS’ de capaciteiten voor alle types conflicten in stand moeten houden, dus niet alleen voor grootschalige gevechtsoperaties, maar ook voor verschillende vormen van irreguliere oorlogvoering. Hun conclusie: ‘Dat gaat inderdaad veel geld kosten. Maar historisch gezien is keer op keer gebleken dat deze kosten slechts een fractie bedragen van de prijs die zal worden betaald […] wanneer afschrikking faalt.’
In de internationale pers wordt Conflict ook geprezen om zijn leesbaarheid; daarvan is helaas in de Nederlandse uitgave niet veel te merken. De vertalers hebben grote moeite met de vaak lange, meanderende – maar desondanks glasheldere – zinnen van Roberts en Petraeus. Meestal ontaarden die in een treurigstemmende aaneenschakeling van tantebetjeconstructies en herhalingen. Ook het militaire jargon vormt een obstakel. In arren moede heeft deze recensent zich een origineel exemplaar van het boek aangeschaft. Toen bleek dat met die ‘ingenieurs’ die dapper optrekken naast infanterie en tanks, de genietroepen worden bedoeld. En dat het raadselachtige ‘gebruik van onopgemerkt artillerievuur’ de vertaling moet zijn van ‘use of unobserved artilleryfire’ en dus te maken heeft met de nauwkeurigheid van dat vuur. Het is onbegrijpelijk dat de uitgever deze (en vele andere) bizarre missers niet heeft opgemerkt. Ook de talrijke kleinere foutjes in de tekst, in de voetnoten en in de paragraafkoppen doen vermoeden dat deze uitgave in grote haast tot stand moest komen. Gelukkig kan de lezer teruggrijpen op de – inderdaad uitstekende geschreven – oorspronkelijke versie van deze veelzijdige en prikkelende intellectuele exercitie in recente militaire geschiedenis.

Conflict, Oorlogsvoering van 1945 tot Oekraïne
Auteurs: Andrew Roberts & David Petraeus
Uitgever: Prometheus Uitgeverij, Amsterdam (2023)
Omvang: 560 blz
Prijs: € 45,00
ISBN: 9789044654073
J.W.L. Brouwer, Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Radbouw Universiteit Nijmegen
Gerelateerd
Tanker War in de Golf
De Perzische Golf staat sinds februari van dit jaar weer volop in de belangstelling. Iraanse, maar ook Amerikaanse aanvallen op…
Angst als belangrijkste drijfveer
De geschiedenis wijst uit dat zelfs een arm land als Noord-Korea een bom kan verwerven als het daartoe vastbesloten is. 'Willen we het…
Vlootontwikkeling als 'infinate game'
Voor (staf)officieren maar ook beleidsambtenaren en academici, die zich verdiepen in de ontwikkeling van strijdkrachten, bijkomende…

