Nieuwe liefde
Askania Nova, Kherson Oblast, Oekraïne, 6 juli 2015
De afgelopen uren ben ik samen met een jonge Oekraïner deelgenoot van de uitvoer van hypnotiserende riten waarvan ik wist dat ze in Oekraïne bestonden, maar waarvan ik in dit land zelf nog niet getuige was geweest. Tijdens de korte nacht van 6 op 7 juli neem ik deel aan de viering van Ivana Kupala, een traditie uit pre-Christelijke tijden, midzomers eerbetoon aan de Slavische zonnegoden Yaril, Dazhbog en Svarog.
Deze Kupala-nacht vindt plaats op de uitgestrekte steppe ten zuiden van Kherson. Hier ligt Askania Nova, een natuurheiligdom, thuis van het onverzettelijke Przewalski paardje, de slimme steppevos en de Turkmeense Kulan, een exotische wilde ezelsoort. Die laatste kwam hier niet vanzelf aanlopen, maar werd door de Duitse familie Falz-Fein naar de regio gebracht. Friedrich-Jacob, stamvader van het Falz-Fein geslacht, kwam naar Askania om daar zijn droom van een Eden waar te maken. Over een periode van vier decennia zou Falz-Fein uiteindelijk in staat zijn om een Wetlands biosfeer te bouwen met een uniek belang in de wereld. Het overgrote deel van de diersoorten in Askania Nova zou uiteindelijk opgenomen worden in het Oekraïense Rode Boekje, de lijst van meest waardevolle en ook meest bedreigde Oekraïense diersoorten.
‘Het grote gevaar dat zo ontstond was de ontwikkeling van een chloorwolk boven Donetsk. Dat zou onder de slechtste omstandigheden de dood van duizenden stedelingen tot gevolg kunnen hebben’
Het Askania dat groeide in de toegewijde handen van Faz-Fein werd in Sovjettijden een lustoord voor bleke stadskinderen. In bussen werden zij uit de stedelijke gebieden rondom Donetsk, Loegansk, en Marioepol naar Askania Nova gebracht. Daar konden zij mijnbouw-vrij genieten in een Hof van Eden, waar de leeuw geen hert at en het kind een boterham. Het was vanwege dit soort excursies dat Askania in de hoofden van de mensen uit de verre omtrek een mythisch proportie verkreeg, één die hun harten diep met hun geboortegrond verbond.
De weken voorafgaand aan Kupala-nacht hadden mijn OVSE-collega’s en ik het uitgestrekte net aan waterwegen, kreekjes en meren rondom Askania in kaart gebracht. Wij deden dat omdat er acute zorgen waren om watervervuiling, omdat de stuwdam net boven Donetsk lekte. Het stuwmeer achter die dam diende Donetsk als drinkwatervoorziening. Het probleem dat in 2014 ontstond bij het uitbreken van het gewapend conflict, was er niet zo zeer een van een tekort aan drinkwater. Er was dan wel sprake van een lagere waterstand dan normaal – dit vanwege het afvloeien van het water via gaten die ontstaan waren na de beschietingen –, maar noch die schade, noch die lage waterstand waren kritiek, omdat inmiddels meer dan de helft van de bewoners de stad Donetsk verlaten had en de vraag naar water aanzienlijk verminderd was.
Wat nadrukkelijk wél een probleem vormde, was de conditie van in totaal zes chloortanks die bij het stuwmeer geplaatst waren. Die chloortanks stonden er als onderdeel van de drinkwaterbehandeling en waren nodig voor het zuiveren van het drinkwater voor de stedelingen. Zowel tanks als chloor waren er nog wel, maar werden nagenoeg iedere nacht beschoten, afwisselend uit oostelijke, dan weer uit westelijke richting. Het aanzienlijke risico dat hiermee ontstond, was de ontwikkeling van een chloorwolk boven Donetsk. Dat zou onder de slechtste omstandigheden een potentieel levensgevaarlijke aantasting van de volksgezondheid van duizenden stedelingen tot gevolg kunnen hebben. Ons team onderzocht verschillende mogelijkheden tot handelen en nam uiteindelijk onder toenemende tijdsdruk het moeilijke besluit tot het legen van de chloortanks en zo de lokale bevolking te beschermen. In tijden van oorlog hadden wij voor dat legen van de tanks geen andere mogelijkheid gezien dan het chloor in de bodem weg te laten lopen.
‘In tijden van oorlog hadden wij geen andere mogelijkheid gezien dan het chloor in de bodem weg te laten lopen, ongehinderd het grondwater in’
Het risico op een chloorgaswolk was nu geweken, daarvoor in de plaats dronken de bewoners van de stad – en dus wij ook – ongezuiverd drinkwater. Erger nog was dat het chloor naar de waterdragende laag (aquifer) doorgedrongen was en het water heeft besmet. Zo zetten wij in op reconnaissance door de Dniepro Delta, om zo op basis van vele uren patrouilleren de omvang van de door onszelf veroorzaakte milieuprobleem in kaart te brengen. De uitgestrekte water-waaier vormde niet enkel de link naar het lagergelegen waterstuwgebied in de buurt van Nieuwe Liefde (Nova Kakhovka), maar ook de zuidelijke wetlands van het zo dierbare Askania Nova. Diep in de kreken daar leerden wij Oekraïners kennen die zich al lang geleden terug hadden getrokken van het leven in de grote stad. Temidden de Beasts of the Southern Wild leefden deze mensen op geheel eigen wijze. Ze vingen er krabben of leefden van de handel in contrabande via de slikken in het mangroevegebied heen. Sommige van hen spraken een oud-Zweeds dialect, een eigen taal die zij mee hadden genomen uit de tijd van de grote volksverhuizing onder Catharina de Grote.
Inmiddels bereikte mijn Kupala-nacht haar climax. Opzwepende liederen klonken uit de kelen van de Oekraïners om mij heen, die hand in hand over een vuur sprongen. Uit ervaring met de Sint-Jansvuren wist ik dat ik die laatste overmoedige sprong beter kon laten. Voor mij sprong de jonge Oekraïner wel, met aan zijn hand een beeldschoon meisje met een gevlochten bloemenkrans in het haar. Nieuwe Liefde.
Op 6 juni 2023 breekt de Nova Kakhova Dam. De zondvloed die volgt vaagt het kwetsbare leven in Askania Nova uit en spoelt de micro-leefgemeenschappen in de Dniepr Delta weg.
Meer gastcolumns van Caecilia van Peski
KLTZ (SD) drs. Caecilia Johanna van Peski (1970) studeerde Onderwijs- en Cultuurpsychologie en Civiel-Militaire Interactie. Zij werkte vervolgens voor verschillende multilaterale organisaties, waaronder de EU, NAVO, OVSE en de VN. In 2024 is zij vanuit de Koninklijke Marine uitgezonden naar het bureau van het United States Security Council (USSC) in Ramallah, Westelijke Jordaanoever. Zie www.vanpeski.org.


