Uit de regionale schatkist
Ter herinnering aan de Slag op de Zuiderzee, die 450-jarig geleden plaatsvond, is een prachtig geïllustreerd naslagwerk verschenen. Het boek betoogt dat deze slag samen met het ontzet van Alkmaar een week eerder, beide nederlagen voor Alva, een ommekeer in de oorlog in het Hollands Noorderkwartier betekende.
De schrijvers plaatsen de slag in de context van de Opstand tegen de Spaanse overheersing tijdens het eerst deel van de 80-jarige oorlog. Vanaf 1 april 1572 waren de Utrechtse en Hollandse steden met uitzondering van Amsterdam in opstand gekomen tegen de Spaanse regering. Met een groot offensief probeerden Spaanse regeringstroepen vanuit het oosten via Naarden (begin december 1572) deze steden weer terug te veroveren. De Geuzen ondernamen met amfibische gevechten rondom de Diemersdijk in maart 1573 een tegenaanval om zo de verbinding tussen de regeringsgezinde stad Amsterdam en de eerder door de Spanjaarden terug veroverde steden Utrecht en Amersfoort te doorbreken maar na een succesvolle landing van 800 soldaten, lukte het de rebellen niet om de amfibische tegenaanval door 23 waterschepen te weerstaan zodat de verbinding in Spaanse handen bleef.[i] De door de vooral Amsterdamse regeringsvloot gewonnen Slag op de Haarlemmermeer (mei 1573) droeg in grote mate bij aan de overgave van Haarlem aan de Spanjaarden in juli 1573. Vervolgens beoogden de laatsten enerzijds naar het noorden op te rukken om Alkmaar in te nemen en anderzijds wilde de Spaanse regering een einde maken aan de blokkade op de Zuiderzee waarmee de rebellerende Geuzen de stad Amsterdam economisch isoleerden. Amsterdam was voor de toevoer van graan uit de Oostzee afhankelijk van vrije doorvaart door de Zuiderzee. Het boek illustreert de werking van de blokkade oa. met het door Willem van Oranje op 9 februari 1573 aan Enkhuizen verleende paalkistrecht. Deze belasting was een vergoeding voor de bebakening van de scheepvaartroute via het Vlie en het Marsdiep. Daarvoor had Amsterdam dit alleenrecht maar hun thesaurier boekte in 1573 nauwelijks nog inkomsten uit dit recht.[ii]
Gedetailleerde analyse
De analyse van de slag is gebaseerd op veel niet eerder gepubliceerde bronnen uit vooral regionale archieven zoals bijvoorbeeld het Noord-Hollands en het Westfries Archief en het Rijksarchief Brussel. Daarnaast zijn cultuurhistorische objecten zoals schilderijen, glas en aardewerk, architectuur, penningen, gepubliceerde gedichten, muziek en literatuur bij het onderzoek betrokken. Tenslotte is gebruik gemaakt van maritiem archeologisch onderzoek. Met moderne sonar technieken zijn bijvoorbeeld veel wrakken onderzocht. Hiermee is de slag niet alleen vanuit militair historisch perspectief belicht maar is ook uitgebreid in kaart gebracht welke rol, in de gehele periode van toen tot heden, de slag in onze cultuur en herdenkingen heeft gespeeld.
Het is interessant om de bevindingen in deze studie te vergelijken met de recente historiografie. Deze vergelijking ontbreekt in het boek, wellicht vanwege het mogelijk minder academische oogmerk. Dit doet niets af aan de degelijkheid van het onderzoek. Bij alle vraagstukken over de slag worden alle bronnen grondig met elkaar vergeleken, geanalyseerd en geannoteerd. Een verschil met de weergave van de slag in het NIMH-naslagwerk De tachtigjarige oorlog uit 2013 is dat het NIMH concludeert dat Cornelis Dirksz, de bevelhebber van de vloot van het Noorderkwartier en tevens burgemeester van Monnickendam, de zeeslag won ‘omdat hij vertrouwde op en het meest effectief gebruikmaakte van de traditionele entertactiek.’[iii] Deze nieuwe studie bevestigt dat de watergeuzen vooral gebruik maakten van de entertactiek en dat de regeringsvloot het ‘voordeel van het zwaardere geschut onvoldoende kon uitbuiten’ maar dit verklaart nog niet goed waarom dit tot een overwinning voor de Geuzen leidde. De gedetailleerde analyse in dit boek schept hierin wel duidelijkheid. Het gebruik van de entertactiek was niet zozeer een keuze maar een noodzaak omdat het de Geuzen aan zwaar geschut ontbrak. Het gevecht dat zich voltrok was vooral een langdurige uitputtingsstrijd die zich voltrok in drie fasen.
De eerste fase bestond uit een succesvolle uitbraak naar de Zuiderzee door de regeringsvloot op 13 september. De tweede fase bestond uit een onbeslist maar heftig gevecht ter hoogte van Marken op 5 en 6 oktober. In deze fase kwam de wind uit het zuiden dan wel zuidwesten. Dit maakte het voor de zwaarder bewapende regeringsvloot mogelijk richting open water te manoeuvreren en te ‘zwieren’ en zo met het geschut veel schade aan de Geuzen toe te brengen totdat de wind afnam en de Geuzen zich richting het noorden konden laten afdrijven. De derde fase vond plaats op 11 en 12 oktober en bracht een beslissing in de vorm van de overgave door en gevangenneming van Maximiliaan de Bossu de admiraal van de regeringsvloot. De beslissende factoren waren dat de wind vanaf de 11e uit het oosten kwam hetgeen voordeliger voor de Geuzen was omdat zo de schepen makkelijker waren in te sluiten tussen de kust en ondiepten nabij Hoorn en het enteren makkelijker werd. Een tweede factor was het numerieke overwicht van de geuzenvloot hetgeen het insluiten vergemakkelijkte. De geuzenvloot bestond niet uit 24 schepen zoals het NIMH op pag 139 vermeldt maar uit 33 schepen tegenover de 18 schepen van de regeringsvloot.[iv] Bij een uitputtingsslag zijn aantallen van groot belang. Uit de Brusselse archiefstukken blijkt dan ook dat de regeringsadmiraal verzuchtte dat zijn schepen tegen een overmacht van twee of drie tegen één moesten vechten.[v] Tenslotte was cruciaal dat de schepen van het Noorderkwartier, vanwege de positionering nabij Hoorn een veel betere logistieke ondersteuning genoten. ‘Vanuit Hoorn voeren waterschepen geregeld heen en weer voor het afvoeren van doden en gewonden en het aanvoeren van munitie, kruit en nieuw bootsvolk.’[vi]
Deze verklaringen duiden erop dat bepalende factoren voor het verloop van de oorlog niet zozeer in tactiek maar vooral in logistieke factoren gezocht moeten worden. Een indicator die Willem van Oranje bijvoorbeeld gebruikte voor het maken van z’n strategische redeneringen was de achterstand in soldij betaling. Bij Alva bedroeg dit 28 maanden terwijl de rebellen slechts met om een maand achterstand te kampen hadden.[vii]Inzichten die mogelijk worden door dit soort gedetailleerd onderzoek.
'Het gebruik van de entertactiek was niet zozeer een keuze maar een noodzaak, omdat het de Geuzen aan zwaar geschut ontbrak'
Een ander soort inzicht dat de beschrijvingen in dit boek brengen is de wijze waarop de strijd op het land en op zee met elkaar samenhangen. Het mooist is de beschrijving van de amfibische strijd nabij de Diemerdijk. We lezen ook een beoordeling van oudere publicaties die melden dat de regering dorpen in brand liet steken om met deze rookpluimen de moed van de vloot van het Noorderkwartier te breken maar de onderzoekers concluderen dat een dergelijke vorm van psychologische oorlogsvoering onwaarschijnlijk was omdat de operationele rapportages tijdens deze strijd minstens een dag onderweg waren. Toch roept het boek ook een vraag op. Het noemt, net als het NIMH, dat de Eendracht, het vlaggenschip van de Geuzen, hoger was dan de vijandelijke schepen wat het enteren makkelijker maakte. Het boek bevat veel schilderijen van de slag die uitgebreid worden geanalyseerd, maar gaat niet in op dit hoogteverschil terwijl de beelden twijfel hierover oproepen.
Aandacht voor het culturele aspect
Naast de militair historische inzichten is dit boek waardevol vanwege de aandacht die het schenkt aan de culturele betekenis van de geschiedschrijving van deze slag en de wijze waarop deze wordt herdacht. De onderzoekers laten zien dat de slag in de negentiende eeuw, in de context van het nationalisme, aandacht kreeg die in de twintigste eeuw sterk verminderde maar dat de slag er in het algemeen bekaaid vanaf kwam. De schaduw van ‘Alkmaar’ hing er altijd overheen terwijl het strategische belang minstens even groot was.[viii] Volgens de auteurs is de verklaring hiervoor dat geschiedschrijving en het herdenken doorgaans is gekoppeld aan en wordt gestimuleerd door steden terwijl deze slag niet aan een stad te koppelen is. Binnen de Nederlandse moderne militaire geschiedschrijving lijkt eigenlijk weinig academische belangstelling voor dit soort culturele aspecten te bestaan. Het zijn vooral Britse historici die belangstelling voor de culturele aspecten van de Nederlandse maritieme krijgsgeschiedenis hebben getoond.[ix] Wijlen Gijs Rommelse heeft veel werk op dit terrein verzet maar moest steun zoeken bij Britse universiteiten. Dit boek zet het werk van Gijs in zekere zin voort.
Het is interessant dat het voorwoord is geschreven door de burgemeester van Hoorn, waar dit jaar ook een grote herdenking plaats vond, namens zeven, op een foto afgebeelde Westfriese burgemeesters. Het voorwoord omschrijft de slag als een vrijheidsstrijd en voorbeeld van samenwerking tussen steden, er bestond destijds immers nog geen georganiseerde marine. De strijd om vrijheid is actueel in een tijd van oorlog in Oekraïne. Toch is dit project al ruim voor 2022 geïnitieerd wat duidt op een bredere agenda. Voor dit dikke fraai vormgegeven en rijk geïllustreerde boek betaalt de koper slechts 29,95 hetgeen er op duidt de op de laatste pagina vermelde instanties (regionale archieven, musea en gemeenten) een omvangrijke subsidie voor dit project hebben verstrekt en dit zegt iets over de waarde die regionale instellingen hechtten aan dit soort onderzoek. Het lijkt erop dat rijksinstellingen of universiteiten niet betrokken zijn geweest. De Nederlandse academische en krijgskundige wereld kan dit werk echter in dankbaarheid aanvaarden. Het is een waardevol onderzoek dat aantoont dat de regionale archieven en musea vele schatten herbergen die meer aandacht verdienen.
De Slag op de Zuiderzee
Een ommekeer in de 80-jarige oorlog
Auteurs: M. Bartels, J. Bruin & P. Swart (red.)
Uitgever: Uitgeverij Noord-Holland, Wormer & Stichting Vrienden van het Westfries Archief (2023)
Omvang 352 blz
Prijs: 29,95 euro
ISBN: 9789492335470
Noten
[i] P78
[ii] P77
[iii] Groen, P., "De tachtigjarige oorlog," Van opstand naargeregelde oorlog, 1568 1648 (2013), 140.
[iv] P95
[v] P108
[vi] P113
[vii] P90
[viii] P305
[ix] Lambert, A., Seapower states : maritime culture, continental empires and the conflict that made the modern world (New Haven: Yale University Press, 2018). Davies, J.D., A. James, and G. Rommelse, Ideologies of Western Naval Power, c. 1500-1815, 1 ed., Politics and Culture in Europe, 1650-1750, (United Kingdom: Routledge, 2019).


