Kleur bekennen
Texel/Tiblisi, 09 april 2025
Foto: K. van Huizen | Stichting Sovjet Ereveld
Geregeld kom ik in Zodi, een klein Georgisch dorpje dat ligt op een bergplateau niet ver van de stad Tsjiatoera. Ik bezoek er de nazaten van een soldaat uit het Rode Leger. Kosta, de soldaat, ligt sinds 1946 begraven op het Sovjet Ereveld in Leusden. Ik ben de adoptant van zijn graf. Na een bezoek aan het KPU-bedrijf aan het Zeisterspoor rijd ik nog wel eens door naar de Leusdense Dodeweg om bij het graf de bloemetjes buiten te zetten. Op 6 januari, het orthodoxe kerstfeest, krijgt Kosta van mij een kerstkrans. Ik maak dan een foto van het graf in kerstsfeer en stuur deze naar zijn familie in Zodi.
De connectie tussen de Georgische familie in Zodi en ‘mijn’ Kosta kwam tot stand op basis van de vasthoudendheid van de Stichting Sovjet Ereveld. Die stichting zet zich in voor de identificatie van oorlogsslachtoffers op het ereveld en de opsporing van hun nabestaanden, die nooit waren geïnformeerd over het lot van hun vermiste familielid. De directie en het bestuur nemen het op als een morele verplichting om zich blijvend in te spannen voor de identificatie van alle naamloze soldaten die daar begraven liggen. Van tot steen verworden onbekenden worden zij zo weer mensen met een naam en een gezicht. En mensen met een (soms heel uitgebreide) Kaukasische of Centraal Aziatische familie.
Het was hier, op het tuinpad van Kosta’s familie in Zodi, waar ik zijn nabestaanden een aantal jaren geleden voor het eerst ontmoette. Er was een match met het DNA van Kosta gemaakt. Zo kon hij na ruim 75 jaar ‘bestemming onbekend’ eindelijk thuisgebracht worden. Mijn gezellige tochten van Nederland naar Zodi – waar ik weet dat Kosta’s hartelijke familie, de notentaart en het idyllische landleven mij wacht – is in niets te vergelijken met de tocht die Kosta in omgekeerde richting, van Zodi naar Nederland, maakte. De barre tocht van de Sovjetsoldaat startte op het tuinpad in Zodi. Vanuit hier werd hij in de lente van 1941 opgeroepen om te vechten in het Rode Leger, aan het oostelijke front, vier dagen na de Duitse inval. De jonge Georgiër keerde nooit meer terug, want drie jaar later was hij dood.
In 1941 werd Kosta opgeroepen om dienst te doen in het Rode Leger. Hij werd krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. In het krijgsgevangenenkamp, waar Sovjetsoldaten massaal stierven door de slechte behandeling, kreeg Kosta de kans om onderdeel uit te maken van het Georgische Infanteriebataljon 822. Dit bataljon verbleef van september 1943 tot januari 1945 in Zandvoort. De groep Georgische soldaten bij Zandvoort, die gedwongen in Duitse dienst zaten, werd uiteindelijk verplaatst naar Texel, met uitzondering van ongeveer twintig Georgiërs die werden gelegerd op het fort aan de Sint Aagtendijk. Op dat fort waren tijdens de laatste maanden van de bezetting nog maar twee Duitse Feldwebels gestationeerd. Zij maakten deel uit van het munitie-verspreidingspunt ‘Monika’. Twee Georgiërs kwamen in contact met iemand van de Binnenlandse Strijdkrachten. De twee waren bereid om de BS te helpen. Ze leverden wapens en vooral munitie. Het bleef allemaal goed gaan tot op 20 april 1945 Feldwebel Dietrich vier Georgiërs, waaronder Kosta, betrapte op het stelen van handgranaten. Hij belde uiteindelijk de Feldgendarmerie, de Duitse marechaussee, in Beverwijk en de Ordnungspolizei in Zaandam. Die twee eenheden waren snel ter plaatse en schoten de vijftien Georgiërs ter plekke dood. De zestiende Georgiër werd later die avond elders uit bed van zijn Hollandse vriendingelicht en gefusilleerd.
'Met het adopteren van het graf van Kosta in Leusden, hoop ik samen met de Stichting Sovjet Ereveld het gesprek aan te moedigen over de dood, het sterven, en de geschiedenis van deze Sovjetsoldaten'
Zo is Kosta in de lente van 1945 door soldaten van het Nazi-leger geëxecuteerd. Vier jaar eerder had hij zijn jonge vrouw Pareltje en hun twee zoontjes achtergelaten in Zodi. Bij zijn dood was Kosta nog maar 33 jaar oud. Op het fort vonden hij en zijn Georgische strijdmakkers een haastig, ondiep graf, waarna zij op 28 maart 1946 werden herbegraven op het Sovjet Ereveld in Leusden. Op dit ereveld liggen ook de slachtoffers van Kamp Amersfoort. Hier arriveerden op 27 september 1941 ruim honderd krijgsgevangen Sovjetsoldaten. Na maandenlang als beesten behandeld te zijn, werden op 9 april 1942 de nog levende 77 soldaten door de Duitse bezetter gefusilleerd.
‘In wat voor gemoedstoestand zal Kosta op de dag van zijn vertrek uit Zodi hier het tuinpad afgelopen zijn?’ vraag ik aan de weduwe van de zoon van Kosta die ik tijdens mijn bezoeken aan Zodi ontmoet. De stokoude dame is de enige die Pareltje (haar schoonmoeder) nog persoonlijk gekend heeft. ‘Hij zal gedacht hebben dat hij snel weer terug zou zijn, hij zag het als een avontuur. Hij heeft niet kunnen voorvoelen dat het afscheid voor eeuwig zou zijn. En hij was ontzettend trots om in het Sovjet Leger te mogen dienen. Dat was voor ons heel eervol destijds. Kosta werd een heuse Sovjetsoldaat en droeg met trots de Sovjet emblemen op zijn uniform!’. ‘Daar denk ik heel anders over!’, roept de achterkleindochter van Kosta.’ De jonge psychologiestudent uit Tbilisi loopt al maanden mee met de anti-Russische protesten in de Georgische hoofdstad.
Met het adopteren van het graf van Kosta in Leusden hoop ik samen met de Stichting Sovjet Ereveld het gesprek aan te moedigen over de dood, het sterven, en de geschiedenis van deze Sovjetsoldaten. Het gaat tevens om het levend houden van de nagedachtenis. In tijden waarin we ons grote zorgen maken over vrede en veiligheid, is het van belang te erkennen wat oorlog met gewone mensen doet. Het graf van Kosta biedt mij een band tussen de doden en de levenden en ik kan er deze relatie ook enigszins nieuw leven mee inblazen. Kosta’s familie lijdt onder de vroege dood van hun stamvader, ook na 83 jaar. Pareltje werd erdoor gedwongen haar zoontjes alleen op te voeden terwijl zij jarenlang tevergeefs op de terugkeer van haar echtgenoot wachtte. De twee jongens groeiden zonder vader op en het duurde lang voordat de familie een meer welvarende toekomst op kon bouwen. Zijn achterkleindochter draagt de gelaatstrekken van haar overgrootvader in haar gezicht – dat zie ik wanneer ik de foto van Kosta naast de hare leg. En wat bij alle nakomelingen nog steeds als gevoelswaarde leeft: zij zouden Kosta het liefst thuis in Zodi willen (her-)begraven. Of het daar ooit van zal komen is de vraag, want hoe (her)begraaf je iemand na 83 jaar in zijn eigen tuin wanneer die tuin inmiddels een door Chinese corporaties ontgonnen Mangaanmijn is geworden is?
Ook op het eiland Texel zijn graven van soldaten die dienden in het Sovjetleger. Ook zij kozen uiteindelijk – als krijgsgevangenen van het Duitse leger en na een uitputtende treinreis in veewagons vanuit het oostfront naar Nederland – om het Duitse uniform te dragen. Zo veranderden hun uniformen van kleur. Je kunt je afvragen hoe dat zat met de kleur van hun denken. Als ik met Georgiërs in Tbilisi spreek, dan roemen zij de moed van de op Texel gelegerde Georgische soldaten die zich daar uiteindelijk tegen de Duitsers keerden. Op Texel lijkt men niet steeds diezelfde mening toegedaan te zijn: kozen de Georgiërs bij het aanstaande verlies van de Duitsers niet eerder voor het redden van hun eigen hachje?
Op 9 april 2025, om 06:30 uur, werd bij Monument Koedriest (Kamp Amersfoort) stilgestaan bij de executie van de 77 Sovjet soldaten. De herdenking vindt jaarlijks plaats op het tijdstip van hun executie in 1942. Ik hield dit jaar de herdenkingsrede, waarschuwde voor demonisering en dehumanisering van de onbekende ander, en plaatste daarna een kaars bij het monument. Ik deed dat met 76 anderen, opgesteld in rijtjes van vier, rijtje voor rijtje naar voren. Zoals 83 jaar geleden de Sovjetsoldaten in rijtjes van vier hun gedwongen dood tegemoet traden.
Op dezelfde dag wordt op de Georgische begraafplaats Hoge Berg op Texel een nieuw monument onthuld. Geplaatst op 10 centimeter van het monument uit 1952 is nu van de oude Sovjetsymbolen plots niets meer te zien. Het nieuwe monument is om die reden omstreden en de Texelse burgemeester trok zijn deelname aan de ceremonie in. Tijdens de nacht voorafgaand aan de onthulling van het nieuwe monument wordt het bouwwerk met dikke klodders zwarte verf besmeurd. In de nacht rijdt een schoonmaakploeg voor om de zaak voor het eerste ochtendlicht wit te wassen.
Meer gastcolumns van Caecilia van Peski
KLTZ (SD) drs. Caecilia Johanna van Peski (1970) studeerde Onderwijs- en Cultuurpsychologie en Civiel-Militaire Interactie. Zij werkte vervolgens voor verschillende multilaterale organisaties, waaronder de EU, NAVO, OVSE en de VN. In 2024 is zij vanuit de Koninklijke Marine uitgezonden naar het bureau van het United States Security Council (USSC) in Ramallah, Westelijke Jordaanoever. Zie www.vanpeski.org.


