Angst als belangrijkste drijfveer

Recensie Het Atoomtijdperk, Serhii Plokhy (2025)

Door dr. J.W.L. Brouwer

Green Valley, AZ, VS - 11 februari 2026: Bewaarde Titan II intercontinentale ballistische raket wordt tentoongesteld in het Titan Missile Museum in de buurt van Tucson Arizona (foto: Photo Spirit | Shutterstock)

Green Valley, AZ, VS - 11 februari 2026: een bewaarde Titan II intercontinentale ballistische raket tentoongesteld in het Titan Missile Museum, Tucson Arizona (foto: Photo Spirit | Shutterstock)

Het atoomtijdperk werd op 16 juli 1945 ingeluid met de ontploffing van de eerste atoombom in de woestijn van New Mexico. De Verenigde Staten hadden de race om de bom te bouwen gewonnen en lieten de andere kandidaten – en vooral Duitsland en Japan – ver achter zich. Dat was tevens het startsein voor een kernwapenwedloop. De Sovjet-Unie had een bom in 1949, Groot-Brittannië in 1952, Frankrijk in 1960, China in 1964, Israël in 1969. De VS, Groot-Brittannië, China en Frankrijk verwierven tussen 1954 en 1968 ook de waterstofbom.

 

Door het atoomtijdperk veranderde de internationale politiek wezenlijk. Aan de ene kant zetten de kernwapens, en dan met name de waterstofbom, het voortbestaan van de mensheid op het spel. Aan de andere kant hield het schrikbeeld van een nucleaire holocaust de VS en de Sovjet-Unie in bedwang. Misschien wel het gevaarlijkste moment uit de Koude Oorlog was de Cubaanse raketcrisis in 1962 toen de spanning tussen de twee supermogendheden korte tijd hoog opliep nadat de Amerikanen hadden ontdekt dat de Sovjet-Unie raketinstallaties op Cuba had gebouwd. Het was ook een keerpunt in de geschiedenis van de kernwapenwedloop. 'De kwetsbaarheid van beide landen leidde tot een politiek van detente', aldus de Oekraïense historicus Serhii Plokhy in zijn Het atoomtijdperk. Het bracht Washington en Moskou tot de ondertekening van enkele wapenbeheersingsovereenkomsten zoals het ABM-verdrag over de beperking van antiballistische raketten uit 1972 en het INF-verdrag uit 1987 dat middellangeafstandsraketten verbood. Kortstondig leek het einde van de Koude Oorlog het einde van de kernwapenwedloop in te luiden. Een aantal landen dat in het bezit was van een atoombom besloot deze op te geven. Maar deze periode van non-proliferatie zou niet lang duren. Ze eindigde in 1998 toen India en Pakistan kernproeven uitvoerden. In 2006 sloot Noord-Korea zich aan bij de atoomclub die thans uit negen landen bestaat.


De oorlog in Oekraïne is een nieuwe fase in het atoomtijdperk.


Sindsdien is een nieuwe wapenwedloop aan de gang die bovendien steeds minder gereguleerd is. Een belangrijk moment was in 2002 toen de VS uit het ABM-verdrag stapten. Dat was een krachtig signaal naar de rest van de wereld dat het tijdperk van wapenbeheersing dat begin jaren zeventig was ingezet, definitief voorbij was. De officiële reden voor die terugtrekking was de heropleving van plannen voor de bouw van het door president Reagan beoogde SDI-raketafweersysteem, deze keer ter bescherming tegen Noord-Korea en Iran. Rusland en China vermoedden dat het systeem in werkelijkheid op hen gericht was. In 2019 schortte president Trump de uitvoering van de verplichtingen van het INF-verdrag op omdat hij vond dat Rusland de bepalingen van het verdrag schond. Een dag later werd ook door Moskou het verdrag opgeschort.

Plokhy is hoogleraar in Harvard. Hij publiceerde onder meer Nuclear folly (2021), een geschiedenis van de Cubaanse raketcrisis van 1962. In Het atoomtijdperk wil Plokhy bestuderen waarom individuele landen een kernwapenarsenaal opbouwden. En waarom andere landen daartoe niet overgingen of besloten de kernwapens die ze bezaten op te geven. Die laatste vraag werd vooral ingegeven door het Memorandum van Boedapest van 1994 waarbij werd overeengekomen dat Oekraïne, Belarus en Kazachstan hun nucleaire wapens zouden opgeven in ruil voor veiligheidsgaranties van de VS en Rusland. Was dat een model voor de rest van de wereld om tot ontwapening en non-proliferatie te komen? 'Toen ik mijn onderzoek en schrijfwerk had afgerond', schrijft Plokhy, 'kwam het antwoord – een volmondig 'nee' – met de uitbraak van de Russisch-Oekraïense Oorlog, het grootste militaire conflict in Europa sinds 1945.

Plokhy toont zich een uitstekend verteller. Bijvoorbeeld over het Amerikaanse streven om eerder dan nazi-Duitsland te beschikken over een atoombom, over de (dankzij spionage) succesvolle inhaalrace van de Sovjet-Unie, of over de Cuba-crisis. Die hoofdstukken zijn hoogtepunten in deze breed opgezette geschiedenis van de kernwapenwedloop. Het boek is zó breed opgezet, dat het bijna vanzelfsprekend is dat de lezer af en toe onderwerpen mist. Zo besteedt Plokhy geen aandacht aan de gevolgen van het atoomtijdperk voor de militaire strategie. Wat voor oorlogen werden voorbereid aan NAVO en Warschaupact-zijde? Omdat de auteur herhaaldelijk beklemtoont dat hij wil weten waarom sommige landen hun nucleaire ambities opgaven, bevreemdt het enigszins dat hij in de epiloog ineens – terloops – rept van West-Duitse en Zweedse plannen voor een atoomwapen tijdens de Koude Oorlog.

Het centrale argument in Het atoomtijdperk is dat angst de belangrijkste drijfveer achter de nucleaire proliferatie is: de angst voor een aanval met kernwapens door een andere staat of voor een superieure conventionele macht. 'Als India een atoombom bouwt, zullen we gras of bladeren eten, […] maar we zullen er ook een hebben. We hebben geen keus,' zei in 1965 Zulfikar Ali Bhutto de toekomstige premier van Pakistan, India's aartsrivaal. Tegelijkertijd laat Plokhy echter zien dat ook geheel andere motieven een rol speelden. Zo hoopten vooral Groot-Brittannië en Frankrijk in de jaren 1950 door het bezit van kernwapens hun status van grote mogendheid te behouden en zich minder afhankelijk te maken van de VS.

In de epiloog legt Plokhy de nadruk op de oorlog in Oekraïne als voorbeeld van wat hij 'de nieuwe fase van het atoomtijdperk' noemt: het 'roekeloze dreigen' van Moskou met kernwapens tegen een kernwapenvrij land en het tot doelwit maken van kerncentrales. Overigens moest de auteur in interviews bij het verschijnen van zijn boek (onder meer met Gideon Rachman van The Financial Times) toegeven dat het taboe op het gebruik van atoomwapens toch nog steeds stand houdt. Na zware druk van de VS en vooral vanuit China, matigde Vladimir Poetin zijn toon ter zake.


Plokhy is zeer pessimistisch over de ongecontroleerde wedloop.


Plokhy rondde zijn boek eind 2024 af, dat wil zeggen vóór de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis de NAVO op haar grondvesten deed schudden, en al helemaal vóór het begin van de oorlog van de VS en Israël tegen Iran. Het atoomtijdperk is daardoor echter niet minder actueel. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan een ander nieuw onderdeel van de wapenwedloop: de preventieve oorlog om proliferatie te voorkomen. In de jaren 1950 en 1960 overwogen de Amerikanen weliswaar een aanval op Chinese nucleaire installaties, maar gingen daar nooit toe over – de risico's werden te groot geacht. Sinds begin deze eeuw kijkt men daar anders tegen aan, zoals bleek uit de Amerikaanse oorlog in Irak van 2003 en de vermeende Amerikaans-Israëlische pogingen in 2010 om het Iraanse programma met een cyberaanval te stoppen. Plokhy waarschuwt dat preventieve oorlogen geen oplossing zijn voor het falen van de non-proliferatiestrategie; ze zullen de internationale spanningen alleen maar doen toenemen. Bovendien zullen kernwapenvrije landen ertoe gedreven worden uit angst ook kernwapens aan te schaffen. Sancties zijn trouwens ook geen oplossing. De geschiedenis wijst uit dat zelfs een arm land als Noord-Korea een bom kan verwerven als het daartoe vastbesloten is. 'Willen we het bestaande systeem verbeteren, dan moeten de kernmachten de solidariteit die daaraan ten grondslag lag nieuw leven inblazen.' Maar Plokhy is zeer pessimistisch over de ongecontroleerde wedloop: 'Het risico op een kernoorlog is sinds de Cubacrisis niet meer zo hoog geweest.'

Al met al is Het atoomtijdperk een goed gedocumenteerde en vlot geschreven inleiding voor een breed publiek.

 

Imhoff

Het atoomtijdperk
Een ijzingwekkende strijd om wapens, macht en voortbestaan
Auteur:    Serhii Plokhy
Uitgever: Querido Facto (Amsterdam 2025)
Omvang:  422 blz
Prijs:        € 29,99
ISBN:       9789025319854

 

 

Gerelateerd

Tanker War in de Golf

19 aug 2026

De Perzische Golf staat sinds februari van dit jaar weer volop in de belangstelling. Iraanse, maar ook Amerikaanse aanvallen op…

Vlootontwikkeling als 'infinate game'

18 mrt 2026

Voor (staf)officieren maar ook beleidsambtenaren en academici, die zich verdiepen in de ontwikkeling van strijdkrachten, bijkomende…

De ramp met de Van Imhoff

17 dec 2025

Op 9 oktober 2025 jl. nam de minister van Defensie het boek ‘De ramp met de Van Imhoff en het lot van de Duitse burgers in…

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave