Refuseniks
Voroshylovsky District, Donetsk, 15 februari 2016
De Rebbe van de Orthodox Joodse Gemeenschap in Donetsk is niet enkel geestelijk leider van zijn geloofsgemeenschap. Hij is ook coördinator van het jeugdprogramma en treedt op als contactpersoon naar de buitenwereld. Daarnaast ziet hij erop toe dat de kinderen op de Joodse School in Donetsk goede vorderingen maken wat betreft hun academische resultaten.
De Synagoge van Donetsk staat aan Oktjaberska Straat, Voroshylovsky District. De naam van de straat is ontleend aan de Oktober Revolutie. Boven de poort naar de Synagoge staat in het Cyrillisch ‘Dom Menachim Mende’: Huis van Menachim Mendel. De synagoge – ooit gebouwd als poppentheater, maar nu een podium voor God –- is vernoemd naar de barmhartige Rebbe Menachem Mendel Schneerson, de zevende Chabad Rabbi die een wereldwijde, invloedrijke beweging in gang zette voor sociale, religieuze, en humanitaire steun aan Joodse gemeenschappen. Geboren in 1902 in de Zwarte Zee Haven van Mykolaiv ligt Rebbe Mendel nu begraven in de New Yorkse wijk Queens. Na een lang en arbeidzaam leven zou hij sterven in Manhattan. Tegenwoordig wordt de Rebbe uit het Russische Rijk door velen gezien als de meest invloedrijke Joodse leider van de twintigste eeuw. Onder de Amerikaanse president Jimmy Carter ontving Mendel de Congressional Gold Medal voor buitengewone verdiensten ter bevordering van onderwijs wereldwijd, moraliteit en liefdadigheid.
In het humanitaire werk van Rebbe Mendel wordt vaak zijn inzet voor het onderwijs aan meisjes genoemd. Ook in de Joodse Gemeenschap van Donetsk staat zo’n meisjesschool, misschien wel geïnspireerd door Mendel. Voor mijn bezoek aan de Synagoge ben ik al een paar keer bij die meisjesschool langs geweest in het kader van een telling van het aantal nog naar schoolgaande kinderen in Donetsk. Naast mij lopen de Rebbe en de directrice van de School. Door de kier van de deur zie ik hoe in de klas drie meisjes voorovergebogen over hun schoolwerk zitten. Geconcentreerde leesexercitie. De dikke kleding van de meisjes springt in het oog. Dit is de tweede winter dat de kinderen van de Donbas in onverwarmde schoolgebouwen naar school toe gaan. ‘De stookolie is op en door de beschietingen is het glas uit de ramen geschoten’, vertelt de directrice. De Rebbe, de directrice en ik lopen verder door de gang, op weg naar het muzieklokaal. De Rebbe vertelt hoe voor de oorlog zo’n 150 leerlingen de school bezochten. Twee jaar de oorlog in is hun aantal gezakt naar 44. ‘Ouders die dat konden zijn naar Israël vertrokken’, legt de Rebbe uit. Zij hebben daar veiligheid gevonden voor hun kinderen, een bestaan zonder oorlog en geweld. Andere ouders uit de wijk houden hun kinderen thuis uit angst dat hen iets overkomt tijdens de schooldag. Ik weet waar de Rebbe het over heeft, want al wekenlang zijn wij als OVSE bezig om het explosieve materiaal, inclusief de UXO’s en landmijnen die in de stad liggen in kaart te brengen. Veel meer dan aangeven op een kaart waar het materiaal zich bevindt kunnen wij niet, want ons mandaat staat het verwijderen van explosieven niet toe. We spuiten wel met verf een cirkel om de uit de grond stekende tail fins van de mortiergranaten. Nu er sneeuw ligt zijn die rode verfcirkels die wij spuiten beter te zien voor de mensen. Met mijn handen graaf ik dan de sneeuw weg om zo’n explosief voordat ik de verfcirkel trek. Granaten spotten wordt uiteindelijk routine.
'Granaten spotten wordt uiteindelijk routine'
Als laatste die dag eet ik met de kinderen in de eetzaal mee. Op het menu staan boekweitgrutten, sprot met mierikswortelsaus en dille, koolrolletjes met soep en wintergroenten. ‘Donaties van de DPR’ (Donetsk People’s Republic), zegt de Rebbe. ‘Onze kinderen hebben goede voeding nodig om te kunnen groeien en leren. De DPR-regering biedt onze kinderen dat in tijden van schaarste. Tenslotte is alle verdere transport gestopt. Van wat over is maken de gelovigen voedselpakketten. Die leveren wij af aan aan huis- of bed gekluisterde mensen. We brengen evenveel voedselpakketten naar Joodse burgers als naar niet-Joodse burgers in Donetsk. Honger kent geen geloof’.
Op het afgesloten terrein achter de Synagoge bevindt zich een kleine ruimte die als winkel door kan gaan. Er is een toonbank en een kassa en langs de muren zijn stellingen gemonteerd. Maar veel waren liggen daar niet op. De Rebbe legt uit dat de aanvoer van gewone producten nagenoeg stil is komen te liggen, laat staan dat er nog koosjer producten de stad binnen komen. ‘In de zomer was dat niet zo’n probleem, toen hadden we oogst uit onze eigen tuinen bij de Dacha’s.’ Maar in het midden van de winter is naast nog wat weckpotten met kool niet veel meer voorradig. Laat staan dat er nog de bevoorrading is van koosjer producten. Die werden vroeger vanuit Rostov-on-Don en de Krim aangevoerd, maar die logistieke lijn bestaat niet meer. En als er al sprake is van bevoorrading, dan wordt het overgrote deel van de goederen als ‘onderpand’ ingenomen aan de Block Posts. ‘Tien Block Posts tussen Yalta en Donetsk’, vertelt de Rebe. ‘Aan het einde van de doorgeeflijn blijft er niets over’. De Rebbe reikt zijn arm naar een hoge plank en grijpt daar naar een van de laatst overgebleven flessen. ‘Voor u mevrouw, uit dank voor uw bemiddelende werk’. Ik bekijk het etiket van de fles: Krymskaya Kosher Wine.
Terug in de Synagoge vertelt de Rebbe mij hoe zijn grootvader geboren was in Dniepropetrovsk. In magere jaren was hij met zijn gezin naar Donetsk getrokken om te gaan werken in de ijzersmelterijen van Voroshylovsky. Alle Joden van Donetsk woonden in die wijk, en allemaal waren zij werkzaam in de smelterijen. De gemeenschap was in de jaren daarvoor door de Bolsjewieken uit Rusland verdreven. Die hadden korte metten gemaakt met de Chabad Hasidi. Zo waren die op de vlucht gegaan naar nieuwe oorden. Ze hadden in steden als Samarkand en Tashkent langs de zijderoute een nieuw huis-ver-van-thuis gevonden. Daar stichtten zij Hassidische gemeenschappen en sloten vriendschap met Joden die er al langer woonden. In hun nieuwe oorden sloten de Chabad’s ook vriendschappen met Refuseniks, Joden die naar Israël wilden emigreren, maar wiens vertrek door de Sovjetautoriteiten werd geweigerd. De Chabad Hasidi konden deze ‘gewijgerden’ een bredere Joodse gemeenschap bieden op plaatsen waar lokale Joden al lang verstoken waren geweest van religieuze uitwisseling. Pas onder Gorbachev, zouden glasnost en perestrojka het voor Sovjet-Joden mogelijk maken om aliyah te maken, om op te stijgen naar het Beloofde Land.
'Waar de Joodse gemeenschap in Donetsk eertijds relatief welig tierde, staan sinds het uitbreken van de vijandigheden in 2014 de kerkbanken leeg’
Maar waar de Joodse gemeenschap in Donetsk eertijds relatief welig tierde, staan sinds het uitbreken van de vijandigheden in 2014 de kerkbanken leeg. Gelovigen komen nog wel bij elkaar, vertelt de Rebbe, maar niet meer zo frequent als voorheen. Leden van zijn gemeente kwamen onder druk van het veranderde regime. De onzekerheid die dit met zich meebrengt en vanwege het toegenomen gevaar in de stad door de constante beschietingen, hebben zij er in veel gevallen voor gekozen om zich aan het oog van de wereld te onttrekken. In hun huizen wachten zij af wat er komen gaat. ‘Zo zijn wij dat al duizenden jaren gewend’, voegt de Rebbe daaraan toe. ‘Wanneer Joden op plaatsen woonden waar sprake is van oorlog en geweld, kiezen zij er vaak voor om onzichtbaar te worden. Door onzichtbaar te zijn loop je minder risico om onderwerp van de aanval te worden’, verklaart de Rebbe. ‘Maar onzichtbaar betekent in ons geval niet dat wij geen weerstand bieden tegen het geweld. Ook wij zijn Refuseniks, Geweigerden van onze tijd. Alleen zijn wij het dit keer zélf die voor weigering kiezen. Een weigering om niet mee te gaan in het oorlogsgeweld en voor vrede te kiezen.’
Meer gastcolumns van Caecilia van Peski
KLTZ (SD) drs. Caecilia Johanna van Peski (1970) studeerde Onderwijs- en Cultuurpsychologie en Civiel-Militaire Interactie. Zij werkte vervolgens voor verschillende multilaterale organisaties, waaronder de EU, NAVO, OVSE en de VN. Sinds 2020 is zij verbonden aan de Koninklijke Marine. Zie: www.vanpeski.org.


