Het versterken van de Koninklijke Marine
Voor u ligt de eerste editie van een jubilerend Marineblad. 134 jaargangen zijn reeds gepubliceerd, en dit jaar krijgt u de 135e voorgeschoteld. In 1886 verscheen de eerste editie als bijblad bij de Verslagen der Vereeniging tot behandeling van op de Zeemacht betrekkende onderwerpen. De snelle rekenaar ziet dat tussen 1886 en heden vier jaargangen ontbreken. Daar zal ik later dit jaar in het kader van 80 jaar vrijheid wat langer bij stilstaan. Enfin, een jubeljaar dus.
Ik vind het belangrijk om bij jubilea van de KVMO of het Marineblad stil te staan bij het feit dat de Vereeniging met de lange naam niet vanuit een heugelijk feit ontstaan is. Het zinken van Zr.Ms. Adder op 5 juli 1882 was aanleiding om als marineofficieren te verenigen en mede zorg te dragen voor een op haar taak berekende zeemacht. Kapitein-luitenant ter zee J.C. Joekes verwoordde dat volgens de verslagen van de eerste bijeenkomst als volgt: ‘Op de vorige vergadering, die als datum van geboorte dezer Vereeniging kan beschouwd worden, werd reeds dadelijk als een der grondslagen aangegeven, dat in een dergelijk lichaam, als hoofdzaak van het uitoefenen van critiek geen sprake mag zijn; dat daarentegen als doel op de voorgrond staat, het grondig onderzoeken en bespreken van voorkomende belangrijke onderwerpen om daardoor trachten nuttig te zijn voor onszelf in het bijzonder en voor de Marine in het algemeen.’
Nu 142 jaar later, is dat feitelijk nog steeds het belang van onze vereniging. Kritiek uiten is geen doel op zich, we gebruiken het als een middel om de marineofficier en de Koninklijke Marine beter te maken. Voor mij is dat een kenmerk van een constructief kritische houding. De manieren waarop wij dat kunnen doen is met de opkomst van moderne en sociale media enorm toegenomen.
‘Kritiek uiten is geen doel op zich, we gebruiken het als een middel om de marineofficier en de Koninklijke Marine beter te maken’
Tussen deze moderne communicatiemiddelen staat het Marineblad nog steeds fier overeind. Goede inhoudelijke stukken over onderwerpen inzake de zeemacht met als doel de marineofficier en de marine beter te maken en ons allen aan het denken te zetten. Ik ben dan ook blij met de plannen die we voor dit jaar beogen. Thema edities waarin Mijnendienst, Groot Bovenwater, Onderzeedienst en het Korps Mariniers speciaal uitgelicht worden. Uiteraard vergeten we de maritieme helikopters niet. Volgend jaar wijdt de vereniging ook daar een themanummer aan. Op deze manier trachten wij ervoor te zorgen dat het Marineblad na 135 jaargangen nog steeds relevant is.
Om u aan het denken te zetten. In het voorwoord van de allereerste editie staat de volgende passage: ‘Waar de Marine ons lief is en waar wij de vaste overtuiging bezitten, dat even als weleer een goed ingerichte Marine noodig is, om de onafhankelijkheid van het Vaderland te kunnen behouden, om de rechten van ons land te verdedigen, en met het bewustzijn van krachtig te wezen, te kunnen optreden, zoo zal de hoofdstrekking van het orgaan [Marineblad] moeten weezen zodanig werkzaam te zijn, dat de Marine meer en meer aan dat doel zal kunnen beantwoorden.’
Wellicht een passage die vanwege de taal één of twee keer extra gelezen moet worden, maar waarvan de boodschap vooral betekent dat het Marineblad bij moet dragen aan het versterken van de Koninklijke Marine. Een boodschap die in deze tijden zeker nog eens benadrukt mag worden.
Meer columns van Joris ten Berg
KLTZ (LD) Joris ten Berg is voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren. Zijn columns vormen het voorwoord op het Marineblad.


