Van dogma naar pragmatisme

Nederlandse Realpolitiek tijdens 13 jaar Rutte

Vlak na de aankondiging van zijn vertrek herhaalde demissionair minister-president Mark Rutte dat de ramp met vlucht MH17 het verschrikkelijkste is wat hij heeft meegemaakt. De dood van 298 onschuldige mensen zal voor lange tijd ook in het geheugen van de Nederlandse bevolking gegrift staan. Deze oorlogsdaad heeft niet enkel het leven van zoveel mensen verwoest, maar wordt ook regelmatig gezien als het moment waarop Nederland zijn naïviteit met betrekking tot veiligheid en defensie heeft verloren.

 

 

Dit is uiteraard waar, maar de werkelijkheid is veel gecompliceerder. Eigenlijk veranderde het denken over veiligheid en defensie al tijdens Rutte I. Daar, waar de meeste defensiespecialisten enkel oog en kritiek hadden voor de bezuinigingen, zagen velen over het hoofd dat Nederland op weg was naar een Realpolitik in de originele zin van het woord. De meesten die de ontwikkelingen in de wereld volgen zien het begrip Realpolitik regelmatig opduiken in het kader van realisme en machtspolitiek. Men moet niet naïef te werk gaan en beseffen dat het anarchistische systeem, met geen hogere autoriteit dan de staat, en macht de belangrijkste rol spelen in de relaties tussen staten. Deze interpretatie is het gevolg van bijna 100 jaar dominantie van Anglo-Amerikaanse schrijvers en weerspiegelt volgens de Britse historicus en beleidsadviseur John Bew meer hun kijk op de wereld dan dat het ons als richtlijn voor het handelen van de staat kan helpen.

Realpolitik wordt terecht geassocieerd met kritiek op het najagen van politieke dromen. Tegelijkertijd mag dit niet bij voorbaat worden uitgesloten. De Duitser Ludwig von Rochau schreef in 1853 dat succesvolle politieke stuurmannen de historische context beseffen waarin zij opereren en tegelijkertijd zich ervan bewust zijn wanneer zij moeten anticiperen op de veranderende condities van de moderne tijd. Ideeën zijn belangrijk in de politiek, met name in democratieën, maar moeten worden beoordeeld op wat ze uiteindelijk teweegbrengen; niet of ze mooi zijn.[i] Met andere woorden, ware Realpolitik is – naast alle visies die men mogelijk heeft (zonder dat men meteen naar de oogarts moet) – flexibel, pragmatisch en vooral níet dogmatisch.

‘Ware Realpolitiek is – naast alle visies die men mogelijk heeft – flexibel, pragmatisch en vooral níet dogmatisch’

Dit pragmatisme kwam al in een drieluik van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, naar voren. Aan de ene kant flink bezuinigen, maar tegelijkertijd het buitenland- en veiligheidsbeleid ook benutten om Nederland beter te maken. Zo zei de minister in zijn derde toespraak, nota bene uitgesproken op de KMA op 24 mei 2011, ‘[o]m Nederland veilig te houden moeten we internationaal actief optreden.’ En daarmee doelde hij expliciet op het bestrijden van onder meer piraterij. De lezers van dit blad die de marine een warm hart toedragen weten natuurlijk dat de regering hiermee bevestigde wat we al enkele maanden daarvoor zagen, toen een boardingteam van Hr. Ms. Tromp het koopvaardijschip Taipan van piraten bevrijdde. Tegelijkertijd bleef het denken over Nederlandse veiligheid en defensie vrij dogmatisch. Als een mantra werd – te pas en te onpas – het woordje NAVO gepreveld als er om ons heen weer iets gebeurde. Andere organisaties, zoals de EU of de OVSE, die ook een belangrijke veiligheidsfunctie in Europa en erbuiten vervullen, werden met minachting gestraft.

Aansluitend bij mijn vorig column, toen ik heldhaftig voor mijn eigen Odyssee het ruime sop verkoos op zoek naar de Nederlandse strategische cultuur, werd en word ik in het Nederlands debat tot op heden regelmatig aan Skylla en Charybdis herinnerd: we voeren ‘de nauwe zeestraat jammerend binnen: want aan de ene kant dreigt Skylla, aan de andere kant slorpt angstwekkend de godelijke Charybdis het zoute zeewater binnen.’ Vreemd genoeg lijkt, op het moment dat de Nederlandse veiligheid in het nauw komt, niet het gevaar de dreiging, maar de vermeende oplossing. Met andere woorden beide monsters zijn de EU!

OVSE

Bijeenkomst van de OVSE in Hamburg, 2016 (U.S. Department of State, Wikimedia Commons)

Aan de ene kant is dit Trans-Atlantische reflex begrijpelijk, temeer de NAVO en vooral de VS decennialang aan de Nederlandse verdediging heeft bijgedragen; nog steeds. Aan de andere kant is defensie niet hetzelfde als veiligheid. Dit laatste kan deel uitmaken van het eerste, maar veiligheid is zoveel breder. Sinds de jaren ’90 werd dit steeds duidelijker, toen het veiligheidsbegrip zowel verdiepte als verbreedde. Met andere woorden, veiligheid omhelsde opeens zoveel meer sectoren dan enkel de militaire. Daarnaast stond niet meer enkel de veiligheid van de staat centraal, maar werden andere niveaus, van het individu tot aan het systeem, opeens betrokken bij het denken over en het werken aan (nationale) veiligheid. Impliciet heeft de overheid dit erkend, maar zowel in het publieke als het politieke debat werd er – ook in de laatste jaren – weinig over gesproken.

In de Geïntegreerde Buitenland en Veiligheidsstrategie (GBVS) uit 2018 worden met name de dreigingen in en rond Europa geschetst, maar de oplossing hiervoor lijkt uiteindelijk de NAVO te zijn. Enkel een klein gedeelte wordt aan de EU Global Strategy gewijd, uiteraard met de bekende slag om de arm: ‘Het kabinet steunt deze ontwikkelingen en zet zich ervoor in dat versterking van de Europese capaciteiten ook ten goede komt aan de NAVO. Voorkomen moet worden dat er kostbare, parallelle structuren komen. Ook is er geen sprake van de oprichting van een ‘Europees leger’.’ (p. 32)

Ook in de recente Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden (2023) lijkt men deze lijn voort te zetten. Toch zien we enkele nuances die ook op een lichte kentering duiden. De NAVO staat op één als het om de verdediging gaat, maar ‘[w]erken in EU-verband aan de versterking van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, zoals uiteengezet in het EU Strategisch Kompas, ook ter versterking van het NAVO-bondgenootschap.’ (p. 23) Jammer dat de VN en OVSE pas veel later worden genoemd. Juist die laatste organisatie, OVSE, speelde een belangrijke rol in de nasleep van de MH17-ramp. Ook waren na de Minsk-akkoorden van 2015 veel waarnemers onder OVSE-vlag in Oost-Oekraïne. Uiteraard konden ook zij niet voorkomen dat Poetin de oorlog begin 2022 verder escaleerde. Maar ze konden wel voorkomen dat de bezetters in Donetsk en Loehansk tegen de Oekraïense bevolking tekeergingen. En tot slot, zorgt deze organisatie ervoor dat zelfs de meest vijandige groeperingen in Europa een zogenaamde back-channel hebben om met elkaar minimaal contact te blijven houden.

‘Binnen politiek en bestuur wordt steeds meer het belang van andere organisaties dan de NAVO voor de Nederlandse veiligheid erkend. Helaas is deze verandering nog niet tot het brede publiek doorgedrongen’

Nog meer wordt echter de waarde van de EU onderschat. Deze organisatie heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan de veiligheid voor Europa en Nederland. Een bekend voorbeeld is Frontex, het Europees grens- en kustwachtagentschap, dat sinds kort door de Nederlandse generaal Leijtens geleid wordt. Mede door de destabiliseringscampagnes van Rusland in 2015 en later door Rusland en Belarus tezamen, is het belang van deze organisatie enorm gegroeid. Ook met betrekking tot de Oekraïne-oorlog speelt de EU een belangrijke rol. Het is Brussel die het voortouw neemt in sancties tegen Moskou en haar functionarissen. Het is de voorzitter van de commissie, die veel meer dan haar NAVO-counterpart, regelmatig Rusland en Poetin ter verantwoording roept. Tot slot is de EU de leidende organisatie als het gaat om de wederopbouw van Oekraïne na de oorlog.

Tijdens veertien jaar Rutte is Nederland, Europa en de wereld om ons heen veranderd. Binnen politiek en bestuur wordt steeds meer het belang van andere organisaties dan de NAVO voor de Nederlandse veiligheid erkend. Helaas is deze verandering nog niet tot het brede publiek doorgedrongen. De vraag is of dit de komende maanden wel gaat gebeuren. Met Europa – zo lijkt men in Den Haag nog steeds te denken – win je in Nederland geen verkiezingen. Wordt vervolgd.

 

Meer gastcolumns van Jörg Noll

 

Dr. J.E. (Jörg) Noll (1967) is politicoloog en luitenant-kolonel (r) bij de Bundeswehr. Sinds 2007 is hij universitair hoofddocent Internationale Conflictstudies aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).

Nederland, Bergen NH 12 juli 2022 Berend van de Kraats oud-onderzeebootcommandant. Foto: Bianca Sistermans

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave