To be or not to be (in de Indo-Pacific)
Shutterstock | 2500871235

To be or not to be (in de Indo-Pacific)

De rol van de Koninklijke Marine in de Oost

‘The Netherlands will ‘strive to be present’ in the Indo-Pacific in a European setting, once every two years’, stelde toenmalig minister van Defensie Kajsa Ollongren in 2022 op de Shangri-La Dialogue. Het was een publieke bevestiging van het beleid dat het jaar daarvoor was ingezet met de deelname van Zr.Ms. Evertsen aan de vlagvertoonreis van de UK Carrier Strike Group aan onder andere de Indo-Pacific. Afgelopen jaar gaf Zr.Ms. Tromp verder invulling aan het Nederlandse voornemen regelmatig aanwezig te zijn in die regio.

 

Twee prangende vragen

Nu de Koninklijke Marine (KM) vaker actief is in de Indo-Pacific roept dit ook vragen op. Zou Nederland zich niet moeten richten op Europa en de Indo-Pacific moeten overlaten aan lokale partners en de Verenigde Staten? De capaciteit van de marine is immers beperkt. Zeker in een periode waarin de veiligheidsdreigingen de beschikbare mensen en middelen overstijgen. Een ander argument is dat Nederland de Verenigde Staten hiermee zal ontlasten; met als gevolg dat zij zich dan minder druk hoeven te maken over Europa.

Een andere vraag die hiermee samenhangt is: hoe verhoudt de inzet in de Indo-Pacific zich tot Hoofdtaak 1? Een binnen Defensie op dit moment veelgebruikte term om krijgsmacht en maatschappij weer voor te bereiden op de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied. De Indo-Pacific hoort daar niet bij. Zo is het in werking treden van Artikel 5 van het NAVO-verdrag is in dit deel van de wereld niet van toepassing. Op grond van deze redenatie is een Nederlandse rol in de Indo-Pacific geen bijdrage aan de eerste hoofdtaak en daarom op dit moment minder relevant.

Toch heeft vooral de KM, mede vanwege de aard van sea power, met zijn uithoudingsvermogen, de toegangsmogelijkheden die internationale wateren bieden en zijn flexibiliteit, in de praktijk tot op heden invulling gegeven aan het Indo-Pacific beleid. Het is belangrijk te benadrukken dat andere domeinen net zo goed een rol hebben in dit gebied. Het is nadrukkelijk – zoals soms gesuggereerd – geen ‘marinefeestje’. In dit opiniestuk voor het Marineblad beperken we ons om voor de hand liggende redenen tot de marine, maar dit neemt niet weg dat de achterliggende discussie net zo goed opgaat voor de andere domeinen.

Shangri La2022 1Minister van Defensie Kajsa Ollongren tijdens de IISS Shangri-la Dialogue in Singapore, juni 2022 (foto: copyright IISS)

Politiek en strategie

In beginsel draait het vooral om politieke en strategische vragen. Strategisch, omdat het onze veiligheidsstrategie betreft. Sinds 1949 is die grotendeels ingebed in de NAVO, nadat de Tweede Wereldoorlog pijnlijk duidelijk had gemaakt dat Nederland als klein land zichzelf niet kan verdedigen. Samen sta je sterker, zeker als je een van machtigste kernmachten ter wereld tot je vrienden mag rekenen. Een trouwe bondgenoot zijn van Washington was tijdens de Koude Oorlog het ongeschreven fundament van de Nederlandse veiligheidsstrategie. In wezen is die loyaliteit er nog steeds, getuige de steun voor de Amerikaanse inval in Irak, de grote bijdrage aan de missie in Afghanistan en recent in de Rode Zee.[i]

Het vraagstuk is uiteraard ook politiek van aard. Het gaat namelijk om het verdelen van schaarse capaciteiten van de krijgsmacht. Het handelt bovendien om veel meer dan alleen een veiligheidsprobleem. De Indo-Pacific regio is van vitaal belang voor onze economie en daarmee onze welvaart. Door de ontwikkelingen in de Zuid-Chinese Zee staat het internationaal maritiem recht onder druk. Voor een klein land als Nederland is dat een uitermate ongunstige ontwikkeling. Het is aan de politiek om al die belangen en relaties af te wegen en een keuze te maken wat de krijgsmacht in deze vermag. Deze voert vervolgens dit beleid uit.

‘Voor afschrikking is het van wezenlijk belang dat Beijing niet het beeld heeft dat het een oorlog om Taiwan kan winnen’

Afschrikken en beheersen

De rol van de KM is vooral inzichtelijk te maken hoe we aan dit Nederlandse beleid kunnen bijdragen en hoe we de eventuele consequenties kunnen beheersen. Juist over het laatste punt heeft een van de scribenten in het kader van een HCSS-project recent een paper gepubliceerd.[ii] Een van de conclusies van deze bijdrage is dat juist de mobiliteit en flexibiliteit van marineschepen een Nederlandse rol in de Indo-Pacific en daaraan gelieerde risico’s beheersbaar maken. Er is immers veel aangelegen Europa niet te laten meeslepen in een oorlog tussen China en de VS. Escalatie of het ontstaan hiervan is zeer schadelijk voor onze economie. De vraag is dan ook hoe we als Nederland in Europees verband het beste aan een (dreigende) escalatie kunnen bijdragen. Het antwoord op deze vraag kent twee belangrijke componenten: afschrikken en het beheersen van escalatie.

Voor afschrikking is het van wezenlijk belang dat Beijing niet het beeld heeft dat het een oorlog om Taiwan kan winnen. Wezenlijk onderdeel hiervan is om met alle democratische landen een sterke militaire tegenmacht te bieden. Dat kan bijvoorbeeld door mee te doen aan oefeningen, zoals Zr.Ms. Tromp in juli 2024 deelnam aan de grote internationale maritieme oefening Rim of the Pacifc (RIMPAC). Deelname hieraan geeft zowel een signaal af van interoperabiliteit als van gereedheid.

C ZSK RIMPAC2024 1Viceadmiraal René Tas brengt na afloop van oefening RIMPAC een bezoek aan de bemanning van Zr.Ms. Tromp. Deelname aan deze oefening geeft zowel een signaal af van interoperabiliteit als van gereedheid (foto: X, @admiraalTas, 2 augustus 2024)

Als Nederland – en volgens de toenmalige minister van Defensie Ollongren daarmee ook Europa – invloed wil hebben op het beheersen van spanningen in de Oost en zo invulling geeft aan strategische doelstellingen, dan zal ze daar aanwezig moeten zijn. Aanwezigheid in de Oost geeft ingangen op diplomatiek, militair en economisch niveau. Door aan tafel te zitten en mee te praten krijg je invloed. Dat vraagt om een structurele en langdurige betrokkenheid met de regio. Daarmee krijgen relaties diepgang, ontstaat er vertrouwen en niet onbelangrijk leer je de regionale dynamiek en eigenaardigheden kennen. Aanwezigheid in de Indo-Pacific vraagt daarentegen wel om een verdeling van de vloot over de Europese en Aziatische theaters. Gezien de schaarse middelen zal de bijdrage in het Verre Oosten geen grote omvang hebben en noch structureel zijn, maar een tijdelijk karakter kennen. Overigens pleit dat ook voor een meer gezamenlijke benadering. Samen met andere Europese landen is het mogelijk de last te verdelen en daarmee langer of indien nodig in een groter verband aanwezig te zijn. 

Echter, ook met een kleine bijdrage kun je, vooral in vredestijd, de nodige invloed hebben. De recente wereldreis van het LC-fregat is daar een goed voorbeeld van. Nederland liet zien dat het de betrokkenheid met de regio serieus neemt. Het valt ook in Washington op dat Den Haag toch een aanzienlijk deel van haar fregattenbestand daarvoor langdurig beschikbaar stelt.[iii] Zeker als vervolgens met de passage door de Straat van Taiwan dat ene schip daadwerkelijk bereidheid toont het internationaal recht hoog te houden.

Een ander aspect is dat in de Indo-Pacific geen allianties bestaan zoals de NAVO. Veel landen in die regio voelen zich daarom kwetsbaar en dat zal met de herverkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump niet minder zijn. De politieke impact van de aanwezigheid van een Europese marine-eenheid kan daarom groter zijn dan de militaire waarde ervan. Het laat de landen in de regio zien dat ze er niet alleen voor staan en sondeert aan de autoriteiten in Beijing dat ook andere, niet-Aziatische landen, hun gedrag in de Zuid-Chinese Zee afkeuren. Overigens blijft het grote voordeel van het maritieme domein dat je vrij gemakkelijk schepen kunt verplaatsen. Hier is tegenin te brengen dat dit eind 1941 met het Britse Fleet to Singapore niet heeft gewerkt. De kapitale schepen HMS Prince of Wales en HMS Repulse arriveerden toen te laat en de omvang van dit smaldeel was te gering en te eenzijdig van samenstelling door het ontbreken van het luchtwapen. Dit was overigens een begrijpelijke keuze van de Britten; hun prioriteit lag op dat moment immers in Europa. Toch was deze beperkte bijdrage een belangrijk signaal naar bondgenoten en dan vooral de VS.

Burden sharing en decoupling

Bovenstaande argumentatie kan je ook omdraaien met het argument dat een Europese focus op het eigen continent Washington de handen vrij geeft in een conflict met Beijing. Een tegenstander die mogelijk in kwantitatief en in enkele gevallen ook in kwalitatief opzicht de Verenigde Staten de baas is. In een conflict zal het voor de Amerikaanse krijgsmacht alle hens aan dek zijn en dat zal onvermijdelijk ten kost gaan van de militaire aanwezigheid in Europa. Zelfs die kleinere VS aanwezigheid is dan cruciaal voor de verdediging van Europa. Niet alleen wegens de onmisbare tactische en operationele capaciteiten die Washington inbrengt, maar juist ook om de trans-Atlantische politiek-strategische solidariteit te waarborgen. Die enkele eenheden koppelen (zeker wanneer het nucleaire contigenten betreft) nog altijd nationale veiligheid aan die van Europa en daarmee de in een grootschalig conflict cruciale nucleair-strategische afschrikking. Verdwijnt die lotsverbondenheid, dan is er sprake van decoupling. Het was een van de grote strategische onzekerheden tijdens de Koude Oorlog: zouden de Verenigde Staten werkelijk bereid zijn New York op te offeren voor Berlijn, Londen, Parijs of Amsterdam?

‘De kracht van een bondgenootschap ligt in de bereidwilligheid van staten samen te strijden en te lijden’

Het decoupling-vraagstuk is nauw verbonden met het fenomeen burden sharing. De kracht van een bondgenootschap ligt in de bereidwilligheid van staten samen te strijden en te lijden. Deze gedachte komt onder druk te staan als Europese lidstaten zich volledig richten op de veiligheid van het continent. Het argument is dat de Amerikanen de handen dan vrij krijgen in Azië. Als de spanningen daar oplopen en mogelijk leiden tot grote verliezen, zullen zij dan genoegen nemen met Europese bondgenoten die veilig vanaf de zijkant toekijken?

Een bondgenootschap werkt alleen als je elkaar door dik en dun steunt. Zowel in vredestijd (afschrikking) als in het ultieme geval samen bloeden. Gezien het kwantitatieve overwicht van China hebben de Verenigde Staten voor een geloofwaardigere afschrikking nu al hulp nodig. Laat staan als de zij een zware strijd in Indo-Pacific voeren met veel slachtoffers tot gevolg. Als Europa dan toekijkt, druk bezig met het afschrikken van Rusland, zal dat de fundamenten van het bondgenootschap ondermijnen. De solidariteit van gedeelde veiligheidsbelangen en gezamenlijke lasten komt dan ter discussie te staan. De felle reactie binnen de Republikeinse partij naar aanleiding van uitspraken van de Franse president Emanuel Macron vorig jaar, waarin hij onder andere stelde dat Europa zich niet mee moet laten slepen in een oorlog over Taiwan, spreken wat dat betreft boekdelen.[iv]

Een tegenargument is dat, als eerder opgemerkt, de Indo-Pacific en zelfs Hawaï niet vallen onder het NAVO-verdragsgebied. Artikel 5 is om die reden niet van toepassing. Een oorlog tussen Amerika en China in de Pacific is vanuit die redenatie dus geen zaak van de Verdragsorganisatie en behoort hiermee niet tot Hoofdtaak 1. Een oorlog daar is geen zaak voor Nederland en Europa. Formeel is dit standpunt juist. De veronderstelling is dat Nederland een keuze heeft. Dat klopt, maar vrijblijvend is die niet. De geschiedenis laat zien dat het in praktijk lastig is je afzijdig te houden, zolang je veiligheidsstrategie afhankelijk is van de Verenigde Staten. Zo wilde Nederland in eerste instantie niet deelnemen aan de grondoorlog in Korea begin jaren vijftig, maar onder Amerikaanse druk deed het dat uiteindelijk toch.[v]

Diverse, April en Mei 2024.Zr. Ms. Tromp vaart momenteel de wereld rond in het kader van de reis Pacific Archer. Hier word onder meer India, Singapore, Indonesie, Vietnam en diverse andere landen aangedaan en word er op zee geoefenend met coalitielanden zoals Amerika en de marine van de diverse bezochte landen.. Aankomst Hai Phong Vietnam(foto: Mediacentrum Defensie)

De rol van de Koninklijke Marine in de Indo-Pacific

De discussie of de krijgsmacht en in dit kader de marine een rol hebben te spelen in de Indo-Pacific, is gerechtvaardigd. De mondiale veiligheidssituatie is uitermate onzeker en instabiel. Er is sprake van meerdere concrete dreigingen, terwijl de Westerse (militaire) middelen daar iets aan te doen beperkt zijn.

De VS en bevriende landen in de regio zullen het in een strijd met China waarschijnlijk niet alleen af kunnen. In die zin komt een gezamenlijke afschrikking krachtiger over. Het is aannemelijk dat Washington daarvoor ook een beroep op Europa zal doen. Bovendien is het de vraag of het oude continent afzijdig wil blijven gezien de enorme economische en veiligheidsbelangen in de regio, alsook de koppeling met de Europese veiligheid. Kortom; inzake een militair(-maritieme) presentie in de Oost bestaat wel degelijk een directe relatie met Hoofdtaak 1.  De sterke verbondenheid tussen de regio’s zal het politiek lastig maken afzijdig te blijven. De prangende vraag blijft natuurlijk hoe de schaarse militaire capaciteiten te verdelen over beide regio’s. In de huidige situatie lijkt het periodiek zenden van een fregat een prima manier om de betrokkenheid met de regio te tonen, deze beter te leren kennen en bij te dragen aan afschrikking. Sea power is hiervoor een uitstekend middel. Het schaarste vraagstuk kan deels tegemoet worden gekomen door vaker in Europees verband te opereren.[vi] 

‘Als de internationale spanningen verder oplopen, zal er meer van ons, Nederland worden gevraagd’

Als de internationale spanningen verder oplopen, zal er meer van ons worden gevraagd. Wat en hoe is uiteraard lastig te voorspellen en zal op dat moment moeten worden beoordeeld met inachtneming van de veiligheidssituatie in de gehele wereld. Het is aannemelijk dat Nederlandse capaciteiten, die internationaal schaars zijn (F-35, SOF, onderzeeboten, onderzeebootbestrijdings- en luchtverdedigingscapaciteit), erg gewild zullen zijn. Tegelijkertijd is de aard van de dreiging in Europa anders dan die in het Oosten en stelt daardoor andere eisen aan capaciteiten.[vii] Andere eenheden kunnen mogelijk meer in de periferie of als backfill voor de Amerikanen opereren. Daarbij behoeft het dus niet zozeer een maritiem conflict te zijn. Een opleving van de oorlog op het Koreaanse schiereiland kan bijvoorbeeld betekenen dat er ook een beroep wordt gedaan op land- en luchtstrijdkrachten en cybereenheden.

Het punt in deze is niet zozeer de bijdrage zo goed mogelijk in te schatten, maar om gereed te staan als de vraag komt. Dat begint met het besef dat Nederland de Indo-Pacific niet kan negeren, bijvoorbeeld door een te enge definitie van een begrip als Hoofdtaak 1. Daarvoor zijn de veiligheid en de welvaart in de Oost en in Europa te nauw met elkaar verbonden.

 

KTZ drs. H. (Henk) Warnar is universitair hoofddocent aan de Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW) van de Nederlandse Defensieacademie. KLTZ dr. R.M. (Roy) de Ruiter is lector aan het Instituut Defensie Leergangen en universitair hoofddocent aan de FMW.

Download dit artikel

Noten

[i] Zie Y.A. van Beusekom, Opereren in dreigingsgebied, in: Marineblad, jg. 134, nr. 7 2024

[ii] "Risk in Naval Diplomacy, a Small Power’s Perspective." In Maritime Security for Resilient Global Supply Chains in the Wider Indo-Pacific, edited by Benedetta Girardi (HCSS) and Young-ook Jang (KIEP), 40-71, 2024.

[iii] CIMSEC ‘AUKUS, Naval Procurement & Grand Strategy with Dr. Jonathan Caverley’ Sea Control, 26 oktober 2023, Interview Dr. Jonathan Caverley, Sea Control nr. 474, Podcast, 13:25-13:50. http://open.spotify.com/episode/4P58p7LIUXfYDabt3U9eJA?si=hJo8v8RmSEC5IZ0BJzsrQg

[iv] M. Kerris en F. Bouma, “Macron: Europa moet onafhankelijker en soevereiner worden,” NRC Handelsblad, 11 april 2023

[v] Het zond overigens wel meteen een torpedobootjager.

[vi] Zie ook A.J. van der Peet, Out-of-area: De Koninklijke marine en multinationale vlootoperaties 1945-2001, (Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, 2017)

[vii] S. Kaushal en J. Suesslle. 2022. Whitehall Report: The Impact of a Taiwan Strait Crisis on European Defence. London: RUSI, Royal United States Institute for Defence and Security Studies. https://static.rusi.org/the-impact-of-taiwan-strait-crisis-on-european-defence.pdf

 

Gerelateerd

A. Ayebetova | Shutterstock

The future of Transatlantic relations

13 mei 2026

In the coming years, the key in the transatlantic relations lies to sail as close to the wind as possible between total commitment and…

Vlootontwikkeling als 'infinate game'

18 mrt 2026

Voor (staf)officieren maar ook beleidsambtenaren en academici, die zich verdiepen in de ontwikkeling van strijdkrachten, bijkomende…

Grondwet of grondgebied?

03 feb 2025

Oorlogen, natuurrampen, aanslagen, beïnvloeding en polarisatie bepalen dagelijks het nieuws. We leven in een turbulente en grimmige wereld.…

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave