Van Walrus naar Orka

Een nieuwe fase voor de Onderzeedienst

Door KTZ P.J. Hol MSc EMSD en KLTZ P.J.L. Peters MA


Abstract

De vervanging van de Walrusklasse door de Orkaklasse vraagt om een ingrijpende transitie van de Onderzeedienst organisatie. Dit artikel schetst de visie op het Programma Transitie Onderzeedienst (PT OZD), gericht op het herstellen van structurele tekortkomingen en het waarborgen van de inzetbaarheid. De kern van de vernieuwing ligt in het Dual Crew Concept, waardoor de vaardagen toenemen zonder personele overbelasting. De walorganisatie wordt versterkt, opleidingen efficiënter gemaakt met AR/VR en het onderhoud gemoderniseerd via de Maintenance Valley Submarines. Deze integrale transformatie van personeel, opleiding en infrastructuur is essentieel om de unieke nichecapaciteit van de Onderzeedienst voor de toekomst te garanderen.


Beeld: Naval Group

Inleiding

Op 15 maart 2024 maakte toenmalig staatssecretaris van Defensie Christophe van der Maat bekend dat Nederland de opdracht voor vier nieuwe onderzeeboten heeft gegund aan de Franse Naval Group. Daarmee is de vervanging van de Walrusklasse officieel van start gegaan.

 

De aanschaf van de Orkaklasse betekent veel meer dan de vervanging van materieel. Ook de organisatie aan de wal, die de onderzeeboten in de volle breedte ondersteunt, ondergaat ingrijpende veranderingen. Dit artikel schetst hoe die toekomstige organisatie er in grote lijnen uit gaat zien, welke veranderingen zijn voorzien ten opzichte van de huidige situatie en waarom deze transitie essentieel is voor de operationele inzetbaarheid van de Nederlandse onderzeeboten. Omdat de definitieve besluitvorming over de inrichting van de organisatie nog moet plaatsvinden, moet dit artikel vooral worden beschouwd als een visie op de veranderopgave.

Waarom een nieuwe organisatie?

Hoewel een onderzeeboot in hoge mate zelfstandig kan opereren, blijft ondersteuning vanaf de wal onmisbaar, zeker op de langere termijn. Onderhoud, opleiding, aansturing en logistieke ondersteuning aan de wal zijn bepalend voor het succes van de inzet. Voor de Onderzeedienst is dat belang wellicht nog groter dan voor de bovenwatervloot, vanwege de complexe techniek, de kleine bemanningen en de uitzonderlijk hoge veiligheidseisen. De huidige organisatie sluit niet volledig aan bij de technische en operationele karakteristieken van de Orkaklasse. Deze beschikken over moderne technologie en varen met een aanzienlijk kleinere bemanning. Bovendien zijn bij eerdere overgangen — van de Driecilinders aanvang jaren ’60 en de Zwaardvisklasse in de jaren ’70, naar de Walrusklasse vanaf de vroege jaren ‘90 — organisatorische tekortkomingen ontstaan. Zo is gebleken dat de opbouw van het personeelsbestand niet in balans met de ervaren in-, uit-, en doorstroomcijfers.


‘De nieuwe onderzeeboten beschikken over moderne technologie en varen met een aanzienlijk kleinere bemanning’


De komst van de Orkaklasse biedt kans deze tekortkomingen te herstellen en de organisatie toekomstbestendig in te richten. De noodzaak daartoe is groot: de huidige veiligheidssituatie vraagt om gegarandeerde inzetbaarheid van de onderzeebootcapaciteit, een capaciteit die volgens een eerdere staatssecretaris van Defensie ‘van rechtstreeks belang is voor de nationale veiligheid van Nederland als zeevarende natie’. [i]

Drie generaties onderzeeboten op de RDM-werf medio jaren 90: een uit dienst genomen driecilinder, de Zeehond, staat als testinstallatie op de werf (midden). Hr.Ms. Zwaardvis en Tijgerhaai (rechtsvoor) worden klaargemaakt voor verkoop. Linksvoor Hr.Ms. Zeeleeuw (foto: Traditiekamer OZD)Drie generaties onderzeeboten op de RDM-werf medio jaren 90: een uit dienst genomen driecilinder, de Zeehond, staat als testinstallatie op de werf (midden). Hr.Ms. Zwaardvis en Tijgerhaai (rechtsvoor) worden klaargemaakt voor verkoop. Linksvoor Hr.Ms. Zeeleeuw (foto: Traditiekamer OZD)

Van introductiecommissie naar transitieprogramma

De eerste contouren van de toekomstige Onderzeedienst-organisatie werden al in 2017 verkend. Toenmalig groepsoudste OZD KTZ Herman de Groot richtte kort na uitkomen van het DMP-A document[ii] de Introductiecommissie op, die een bedrijfsvoeringsconcept ontwikkelde voor de ondersteuning en exploitatie van de toekomstige capaciteit. Aan de basis van dit concept stond het door de Directie Plannen (DPLAN) ontwikkelde Concept of Operations (CONOPS). Het CONOPS, alsmede het bedrijfsvoeringsconcept, vormden de basis voor de eisen aan de nieuwe onderzeeboten en voorspelden noodzakelijke veranderingen in de bedrijfsvoering binnen het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK).

Na de contractondertekening in 2024 besloot de Admiraliteitsraad, gezien de complexiteit van de veranderingen, de Introductiecommissie te vervangen door het Programma Transitie Onderzeedienst (PT OZD), onder leiding van KTZ Pim Hol. Naast het verwervingsprogramma Vervanging Onderzeeboten (VOZBT) bij het Commando Materieel & IT (COMMIT), bestaat nu dus een afzonderlijk transitieprogramma dat zich richt op de organisatie. Dit programma kent vijf deelprojecten: Bedrijfsvoering, Personeel, Opleiden & Trainen, Onderhoud en Vastgoed & infrastructuur.

Het programma heeft een tweeledige doelstelling: CZSK moet gereed zijn voor de ingebruikname van de Orkaklasse, met alle operationele en organisatorische aspecten, en tegelijkertijd de operationele inzetbaarheid van de Walrusklasse behouden volgens de eisen die de Commandant der Strijdkrachten (CDS) stelt in de Aanwijzing Gereedstelling Defensie (AGDEF). Deze doelstelling vormt het houvast voor alle deelprojecten van PT OZD en biedt de mogelijkheid om lessen uit het verleden mee te nemen, processen te moderniseren en de Onderzeedienst toekomstbestendig te maken.

Staatsecretaris van Defensie Gijs Tuinman ondertekent het contract voor de nieuwe Orkaklasse onderzeeboten, september 2024 (foto: P. Tolenaar | MCD)Staatsecretaris van Defensie Gijs Tuinman ondertekent het contract voor de nieuwe Orkaklasse onderzeeboten, september 2024 (foto: P. Tolenaar | MCD)

Net als het Programma VZOBT, namelijk één van de grootste defensieprojecten ooit, mag ook het programma PT OZD rekenen op grote politieke belangstelling. Mede om die reden, maar vooral ook om de grote relevantie van een succesvolle realisatie van de transitie, is dit programma op hetzelfde niveau gepositioneerd in de governance als het programma VOZBT. Beide programma’s vallen dan ook onder dezelfde stuurgroep, de ‘Programmaboard’ genoemd, dat wordt voorgezeten door DPLAN waarin onder andere de Hoofddirectie Financiën en Control en het Directoraat-Generaal Beleid zijn vertegenwoordigd.

Fasering en tijdlijn

Voor de transitie van de Onderzeedienst worden vier hoofdfasen in de overgang naar de Orkaklasse onderscheiden:

1. Ontwerpfase (2025)
In 2025 zijn de belangrijkste inrichtingsprincipes van de toekomstige Onderzeedienst uitgewerkt en vastgelegd. De contouren van de toekomstige organisatie en het transitiepad zijn nu duidelijk, zodat de uitvoering gericht kan starten. Ook zijn risicomanagement, kwaliteitsmanagement en een monitoring- en sturingsystematiek ingericht om grip op de uitvoering van de transitie te houden.

2. Voorbereidingsfase (2026–2030)
Vanaf 2026 volgen de eerste concrete stappen. De werving van personeel voor de Orkaklasse begint, parallel aan de instroom voor de Walrusklasse. Tegelijkertijd worden faciliteiten, vooral bij DMI, aangepast om beide klassen te ondersteunen. Aan het einde van deze fase is de OZD-Enterprise klaar om twee klassen onderzeeboten te bedienen.

3. Fase met twee klassen (2030–2035)
Vanaf 2030 beschikt CZSK tijdelijk over zowel Walrus- als Orkaklasse boten. De eerste Orka-bemanning treedt dat jaar aan in Frankrijk. In deze periode moeten personeel, training, onderhoud en infrastructuur deels dubbel worden ingericht: de Walrusklasse blijft inzetbaar, terwijl de Orkaklasse wordt opgebouwd. Zodra de eerste twee Orka’s operationeel zijn, wordt de Walrusklasse uitgefaseerd. Zo wordt een capability gap in de onderzeebootcapaciteit voorkomen.

4. Volledige overgang naar de Orkaklasse (vanaf 2035)
Vanaf 2035 opereert de Onderzeedienst uitsluitend met Orkaklasse boten. De organisatie groeit verder tot volledige ondersteuning is gerealiseerd. De Walrusklasse en verouderde infrastructuur worden afgestoten. Wanneer de eerste Orka rond 2040 haar langdurig onderhoud ingaat, is de transitie voltooid en wordt het programma afgerond.

Aan de hand van de deelprojecten van Programma Transitie Onderzeedienst worden de grootste veranderingen in onderstaande paragrafen uiteengezet.

Operationele bedrijfsvoering

De Orkaklasse bestaat, net als de Walrusklasse, uit vier eenheden. Gezien de veranderde veiligheidsomgeving kiest CZSK voor een dual crew-concept, waarbij elke onderzeeboot twee bemanningen heeft die elkaar regelmatig aflossen. Dit maakt het verhogen van het aantal vaardagen mogelijk, zonder de personele belasting te vergroten. Hierbij geldt dat de onderzeeboot die langdurig onderhoud ondergaat beschikt over één onderhoudsbemanning. 

De payload van de Orka is aanzienlijk uitgebreider dan die van de Walrus: een mix van torpedo’s, anti-scheepsraketten en Maritime Strike (land-attack) Missiles, met eventueel aanvullende systemen zoals luchtdoelraketten en UXVs. Voor speciale operaties beschikt de Orka in tegenstelling tot de Walrusklasse over een dry shelter, een ruimte specifiek voor een team van MARSOF-operators en hun uitrusting, die op druk gebracht kan worden op het moment van inzet. Hierdoor kan het team snel, gelijktijdig de boot onderwater verlaten. Deze uitbreiding van capaciteiten vraagt om een flexibele organisatie aan de wal, waarin onderhoud, training en logistiek efficiënt worden afgestemd om zowel routineoperaties als speciale opdrachten te ondersteunen. En natuurlijk moet ook de bedrijfsvoering aan boord van de Orka ingeschoren zijn op deze nieuwe (wapen)systemen.

Afbeelding10

 

Personeel: een robuuste en flexibele organisatie

De weeffouten in de organisatie, die bij de introductie van de Walrusklasse zijn ontstaan, de structurele onderrealisatie van instroom en de beperkte omvang van de totale Onderzeedienst hebben geleid tot een kwetsbare personele basis. Voor de nieuwe Onderzeedienst met de Orkaklasse wordt gestreefd naar een gezonde personeelsopbouw, waarin niet langer uitsluitend wordt uitgegaan van een gesloten personeelssysteem. Een levenslange loopbaan binnen de dienst blijft mogelijk, maar horizontale instroom op hogere rangen en van buiten Defensie krijgt een substantiëlere plaats. Daarbij is er aandacht voor een evenwichtige vaar-wal- en werk-privébalans, afgestemd op de levensfase van de militair, waarbij operationele inzetbaarheid wordt gemaximaliseerd. Dit alles wordt ondersteund door een ingerichte en werkende strategische personeelsplanning, die de samenhang bewaakt tussen instroom, doorstroom en uitstroom, en richting geeft aan toekomstige personele beslissingen.


‘De bemanning van een Orkaklasse-onderzeeboot zal uit ongeveer 37 personen bestaan – aanzienlijk minder dan de 54 van de Walrusklasse’


Een belangrijk element hierin is het eerdergenoemde dual crew-concept. De bemanning van een Orkaklasse-onderzeeboot zal uit ongeveer 37 personen bestaan – aanzienlijk minder dan de 54 van de Walrusklasse. Doordat het huidige aantal van zes bemanningen wordt aangehouden, blijft de totale varende sterkte vrijwel gelijk. Dit garandeert zowel een brede basis voor ervaring als een robuuste organisatie: het uitvallen van één functionaris heeft geen directe gevolgen voor de inzetbaarheid van de rest van de klasse. De walorganisatie wordt uitgebreid, zodat ook daar voldoende functies beschikbaar zijn die aansluiten bij verschillende levensfasen en loopbaanstappen. Zo ontstaat een duurzaam personeelsstelsel waarin varende- en walfuncties elkaar in balans houden.

De technische complexiteit van de Orka vraagt een andere verdeling van kennis en verantwoordelijkheden. De bemanning aan boord bestaat voornamelijk uit operators die de systemen bedienen en slechts beperkt reparaties uitvoeren, terwijl diepere technische expertise geconcentreerd is bij onderhoudspersoneel en kenniscentra aan de wal, zoals DMI, het Maritime Warfare Centre en de NL-BE Operationele School. Deze specialisten leveren niet alleen ondersteuning, maar dragen ook actief bij aan kennisoverdracht, bijvoorbeeld via opleidingen en inzet als searider. Zo ontstaat een symbiose tussen wal en varende eenheden, waarin een plaatsing aan de wal een logische stap vormt binnen de ervaringsopbouw en de continuïteit van kennis gewaarborgd is.

De technische complexiteit van de Orka vraagt een andere verdeling van kennis en verantwoordelijkheden. Foto: CDS Onno Eichelsheim tijdens een bezoek aan de Onderzeedienst, oktober 2025 (Mediacentrum Defensie)

Opleiding en training 

De Onderzeedienst hanteert het zogenaamde afoefensysteem, waarin jonge matrozen en officieren zich door studie en praktijkopdrachten kwalificeren aan boord en hun ‘flipper’ behalen. Het principe van dit systeem is waardevol, maar uitvoering kost veel tijd en vraagt soms om kennis die in de dagelijkse praktijk nauwelijks wordt toegepast.

Het opleidingssysteem van de toekomst wordt aanzienlijk efficiënter dan het huidige systeem. Zo komen nieuwe militairen basisbekwaam aan boord en kunnen vanaf dag één zelfstandig functioneren. Verdere kwalificatie en vakbekwaamheid worden ontwikkeld via een verbeterd afoefensysteem, waarbij het leren aan de wal plaatsvindt tenzij operationele noodzaak het aan boord vereist. Hierdoor kunnen vaardagen vooral worden ingezet voor oefeningen en inzet, nationaal of in bondgenootschappelijk verband.

Trainingen richten zich zowel op het individu als op de bemanning als geheel. Periodieke kwalificatietoetsen controleren de individuele vaardigheden, terwijl bemanningen in opwerkcycli gezamenlijk worden beoordeeld. Wanneer een bemanning een boot overneemt van een zusterbemanning, volstaat een korte toets; een volledig opwerktraject is niet meer nodig. Bij de modernisering van opleiding en training wordt gebruik gemaakt van innovatieve hulpmiddelen zoals augmented reality en virtual reality. Dit versnelt leerprocessen en verhoogt de effectiviteit van trainingen. Tegelijkertijd waarborgt dit systeem de continuïteit van kennis en de inzetbaarheid van bemanningen, ook in het licht van de toenemende complexiteit van de Orkaklasse.

Instandhouding onderzeeboten

Onderhoud, als voorwaarde voor materiële gereedheid, is bij onderzeeboten zowel essentieel als complex. Essentieel, omdat onderwatervaren uitzonderlijk hoge eisen stelt aan de betrouwbaarheid van systemen – vergelijkbaar met de luchtvaart. Complex, omdat een onderzeeboot bestaat uit vele samenhangende subsystemen en tienduizenden onderdelen. De afgelopen jaren heeft DMI steeds kwaliteit geleverd, maar het tijdig afronden van onderhoud werd steeds uitdagender. Een belangrijke oorzaak is dat componenten doorgaans worden gereviseerd nadat zij van boord komen, in plaats van te kunnen worden vervangen door gebruiksgereed materieel uit voorraad.

Den Helder, Nieuwe Haven. 22 juni 2016..De Dienst Materiële Instandhouding (DMI) voorziet in het periodiek en groot onderhoud van alle boven- en onderwater eenheden van de Koninklijke Marine.. Foto: Instandhoudingsgroep Onderzeedienst.Foto: Instandhoudingsgroep Onderzeedienst

Het onderhoudssysteem van de Orkaklasse is ingericht om zowel efficiënter in tijd als effectiever in resultaat te zijn. De boten liggen zo kort mogelijk in Den Helder, met onderhoudsschema’s die zijn afgestemd op de planning van de fabrikant. Ook ongepland onderhoud – tijdens gereedstelling of op zee – wordt binnen dit systeem doelmatig uitgevoerd. Effectief onderhoud betekent dat een boot na afronding aantoonbaar en gegarandeerd inzetgereed is. DMI blijft als hoofdregisseur eindverantwoordelijk voor het onderhoud.

Het verkorten van de onderhoudsdoorlooptijd vraagt om een gewijzigde onderhoudsfilosofie. Revisies worden zoveel mogelijk losgekoppeld van het individuele platform en uitgevoerd op componentniveau. Dat vereist grotere voorraden en een hechtere samenwerking met de industrie. Deze geïntegreerde benadering – aangeduid als Maintenance valley submarines– sluit aan bij ervaringen van de Luchtmacht met de F-35 en benut de kracht van een gezamenlijke onderhoudsketen waarin Defensie en industrie nauw samenwerken. Tegelijkertijd blijft de instandhouding van de Walrusklasse noodzakelijk gedurende de invoering van de Orkaklasse. Via het project verlenging End Life of Type (ELOT) Walrusklasse wordt de operationele inzetbaarheid van de huidige onderzeeboten gegarandeerd totdat de nieuwe klasse volledig operationeel is.

Door deze integrale benadering ontstaat een toekomstbestendig onderhoudssysteem dat de inzetbaarheid van de onderzeebootvloot, de continuïteit van kennis en ervaring, en de robuustheid van de Onderzeedienst waarborgt.

Vastgoed & infrastructuur

De Onderzeedienst is momenteel verspreid over meerdere locaties in Den Helder: steiger 19 (afmeerpositie van de boten, het stafgebouw en de damage control trainer), de operationele school voor onderzeedienstonderwijs en het schepenliftcomplex bij DMI waar onderhoud van de onderzeeboten en het torpedo werkschip Zr.Ms. Mercuur wordt voorbereid en uitgevoerd. Daarnaast zijn er kleinere faciliteiten, bijvoorbeeld op het Maritiem Operatie Centrum (MOC) van de Admiraliteit Benelux (ABNL).


‘Het huidige stafgebouw en externe locaties zijn te klein om het dual crew-concept volledig te faciliteren’


De komst van de Orkaklasse, met een tonnage dat aanzienlijk groter is dan de Walrusklasse, maakt aanpassingen aan de infrastructuur onvermijdelijk. De huidige schepenlift kan dit gewicht niet dragen en ook de vloerconstructie van het complex moet worden versterkt. Tegelijkertijd vraagt de nieuwe trainingsfilosofie (‘aan de wal tenzij’) om nieuwe en modernere trainers. Dit biedt de kans om operationele en damage control-trainers te clusteren en kennisdeling te verbeteren. Andere ontwikkelingen, zoals waterveiligheid of regelgeving inzake plofzones, kan fysieke verplaatsing van de afmeerlocatie noodzakelijk maken. Voor een soepele bedrijfsvoering en de uitvoering van het dual crew-concept is het van belang dat boten, staf en ondersteunende functies dichtbij elkaar zijn gehuisvest. Het huidige stafgebouw en externe locaties zijn te klein om dit concept volledig te faciliteren, aangezien bemanningen die niet op zee zijn werkplekken nodig hebben voor administratieve taken, opleiding en training.

'Aanpassingen aan de infrastructuur houden ook rekening met veiligheidseisen en de interoperabiliteit met andere platformen binnen CZSK'. Foto: Zr.Ms. Bruinvis en Zr.Ms. Mercuur op oefening nabij Stavanger, december 2019 (Mediacentrum Defensie)

Aanpassingen aan de infrastructuur houden ook rekening met veiligheidseisen en de interoperabiliteit met andere platformen binnen CZSK en relevante NAVO-partners. Door faciliteiten te versterken, functies te clusteren en logistieke processen op elkaar af te stemmen, ontstaat een samenhangende omgeving die zowel de Walrus- als de Orkaklasse optimaal kunnen ondersteunen, terwijl kennisdeling en efficiënt gebruik van middelen wordt bevorderd.

Samenhang met andere projecten

De transitie van de Onderzeedienst staat niet op zichzelf. Lopende en geplande projecten zoals de vervanging van de MK48-torpedo[iii], de vervanging van Zr.Ms. Mercuur en het Maritime Strike-project zijn nauw verbonden met de invoering van de Orkaklasse. Deze projecten beïnvloeden onder meer de eisen aan trainers, onderhoud en operationele concepten, en benadrukken het belang van integrale sturing binnen het Programma Transitie Onderzeedienst. Door de onderlinge samenhang en afhankelijkheden tussen de deelprojecten Personeel, Opleiden & Trainen, Materieel Logistiek en Vastgoed & Infrastructuur en andere (waaronder voornoemde) projecten goed in kaart te brengen en te monitoren, is het mogelijk om de transitie op een integrale, gecontroleerde manier uit te voeren.

Conclusie

De Orkaklasse onderzeeboten vormen, net als hun illustere voorgangers, een nichecapaciteit binnen de NAVO: in staat tot langdurige, zelfstandige en expeditionaire inzet. Voor het zover is, moet de organisatie rondom de boten ingrijpend veranderen. In de komende maanden worden concrete plannen ter besluitvorming voorgelegd en al vanaf 2026 worden de eerste stappen gezet om deze transformatie daadwerkelijk vorm te geven. Dat gebeurt terwijl de Walrusklasse operationeel blijft en haar waarde bewijst.

De transitie naar de Orkaklasse is niet alleen een materieelproject, maar ook een brede organisatorische vernieuwing van de Onderzeedienst. Door de integrale aanpak van het Programma Transitie Onderzeedienst — van personeel en opleiding tot onderhoud en infrastructuur — ontstaat een moderne, toekomstbestendige organisatie, klaar voor de uitdagingen van de komende decennia. En dat is maar goed ook; de huidige veiligheidssituatie roept om onderzeeboten: ‘ongezien en doeltreffend’.

 

Noten

[i] Staatsecretaris van Defensie mevr. Drs. B. Visser, Toekomst Nederlandse Onderzeedienst, 13 december 2019 (Kamerstuk 34 225 – 24) pagina 1 

[ii] Directie plannen Afdeling Maritiem Optreden, DMP-A document vervangende Onderzeebootcapaciteit, 23 september 2016

[iii] Staatsecretaris van Defensie Dhr. G.P. Tuinman, Gecombineerde A-brief materieelprojecten, 23 april 2025, (Kamerstuk 27830-463)

 

Gerelateerd

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave