Fair winds and following seas

Bijna vier jaar geleden mocht ik mijn eerste voorwoord in het Marineblad schrijven en nu is het alweer tijd voor het laatste. In mijn eerste bijdrage kondigde ik aan dat ik de wacht had overgenomen en mijn uiterste best zou gaan doen om de KVMO op koers te houden en daar waar mogelijk verder voort te stuwen. Zoals bij veel van de wachten die ik gelopen heb aan boord gebeurden ook tijdens deze wacht geplande en ongeplande dingen en gingen geplande dingen niet door.

 

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden, maar de wacht begon midden in de coronatijd. Anderhalve meter afstand, mondkapjes, geen bijeenkomsten, geen handen schudden, wel veel handen wassen, avondklokken en Zoomen en Teams’en tot aan de pijngrens. Gelukkig hebben we dat achter ons kunnen laten. Tijdens de wacht werd de dreiging, en dan met name vanuit Rusland, steeds groter. Dat resulteerde voor het begin van de illegale invasie van Rusland in Oekraïne eindelijk in structureel hogere budgetten voor de krijgsmacht. En het begin van die illegale invasie gaf maar weer eens aan dat de wereld helaas niet die mooie vreedzame plek is, die we graag zouden willen. De aandacht voor de krijgsmacht en nut en noodzaak daarvan kwam veel meer in het spotlicht te staan. Voor de Koninklijke Marine betekende dit dat er eindelijk meer aandacht kwam voor de vervanging van de inmiddels oudste vloot die Nederland ooit bezat. Ook werd begonnen om de door bezuinigingen gedreven management bullshit van het vorige decennium, zoals centralisatie en zgn. efficiency-slagen (lees minder geld, minder beschikbare middelen, minder inzet, minder ondersteuning) terug te draaien, waardoor het Korps Mariniers weer de beschikking krijgt over eigen mortieren etc. Helaas nog geen uitbreiding van het aantal eenheden en dat is nog steeds hard nodig om de belangen van het Koninkrijk te kunnen beschermen en verdedigen, zoals artikel 97 van de Grondwet ons dat opdraagt. En ik blijf het herhalen, hoofdtaak 1 van de krijgsmacht is veel te nauw gedefinieerd, de belangen zoals genoemd in art. 97 GW zijn veel breder dan alleen het territorium verdedigen.

Zoals ik aangaf, doel was ook om de vaart in de KVMO te houden. Net zoals de meeste fregatten heeft ook de KVMO twee assen die we kunnen gebruiken, te weten die van beroepsvereniging en die van vakbond. De afgelopen wacht hebben we de vakbond-as uitgebreid gebruikt en daar hebben we ook best de nodige mijlen mee afgelegd en waypoints gepasseerd. Vier arbeidsvoorwaardenakkoorden, pensioencompensatie en een nieuw loongebouw waren belangrijke mijlpalen. Daarnaast ook veel (nog) niet gepasseerde waypoints, zoals een nieuw toelagenstelsel, het Voorzieningenstelsel Buitenland Defensiepersoneel, de bijzondere (rechts)positie militairen en de rechtspositie van reservisten. Er blijft nog genoeg te navigeren over. Van de andere as, die van beroepsvereniging, hebben we de afgelopen jaren minder vermogen gevraagd en is die af en toe zelfs trailend geweest. Iets waar op de volgende wacht meer aandacht voor mag zijn. En dat zal nodig zijn: ook binnen onze eigen organisatie zal nog het een en ander moeten veranderen. De vredesbedrijfsvoering van de afgelopen jaren moet echt plaats maken voor een organisatie die volledig is gefocust op het leveren van gevechtskracht. Bij alles moeten we ons blijven afvragen wat onze bijdrage daaraan is en als er nauwelijks of geen bijdrage is, laat het dan maar zitten. Die focus is van levensbelang, zeker bij de officieren van de Koninklijke Marine.

Gewaardeerde leden, mijn wacht zit erop, ik ga het journaal invullen. Ik wens mijn aflosser een hele goede wacht en u allen fair winds and following seas.

Meer columns van Rob Pulles

KLTZ Rob Pulles EMSD was voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren. Zijn columns vormen het voorwoord op de Marinebladen van oktober 2020 t/m juli 2024.

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave