Rust
Voorwoord bij Marineblad 4, juli 2023
De eerste helft van het jaar zit erop en we zitten in de rust. Het was een enerverende eerste helft. Er is heel veel gebeurd, zeker op het geopolitieke vlak. De oorlog in Oekraïne duurt al bijna anderhalf jaar en uitzicht op een snelle oplossing is er niet. De spanningen rondom Taiwan nemen ook niet af en op de Noordzee voelen we langzaam maar zeker meer bedreigingen.
Politiek gezien gaat het ook niet van een leien dakje. Of het nou stikstof, vluchtelingen, huizen of inflatie betreft, er zijn weinig zelfstandig naamwoorden waar het woord crisis nog niet achter staat. Daarnaast is het vertrouwen in de overheid gedaald tot een dieptepunt en heb ik het idee dat diezelfde overheid, met name op landelijk gebied, nou niet haar uiterste best doet dat vertrouwen terug te winnen. Beleid en uitvoering lijken niet eens een correlatie te hebben, laat staan een (causaal) verband. WOO-documenten hebben meer weg van een foto van een black-out in de nacht dan informatievoorziening en zolang er maar een bewindspersoon is die ergens sorry voor zegt, is het allemaal wel weer koek en ei. Scheidsrechters staken voetbalwedstrijden omdat ‘supporters’ van alles op het veld en tegen spelers gooien. Kamerleden komen met manifesten tegen de verloedering van de maatschappij en het geweld tegen hulpverleners. Al met al geen mooi beeld van de eerste helft van het jaar.
En toch vind ik het nog steeds meer dan de moeite waard om in Nederland te wonen en ben ik nog steeds bereid me daar als militair volledig voor in te zetten. We zullen ons er wel en zelfs meer voor moeten blijven inzetten om dat zo te houden. Om maar weer eens terug te grijpen op een ouden reclameslogan van SIRE: de maatschappij dat ben jij, of beter nog, dat zijn wij. We zullen er zelf alles aan moeten doen om onze manier van leven te kunnen blijven leven. Niet agressief zijn tegen dienstverleners en degenen aanspreken die dat wel zijn. Informatie aanleveren die we moeten en kunnen aanleveren, producten en diensten leveren die we moeten leveren want ja, ook de overheid dat zijn wij. Wij kiezen onze vertegenwoordigers, wij werken bij de (overheids)instanties en we zijn tegelijkertijd client. Wij zijn het die blikjes en plastic langs de kant van de weg gooien en ook degenen die het opruimen, vrijwillig of beroepsmatig. Wij zijn het die onze maatschappij moeten laten functioneren. Een maatschappij die verre van perfect is, maar waarvoor het alternatief nog vele malen slechter is. Dat zien we aan de randen van Europa. Dictaturen die soevereine staten binnenvallen. Landen onder godsdienstig juk waarvandaan mensen vluchten om meer vrijheden te krijgen. Landen met burgeroorlogen of jarenlang economisch wanbeleid waardoor hun burgers op zoek gaan naar veiligheid en werk.
'Wij zijn het die blikjes en plastic langs de kant van de weg gooien en ook degenen die het opruimen, vrijwillig of beroepsmatig'
Om onze maatschappij tegen externe bedreigingen, die uit bovenstaande kunnen voortvloeien te kunnen beschermen, zullen we ons ook in de tweede helft moeten blijven inspannen om voldoende mensen en middelen beschikbaar te krijgen voor de krijgsmacht. Niet dat die het enige instrument is om onze externe veiligheid te kunnen garanderen, maar het is wel een heel belangrijk instrument, dat nog steeds veel achterstallig onderhoud heeft weg te werken en dat zich ook verder op de toekomst moet voorbereiden. Dat zal nog veel zweet en tranen kosten, maar die zijn erop gericht dat het zo min mogelijk bloed zal kosten. Genoeg dus om in de tweede helft aan de slag te gaan. En dat gaan we zeker ook doen, nadat we de verdiende rust hebben genoten. Want ook dat is van belang. Ik wens u een fijne vakantie met uw naasten, zodat we er de tweede helft weer vol voor kunnen gaan!
Meer columns van Rob Pulles
KLTZ Rob Pulles EMSD is voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren. Zijn columns vormen het voorwoord op het Marineblad.


