Omgaan met de Nucleaire Dieptebom
Een bijzondere Koude Oorlog-taak van de Marineluchtvaartdienst
Door D. Vocking MA
Abstract
Tijdens de Koude Oorlog had de Marineluchtvaartdienst (MLD) een taak waar decennialang nauwelijks over werd gesproken: de inzet van nucleaire dieptebommen tegen Sovjet-onderzeeboten. In dit diepgravende artikel beschrijft historicus Dirk Vocking hoe Nederlandse bemanningen van de Neptune en later de Orion trainden op Britse bases om het krachtigste wapen uit het NAVO-arsenaal in te zetten. Van de 'rode R' op personeelskaarten tot de tactiek van 'vol gas en wegwezen': een reconstructie van een bijzondere en streng geheime periode uit de Nederlandse maritieme geschiedenis, met lessen die ook vandaag de dag weer relevant zijn.
Lockheed P-2C (Update II) Orions van de Marineluchtvaartdienst op het platform, 1999 (foto: collectie NIMH)
Inleiding
Het bondgenootschap tussen de Verenigde Staten en Europese NAVO-landen staat momenteel onder druk. Twijfel over de Amerikaanse nucleaire garantie dwingt Europese landen opnieuw na te denken over hun strategische afhankelijkheid en eigen afschrikkingsvermogen. De huidige zorgen over Europese nucleaire afhankelijkheid zijn niet los te zien van de lange historische lijn van trans-Atlantische samenwerking. Al tijdens de Koude Oorlog was het Europese veiligheidsbeleid nauw verweven met Amerikaanse nucleaire capaciteiten.
Voor het maritieme domein gaat het dan om de operaties van de Nederlandse Marineluchtvaartdienst (MLD) tijdens de Koude Oorlog. Deze was betrokken bij de (voorbereidingen van) Anti-Submarine Warfare (ASW) in de Atlantische Oceaan. Uit gedetailleerd onderzoek van Nederlandse en buitenlandse historici is te achterhalen hoe de MLD opereerde om Sovjet-onderzeeboten op te sporen en te volgen.[i] Een aspect bleef onderbelicht: het wapen waarmee de MLD de onderzeeboten zou gaan vernietigen ten tijde van oorlog, de nucleaire dieptebom (NDB).
Het is begrijpelijk dat er weinig bekend is over dit onderwerp. Details over voorbereidingen en gebruik van militair-nucleaire inzet in NAVO-verband in de Koude Oorlog krijgen uit oogpunt van onder meer de Archiefwet 1995 en de hieruit voortkomende aanmerking ‘bondgenootschappelijk belang’ namelijk het predicaat streng geheim. Dit maakt dat betrokken dossiers de komende decennia niet zijn in te zien. Dit geldt ook voor het gegeven dat Nederland afhankelijk was van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voor het handhaven van voornoemde nucleaire taak. Geheimhouding was, en blijft, een vereiste. Het lijkt erop dat Nederland aangaande deze materie hier strikter in is dan mogelijk noodzakelijk, om zo geen bondgenoten voor het hoofd te stoten. Historicus C. Wiebes duidt dit als ‘[the] challenge of over-classification’.[ii] Ondanks deze barrière, valt uit openbare bronnen veel te leren over deze bijzondere nucleaire taak van de MLD tijdens de Koude Oorlog.
Dit artikel gaat, na een introductie over de context rondom de invoering van nucleaire taken in de Nederlandse krijgsmacht in de jaren zestig, in op de specifieke nucleaire taak van de MLD, het wapen zelf en de betrokken MLD-wapenplatforms, het politieke besluit de NDB als taak af te voeren, alsook de tactisch-strategische gevolgen hiervan. Deze bijdrage sluit af met een conclusie en een hieruit voortkomend advies over hoe om te gaan met bijzondere vormen van ASW.
USS Agerholm (DD-826) op de voorgrond van een nucleaire explosie onderwater, Operation Dominic in mei 1962. De Agerholm was het eerste oppervlakteschip dat een nucleair ASW-wapen afvuurde (foto: US GOV)
De Koninklijke Marine krijgt een nucleaire taak
Het verhaal van de NDB begint in de beginjaren van de Koude Oorlog. Kernwapentechnologie was nog gloednieuw, en de US Navy zag potentie in kernwapens als inzetmiddel bij ASW-operaties. In 1955 werd tijdens Operation Wigwam de eerste test uitgevoerd met een NDB.[iii] Het betrof tactische kernwapens, ontworpen met beperkte militaire doelwitten in gedachte; in dit geval vijandelijke onderzeeboten.[iv] Dit verschilt van strategische kernwapens, die wat betreft doel, actieradius en slagkracht ontworpen zijn voor grotere, verre (intercontinentale) doelen zoals steden en infrastructuur.
Destijds hanteerden de Verenigde Staten en de NAVO de massive retaliation-doctrine, waarbij nucleaire wapens voor het Westen de balans moesten herstellen tegen de militaire overmacht van het Sovjetleger.[v] De Amerikanen verwachtten dat Europese bondgenoten eveneens nucleaire taken op zich zouden nemen onder VS-toezicht en verantwoording en stelden daarvoor hun arsenaal ter beschikking. De Koninklijke Marine (KM) had hier in navolging van de eigen land- en luchtstrijdkrachten ook belangstelling voor, hoewel de Admiraliteit deze inzetmiddelen destijds als relatief minder belangrijk beschouwde. Het was voor de zeestrijdkrachten eerder een prestigekwestie.[vi]Onderhandelingen met de VS over een potentiële nucleaire taak voor de KM begonnen rond 1960 tegelijkertijd met de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht. In tegenstelling tot de twee andere OPCO’s zou het voor de marine veel langer duren voordat de eigen nucleaire taak een operationele status kreeg.[vii]
Het eerste plan was om NDB’s op het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman te plaatsen.
Overigens was het eerste Amerikaanse idee inzake nucleaire bewapening van de KM, de voor de Nederlandse kruisers beoogde Terrier anti-luchtdoelraketten tevens van een atoomlading te kunnen voorzien. Hier kwam echter weinig van terecht.[viii] Vervolgens ontstonden twee plannen die een parallelle ontwikkeling doorliepen. Het eerste plan was om NDB’s op het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman te plaatsen voor gebruik door de Grumman S-2 Tracker-boordvliegtuigen.[ix] Het tweede plan was de NDBs op te slaan aan land, bestemd voor de Lockheed Neptune-patrouillevliegtuigen van MLD-squadron (VSQ) 320.
De voorbereidingen voor beide plannen begonnen in de jaren 1960–1965. Zo werden de bemanningen van zowel de Neptunes als de Trackers opgeleid op diverse locaties in Europa en de VS om met nucleaire wapens om te gaan, en werd de Doorman heringericht om deze wapens te huisvesten.[x] De insteek om van de Doorman een zogenaamde floating stockpile te maken, werd door Washington uitgesteld.[xi] Na 1965 had de Verenigde Staten dit idee achter de schermen waarschijnlijk al afgewezen. Maar een definitief einde inzake NDB-inzet vanaf de Doorman kwam er medio 1968, toen een zware brand de carrier trof en deze hierna werd verkocht.[xii]


Luitenant ter zee van speciale diensten der 2e klasse H.G.W.M. Bornhijm (r) en een sensoroperator in een Lockheed SP-2H Neptune (foto: collectie NIMH)
Hiermee kwam de nucleaire taak van de KM volledig te liggen bij de Neptunes van VSQ320.[xiii] Aanvankelijk was het plan dat er NDBs in Nederland moesten worden opgeslagen, mogelijk in Den Helder. De Verenigde Staten had al meerdere locaties waar NDBs waren opgeslagen in zogeheten special weapons storage sites in het Verenigd Koninkrijk.[xiv] Uiteindelijk besloot de US Navy dat het makkelijker was als de Nederlandse Neptunes daar gebruik van zouden kunnen maken. Te meer daar de KM en de MLD in oorlogstijd grotendeels vanuit het Verenigd Koninkrijk zouden opereren. De onderhandelingen hierover tussen de VS en het VK over deze materie trapten omstreeks 1965 af.[xv]
Wanneer nu precies de MLD operationeel gereed was haar nucleaire taak uit te voeren, is moeilijk te duiden. Onderhandelingen tussen de Britten en Amerikanen verliepen traag, maar lijken afgerond te worden rond 1968 De bemanningen werden namelijk hierna opgeleid om het wapen te kunnen inzetten. Een jaar later zouden de eerste MLDers pas volledig gecertificeerd zijn om met de NDB te opereren.[xvi] Op zijn vroegst was de KM inzake haar nucleaire taak dus in 1969 operationeel.[xvii] De laatste onderhandelingen met de VS op diplomatiek gebied werden echter pas volledig afgerond in 1974.[xviii]
Door snelle technologische ontwikkelingen bij de Sovjetmarine werden diens onderzeeboten stiller, sterker, sneller en konden dieper en langer onder water opereren.[xix] Voor de MLD betekende dit dat de nucleaire dieptebom al snel het enige wapen was dat met enige zekerheid een Sovjet sub kon vernietigen.[xx] Dit was voor de NAVO van groot belang aangezien tientallen van deze onderzeeboten als de toenmalige moderne Yankee- en Delta-klasse, strategische nucleaire raketten aan boord hadden (SSBNs).[xxi] De NDB was in die zin een van de weinige wapens die de verwoesting van Europese en Amerikaanse steden kon voorkomen.[xxii]
Situatieschets midden jaren ’70 (cartografie: E. van Oosten, NIMH)
Een Amerikaans wapen in het Verenigd Koninkrijk
Voor het ophalen van de NDB moest de MLD naar het Verenigd Koninkrijk, waarvoor het twee locaties aangewezen kreeg. De eerste en aanvankelijk enige locatie was RAF basis St. Mawgan in Cornwall, in zuidwest Engeland.[xxiii]Deze locatie is waarschijnlijk gekozen met de gedachte dat de MLD met de NDB de Sealines of Communications (SLOCs) in de zogeheten Western Approaches (zie kaartillustratie) zou beschermen.[xxiv] Al gauw verschoof het voorziene strijdtoneel in de Atlantische Oceaan naar de veel noordelijk gelegen Greenland, Iceland and the United Kingdom (GIUK) gap, waardoor de strategische waarde van St. Mawgan afnam. Het is daardoor waarschijnlijk dat de MLD tussen 1970 en 1975 RAF Machrihanish in West-Schotland toegewezen kreeg als tweede locatie.[xxv]
Het feit dat de opslaglocaties in Groot-Brittannië waren gesitueerd, betekende ook dat Nederland nauwelijks invloed had op de nucleaire taak van de KM. Den Haag had in vergelijking met grotere Europese NAVO-lidstaten zoals Italië en het VK al relatief weinig invloed op de kernwapens die op eigen grondgebied waren opgeslagen.[xxvi] De KM kreeg vrijwel geen inzicht in de activiteiten rondom de nucleaire dieptebom buiten de activiteiten van de MLD. Zo concludeert de Marstaf in 1970: ‘van enige samenspel met de vertegenwoordiger van CMLD-NED was geen sprake’.[xxvii]
Buiten St. Mawgan en Machrihanish is met enige zekerheid te zeggen dat NDBs opgeslagen waren op NAS Sigonella, Sicilië, in Italië.[xxviii] Voor haar nucleaire taak maakte de MLD in principe nooit gebruik van Sigonella. Op marinevliegkamp Valkenburg zijn overigens nooit NDBs ondergebracht, niettegenstaande geruchten bij de buitenwacht dat deze wapens daar lagen opgeslagen. Het vliegkamp werd er waarschijnlijk van verdacht omdat er dummy’s van de NDB te vinden waren waarmee de MLD oefende in het beladen van het wapen.[xxix]
Voor het handhaven van de nucleaire taak werden strenge eisen gesteld aan de betrokken bemanningen. Om in aanmerking te komen voor dit type operaties, werden tevoren al background checks gedaan van betrokken militairen alsook van hen een schaduwarchief bijgehouden.[xxx] De nucleaire KM-taak stond intern bekend als het ‘R-programma’. De personeelskaart van betrokkenen was niet toevallig gemarkeerd met een rode ‘R’.[xxxi] De bemanning in kwestie moest één tot twee keer per maand op Valkenburg oefenen voor het beladen van het wapen.[xxxii]Bovendien moest de crew zich elk kwartaal opnieuw kwalificeren om het wapen te mogen gebruiken, waarvoor deze MLDers naar een van de in Groot-Brittannië gelegen NDB-opslaglocaties vloog.
Dummy van een B-57 nucleaire dieptebom waarmee de MLD vanuit het VK zou opereren (foto: collectie NIMH)
Het type NDB waarmee de MLD vanuit het VK zou opereren was de B-57, ook wel 550-ponds genoemd.[xxxiii] Dit is een compound warhead, wat inhield dat het wapen kon worden ingesteld op een explosieve kracht van 5, 10 of 20 kiloton, meestal vooringesteld op 10 kiloton.[xxxiv] Bij detonatie had het vliegtuig tien tot twintig seconden om te ontsnappen. Volgens een MLD-veteraan zou dan de situatie zijn ‘vol gas en wegwezen’.[xxxv] Vriendschappelijke eenheden werden vooraf gewaarschuwd met het codewoord dustbin: ‘aware aware, dustbin dustbin’.[xxxvi]
Bij detonatie had het vliegtuig tien tot twintig seconden om te ontsnappen.
Ogen van de vloot
Opvallend aan de nucleaire MLD-taak was, dat de KM hiermee tijdens een groot deel van de Koude Oorlog weliswaar kon beschikken over het voor haar meest krachtige wapen, maar tegelijkertijd twijfelde over de effectieve inzet ervan. Dit komt vooral door het wapenplatform dat de NDB tot 1982 moest afwerpen; de Lockheed Neptune (P2V-7B).[xxxvii] Het was twijfelachtig of de Neptune geschikt was voor reguliere ASW-operaties. Het toestel kon weliswaar enorme afstanden overbruggen en tot wel twaalf uur lang opereren, maar miste de sensoren om onderzeeboten daadwerkelijk te vinden. In de praktijk was de Neptune niet meer dan een wapendrager, ook in de context van ASW operaties met de NDB waarvan het er twee kon dragen.
Even problematisch was de communicatie tussen een Neptune en bevriende vlooteenheden of met het Maritime Headquarters in Northwood. Communicatie kon lang duren en door slecht weer gemakkelijk verstoord raken. Volgens richtlijnen van SACLAND had de bemanning twee minuten om een NDB in te zetten nadat contact met een onderzeeboot was verloren.[xxxviii] Gezien de beperkte detectiemethoden en communicatieapparatuur aan boord was het onwaarschijnlijk dat een Neptune voldoende lang een onderzeeboot kon ‘vasthouden’ om de NDB in te zetten. In 1969 kwam het voor de MLD tot aanschaf van de modernere Bréguet Atlantic, een vliegtuig van Franse makelij. Alleen toestellen van VS-makelij kwamen evenwel in aanmerking voor het dragen van Amerikaanse kernwapens.[xxxix] Het is daarom niet onwaarschijnlijk dat de keuze voor de Franse Atlantic een van de redenen was dat de Neptunes zo lang in MLD-dienst zijn gebleven. Het waren voor dat moment de enige MLD-vliegtuigen die de nautische nucleaire taak konden bestendigen.
Eind jaren zeventig waren de vliegtuigen zodanig gedateerd dat een vervanger dringend nodig was.[xl] De Neptunes voldeden al jaren niet meer aan NAVO-eisen en reserveonderdelen waren steeds minder beschikbaar.[xli] In de woorden van de Admiraliteitsraad was Nederland met de Neptune een ‘ongeloofwaardige oefenpartner’.[xlii] Hoewel het kabinet al in 1974 had besloten tot vervanging van het toestel, duurde het tot 1982 voordat de eerste gloednieuwe Lockheed P-3C Orion patrouillevliegtuigen op MVKV landden.
Foto: Collectie NIMH
Met de Orion beschikte de MLD meteen over de meest moderne uitrusting denkbaar, waaronder geavanceerdere sonoboeien en communicatiesystemen.[xliii] Dit patrouillevliegtuig kon bovendien drie NDBs meenemen. De nieuwe toestellen, gecombineerd met de vakkundigheid van de bemanningen, droegen zorg dat de KM een serieuzere medespeler werd inzake NAVO ASW-operaties in de noordelijke Atlantische Oceaan.[xliv]
Aanvang jaren ‘80 veranderde de strategie van het Atlantische bondgenootschap. De Sovjetunie bleek ter zee defensiever ingesteld dan eerder ingeschat. Als reactie hierop nam de NAVO een offensieve houding aan om in geval van oorlog in de Noorse Zee en noordelijke IJszee.[xlv] De MLD werd in deze context daarom permanent op NAS Keflavik in IJsland gestationeerd en richtte zich met haar operaties meer dan ooit op het surveilleren van Sovjet onderzeeboten.[xlvi] De regering van IJsland wenste het eiland nucleair vrij te houden, wat in geval van oorlog inhield dat de MLD voor inzet vanaf voornoemde basis eerst in Machrihanish de haar aangewezen NDB’s moest ophalen.[xlvii] Ondanks dat de ASW-taak met de Orion effectiever werd, leek gelet de stationering van de MLD op IJsland de nucleaire taak complexer.
Einde van de nucleaire taak
Niet lang nadat de MLD de nieuwe Orions had ontvangen kwam het einde van de nucleaire taak in zicht. Aanvankelijk voerde Nederland de diverse nucleaire taken geruisloos in, zonder hierover (politiek) echt in de openbaarheid te treden. De Nederlandse autoriteiten probeerden intussen gelet op de (bondgenootschappelijke en OPSEC) gevoeligheid ervan, informatie over kernwapentaken strikt geheim te houden.[xlviii] In de aanloop naar de jaren tachtig veranderde deze situatie.[xlix] Er ontstond toenemend druk vanuit de samenleving meer oog te hebben voor ontwapening, vooral inzake kernwapens. Inmiddels was de nucleaire taak van de MLD in de openbaarheid geraakt. Zo stelde de Volkskrant in 1973 terecht dat Nederland in oorlogstijd nucleaire dieptebommen zou kunnen gebruiken.[l] Er was zelfs een feministisch protestkamp opgezet bij marinevliegkamp Valkenburg, met de idee - die velen deelden - dat daar deze nucleaire wapens waren opgeslagen.
Toen in 1979 in NAVO-verband het besluit viel Amerikaanse nucleaire kruisvluchtwapens op Nederlands grondgebied te stationeren, ontstond de grootste protestbeweging in de geschiedenis van het land.[li] Linkse partijen maakte goed gebruik van dit sentiment in de samenleving en zetten druk op het centrumrechtse kabinet-Lubbers I (1982-1986) van deze stationering af te zien. Tegelijkertijd wilde Nederland gelet op de gepercipieerde Sovjet-Russische militaire dreiging een loyale bondgenoot blijven van de Verenigde Staten.[lii]
Uiteindelijk aanvaarde Nederland in de komst van de kruisvluchtwapens. Als compromis zou Nederland de nucleaire taken van de Landmacht en MLD laten vervallen.[liii] Dit was voor de zeestrijdkrachten een grote aantasting van haar operationele slagvaardigheid, aangezien hierdoor de effectiviteit van ASW zou verminderen, de hoofdtaak van het KM.[liv] Bevelhebber der Zeestrijdkrachten viceadmiraal J.H.B. Hulshof uitte al in aanloop naar dit besluit felle kritiek op dit regeringsvoornemen. ‘Het handhaven van de NDB in het wapenarsenaal van de Orion-patrouillevliegtuig is hierdoor noodzakelijk vanuit een militair standpunt.’[lv] De vlagofficier kreeg in Den Haag weinig bijval.
Een vliegformatie van de MLD bestaande uit een Breguet Atlantic SP-13 (boven) Lockheed P-3C (Update II) Orion (midden), een Lockheed P-2 Neptune (onder) (foto: collectie NIMH)
Het bovengenoemde betekende dat de nucleaire taak van de MLD officieel in 1988 ten einde zou komen.[lvi] Er zijn evenwel indicaties dat de MLD tot omstreeks 1990 op Machrihanish oefende inzake inzet met de NDB.[lvii] Zo stelt historicus D.L.C. Schoonoord dat de meeste Nederlandse nucleaire taken pas begin jaren negentig ‘geruisloos worden afgeschaft’.[lviii] Uiteindelijk zou het regeringsbesluit uit 1985 weinig verschil maken. Door de val van de Berlijnse Muur in 1989 en het ineenstorten van de Sovjet Unie in 1991 verdween de dreiging uit het oosten en hiermee de eerdere noodzaak ter bestrijding van moderne nucleair bewapende vijandelijke onderzeeboten. Washington besloot de B-57 NDB uit het eigen kernwapenarsenaal af te voeren; de laatste werd in 1993 vernietigd. De basis Machrihanish sloot omstreeks 1990 de poorten en St. Mawgan als militaire locatie weinig meer voorstelt.[lix] In Nederland kwam het definitieve einde van de binding met de nucleaire MLD-taak met de verkoop van de Orions en de sluiting van marinevliegkamp Valkenburg in 2006.
Conclusie
De nucleaire taak van de MLD vormde uiteindelijk een opvallend onderdeel van het opereren van de Nederlandse zeestrijdkrachten gedurende de Koude Oorlog. In het tijdperk dat de Neptune operationeel was met de NDB in 1969-1978 lijkt het onwaarschijnlijk dat de KM/MLD het wapen in geval van oorlog effectief had kunnen inzetten. Het was in die zin veeleer een militair-politiek afschrikkingswapen. Met de komst van de Orion in 1982 was wel een effectieve nucleaire MLD-taak realiseerbaar, maar dit betrof achteraf bezien slechts een korte periode.
Met terugwerkende kracht is het militaire nut van het gros van deze taken in twijfel te trekken.
Het was slechts één van de zes nucleaire taken van de Nederlandse krijgsmacht. Met terugwerkende kracht is het militaire nut van het gros van deze taken in twijfel te trekken. Zodra nucleaire artillerie zou worden ingezet, was de kans groot dat een mondiale nucleaire oorlog uitbrak, waarmee de vernietiging van zowel Oost als West Europa verzekerd was. Op zee praten we over iets anders. Hier kan en kon het conflict eventueel beperkt blijven, zo werd gedacht. Ook wat betreft nucleaire inzet. De vernietiging over en weer van maritieme platforms kon een crisis of beginnende oorlog inperken. Dit geldt ook voor de NDB, aangezien het wapen effectief bijvoorbeeld Sovjet-Russische SSBNs zou kunnen vernietigen voordat deze onderzeeboten hun strategische kernwapens konden inzetten. Daarmee was de NDB in staat een nucleaire aanval te verhinderen.
Een MLD-veteraan stelde over het toentertijd afschaffen van de nucleaire taak: ‘Je moet eerst een alternatief bedenken.’ Voor hem was de zorg niet zozeer dat de nucleaire taak verdween, maar dat er geen duidelijk vervangend wapensysteem bestond. Door de toenemende huidige dreiging van Rusland, ook ter zee, moet Europa weer in staat zijn antwoord te geven op hoe in crisis- of oorlogstijd het Russische (strategische) onderzeebootwapen aan te tasten. In het verleden heeft Nederland dit gedaan door samen te werken met de Britten en Amerikanen. Maar coöperatie met eerstgenoemde wordt steeds uitdagender; nieuwe nucleaire taken zijn daarom niet aan de orde. De vraag is dan hoe Europa effectief haar ASW-vermogen kan heropbouwen, zonder omvangrijke VS-hulp. Dit is geen oproep om de KM een nieuwe nucleaire ASW-taak te geven. Wel wil dit artikel als inspiratiebron fungeren om na te denken over alternatieven om de dreiging van de Russische onderzeeboten te beantwoorden, ook zonder VS-steun. Of door verhoogde eigen ontwikkelingen en inzet juist en tevens Washington overtuigen dat samenwerking en medeverantwoordelijkheid loont.
Hierin verdient het aanbeveling ook de samenleving mee te nemen. Deze keerde zich tegen onder andere een wapen als de NDB, omdat over het tactisch en strategisch belang ervan niet of nauwelijks werd gecommuniceerd. Toen vice-admiraal Hulshof publiekelijk een pleidooi hield voor het behouden van de nucleaire taak, was het al te laat.[lx] Te grote openhartigheid is uit bondgenootschappelijk en OPSEC oogpunt onwenselijk, maar slimmer en prominenter naar buiten treden over het belang van ASW en Europese inbreng op dit vlak is verstandig.
Noten
[i] D.C.L. Schoonoord, ‘Pugno pro patria: De Koninklijke Marine tijdens de Koude Oorlog’, (Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, 2012); Karlijn Hopman-Calis, ‘Militair-maritieme inlichtingensamenwerking tussen Nederland en de Verenigde Staten’, in: Marineblad 5 (2021); Peet, Anselm J. van der, ‘Out-of-area: de Koninklijke Marine en multinationale vlootoperaties 1945-2001’, (Amsterdam: Van Wijnen, 2016); Richard Hill, ‘Anti-Submarine Warfare’, (Annapolis: Naval Institute Press, 1985); Cas Crins, ‘Nederland en de U.S. Maritime Strategy: Gevolgen voor de taken, planning en nationaalpolitieke positie van de Koninklijke Marine, 1981-1991’, in: Marineblad (2014).
[ii] Cees Wiebes, William Burr, ‘US Nuclear Weapons in the Netherlands: A First Appraisal’, (15 jan, 2021), accessed 2 Mar, 2025, https://nsarchive.gwu.edu/briefing-book/nuclear-vault/2021-01-15/us-nuclear-weapons-netherlands-first-appraisal#_edn5.
[iii] Defense Threat Reduction Agency, ‘Fact Sheet: Operation WIGWAM’, (2021), https://www.dtra.mil/Portals/61 /Documents/NTPR/1-Fact_Sheets/11-WIGWAM%20%202021.pdf?ver=ZEm3nasMozpN35fmOq462Q.
[iv] Owen R. Cote, ‘The Third Battle: Innovation in the U.S. Navy's Silent Cold War Struggle with Soviet Submarines’, (Newport: Naval War College, 2003), pp. 44-46.
[v] Michael Gordon Jackson, ‘Beyond Brinkmanship: Eisenhower, Nuclear War Fighting, and Korea, 1953-1968’, in: Presidential Studies Quarterly 35:1 (2005), pp. 52-75 at pp. 70-72; National Security Archive, Washington, 20484, ‘State Defense Conference with SACEUR on ‘New Approach’ Atomic Planning’, (6 Okt, 1954), https://nsarchive.gwu.edu/document/20484-national-security-archive-doc-03-office.
[vi] D. Starink, ‘De Nuclearisering van de Krijgsmacht’, in: B. Schoenmaker, J.A.M.M. Jansen, (eds.) In de Schaduw van de Muur: Maatschappij en Krijgsmacht rond 1960 (Den Haag: Sdu Uitgevers, 1997), pp. 98-99.
[vii] D. Starink, ‘De Metamorfose van de Koninklijke Luchtmacht in de Jaren 1958-1968’, in: Mars et Historia 58:3 (2024), pp. 3-17; Daan M.A. Sanders, ‘Tactische kernwapens in de Nederlandse landmacht 1953-1968 Vuursteun of afschrikking?’, in: Militaire Spectator 189:7/8 (2020). https://militairespectator.nl/sites/default/files/uitgaven/inhoudsopgave/Militaire_Spectator_78_2020_sanders.pdf.
[viii] D.C.L. Schoonoord, ‘Pugno pro patria: De Koninklijke Marine tijdens de Koude Oorlog’, (Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, 2012), p. 143.
[ix] Cees Wiebes, William Burr, ‘US Nuclear Weapons in the Netherlands: A First Appraisal’, (15 jan, 2021), accessed 2 Mar, 2025, https://nsarchive.gwu.edu/briefing-book/nuclear-vault/2021-01-15/us-nuclear-weapons-netherlands-first-appraisal#_edn5.
[x] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 1353, ‘FAETULANT “on the job training”’, (24 Apr, 1967); F.C. van Oosten, ‘Op de grens van zee en lucht: Dertig jaar Neptune bij de Koninklijke Marine’, (Bussum: Unieboek, 1982), p. 62; Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 1353, ‘Brief van Chef Marstaf’, (5 Okt, 1965); Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 1353, ‘aircraft service changes ivm. Het special weapon MK 57’, (10 Mar, 1965); Staten Generaal Digitaal, Den Haag, Defensienota 1964, 0000255063, 000255, ‘Brief van de Minister van Defensie’, (24 Jun, 1964), p. 15, https://repository.overheid.nl/frbr/sgd/19631964/0000255063/1/pdf/SGD_19631964_0002558.pdf.
[xi] National Security Archive, Washington, 20037, ‘U.S. Embassy The Netherlands Telegram 1531 to Department of State’, (31 Mei 1960), https://nsarchive.gwu.edu/sites/default/files/documents/qvvm8h-lx1ik/07.pdf.
[xii] Jaime Karremann, ‘Karel Doorman vliegkampschip (1948)’, (2 Juni, 2014), accessed 29 Apr, 2025, https://marineschepen.nl/schepen/vliegdekschip-karel-doorman.html.
[xiii] Cees Wiebes, William Burr, ‘US Nuclear Weapons in the Netherlands: A First Appraisal’, (15 jan, 2021), accessed 2 Mar, 2025, https://nsarchive.gwu.edu/briefing-book/nuclear-vault/2021-01-15/us-nuclear-weapons-netherlands-first-appraisal#_edn5.
[xiv] NATO digital archives, STAND-2818, ENG PDP, ‘Special Ammunition Storage’, (11 Dec, 1958), https://archives.nato.int/uploads/r/null/1/3/137191/STAND_2818_ENG_PDP.pdf; D. Starink, ‘De Nuclearisering van de Krijgsmacht’, in: B. Schoenmaker, J.A.M.M. Jansen, (eds.) In de Schaduw van de Muur: Maatschappij en Krijgsmacht rond 1960 (Den Haag: Sdu Uitgevers, 1997), p. 95.
[xv] National Archives, London, NSAEBB/NSAEBB159, ‘Letter to President from PM Wilson re Storage of Nucleair Weapons’, (8 Mei, 1965), https://nsarchive2.gwu.edu/NSAEBB/NSAEBB159/usukconsult-22b.pdf; National Archives, London, NSAEBB/ESAEBB159, ‘Letter from to white house from Wilson’, (11 Nov, 1965), https://nsarchive2.gwu.edu/NSAEBB/NSAEBB159/usukconsult-24a.pdf.
[xvi] D.C.L. Schoonoord, ‘Pugno pro patria: De Koninklijke Marine tijdens de Koude Oorlog’, (Franeker: Uitgeverij Van Wijnen), pp. 143-144, p. 179.
[xvii] Staten Generaal Digitaal, Den Haag, Aanhangsel van de Handelingen, 0000182383, 0001436, ‘Vragen gesteld door leden van de Kamer, met de daarop door de Regering gegeven antwoorden’, (1978), https://repository.overheid.nl/frbr/sgd/19771978/0000182383/1/pdf/SGD_19771978_0001436.pdf;
[xviii] Schoonoord, ‘Pugno pro patria: De Koninklijke Marine tijdens de Koude Oorlog’, p. 143; Cees Wiebes, William Burr, ‘US Nuclear Weapons in the Netherlands: A First Appraisal’, (15 jan, 2021), accessed 2 Mar, 2025, https://nsarchive.gwu.edu/briefing-book/nuclear-vault/2021-01-15/us-nuclear-weapons-netherlands-first-appraisal#_edn5.
[xix] Norman Polmar, Edward Whiteman, ‘Hunters and Killers: Volume 2: Anti-Submarine Warfare from 1943’, (Maryland: Naval Institute Press, 2016), pp. 118-119.
[xx] Vertrouwde anonieme bron.
[xxi] Jinks Hennessy, ‘The Silent Deep; The Royal Navy Submarine Service since 1945’, p. 329-331; Office of the Chief of Naval Operations, ‘Understanding Soviet Naval Developments’, (Washington, 1981), p. 8.
[xxii] Anoniem vertrouwde bron.
[xxiii] Van Oosten, ‘Op de grens van zee en lucht: Dertig jaar Neptune bij de Koninklijke Marine’, p. 63; Nationaal Archief, Den Haag, 2.12.56, 2752, ‘Reisrapporten Squadron 320’, (11 nov, 1958); Nationaal Archief, Den Haag, 2.12.56, 2705, ‘Reisverslag SQ 320 Bijlage 1: Oefeningen “Fastnex” 4 juni t/m 7 juni 1957’, (11 Jun, 1957).
[xxiv] Antoinette M.A. Hofman, ‘De Nederlandse onderzeebootbestrijding in de eerste fase van de Koude Oorlog, 1945-1968’, in: Marineblad (2015).
[xxv] Duncan Campbell, ‘The Unsinkable Aircraft Carrier: American Military Power in Britain’, (Glasgow: Collins Publishing Group, 1986), p. 93, p. 269; Secret Scotland, ‘RAF Machrihanish’, (2 Jul, 2017), accessed 31 Apr, 2025, https://www.secretscotland.org.uk/index.php/Secrets/RAFMachrihanish?from=Secrets.HMSLandrail#Postwar_civil_operation; Nationaal Archief, Den Haag, 2.12.56, 1709, ‘Beleid Introduktie ORION’, (13 Feb, 1979), p. 9
[xxvi] Ko Colijn, ‘Einde verkrampte geheimhouding Nederland over atoomwapens?’, (Clingendael Spectator, 28 Mei, 2020), accessed 18 Mar, 2025, https://spectator.clingendael.org/nl/publicatie/einde-verkrampte-geheimhouding-nederland-over-atoomwapens. Secret Archive, Collage Park, 6895258, ‘The White House: Memorandum for McGeorge Bundy’, (28 Jul, 1961), https://nsarchive.gwu.edu/sites/default/files/documents/6895258/National-Security-Archive-Doc-10-William-Brubeck.pdf; Andrew Priest, ‘The President, the 'Theologians' and the Europeans: The Johnson Administration and NATO Nuclear Sharing’, in: The International History Review 33 (2011), pp. 257–275; Leopoldo Nuti, ‘Extended Deterrence and National Ambitions: Italy’s Nuclear Policy, 1955–1962’, in: Journal of Strategic Studies 39:4 (2016), pp. 559-579; William Burr, ‘The U.S. Nuclear Presence in Western Europe, 1954-1962, Part II’, (16 Sep, 2020), accessed 17 Apr, 2025, https://nsarchive. gwu.edu/briefing-book/nuclear-vault/2020-09-16/us-nuclear-presence-western-europe-1954-1962-part-ii.
[xxvii] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 6617, ‘550 lbs dieptebommen programma’, (8 Jan, 1970).
[xxviii] CIA.gov, Collage Park, Rome L’Espresso, 8128/0988, ‘Article by Giovanni Maria Pace: “Italy is a Missile Launching Pad” ’, 12 Apr, 1981, pp. 6-7.
[xxix] Omroep West, ‘Deze wapens werden gebruikt op vliegveld Valkenburg | Het Verdwenen Vliegveld’, (23 Aug, 2023), accessed 28 Mei, 2025, https://www.youtube.com/watch?app=desktop&v=9b68Hvz2otM.
[xxx] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 6617, ‘Brief chef van de Marstaf: 550 lbs dieptebommen programma’, (26 Sep, 1970).
[xxxi] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 6617, ‘550 lb dieptebommenprogramma’, (27 Jan, 1978).
[xxxii] Vertrouwde anonieme bron.
[xxxiii] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 1353, ‘Aircraft service changes ivm. Het special weapon MK 57’, (10 Mar, 1965); Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 7224, ‘Brief van de minister van defensie aan de commandant der zeemacht in Nederland’, (1 Aug, 1967).
[xxxiv] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 6617, ‘deelnemers 550 lbs dieptebommen programma’, (18 Mei, 1978); Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 6617, ‘550 lb dieptebommenprogramma’, (27 Jan, 1978); The Nuclear Weapon Archive, ‘Complete List of All U.S. Nuclear Weapons’, (30 Mar, 2023), accessed 12 Mei, 2025, https://dbpedia.org/page/B57_nuclear_bomb.
[xxxv] Joseph Friedlander, ‘Underwater Nuclear Explosions: How Deep Is The Ocean, How High The Sky?’, (9 Feb, 2016), accessed 22 Mei, 2025, https://www.nextbigfuture.com/2016/02/underwater-nuclear-explosions-how-deep.html; Ross Anderson, ‘Security Engineering: A Guide to Building Dependable Distributed Systems’, (19 Feb, 2011), https://www.cl.cam.ac.uk/archive/rja14/Papers/SE-11.pdf; Secretary of the Airforce, Washington, AFI91-104, ‘Airforce Instruction: Nuclear Surety Tamper Control and Detection Programs’, (23 Apr, 2013), https://irp.fas.org/doddir/usaf/afi91-104.pdf; Campbell, ‘The Unsinkable Aircraft Carrier: American Military Power in Britain’, p. 93; Carter, Steinbruner, Zraket, ‘Managing Nucleair Operations’, p. 41.
[xxxvi] Den Haag, 2.13.114, 6674, ‘VATA gebruik nucleaire OB-wapens’, (1 Jul, 1970); vertrouwde anonieme bron.
[xxxvii] J.H. Leurdijk, ‘Nederland en de Rol van de Kernwapens: de Analyse van een Beleid, 1973-1980’, (’s-Gravenhage: NIVV, 1981), pp. 62-63; Nationaal Archief, Den Haag, 2.12.56, 7755, ‘French P2V-7 Aircraft’, (18 Jun, 1965).
[xxxviii] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 6674, ‘VATA gebruik nucleaire OB-wapens’, (1 Jul, 1970).
[xxxix] Schoonoord, ‘Pugno pro patria: De Koninklijke Marine tijdens de Koude Oorlog’, p. 143, p. 179.
[xl] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 10827, ‘Standaardisatie P3 – Atlantic’, (28 Mar, 1977).
[xli] Staten Generaal Digitaal, Den Haag, Rijksbegroting voor het jaar 1978 Nr.25, 0000184444, 0003437, ‘Lijst van Antwoorden Inzake de Aanstaande Vervanging van de Neptune-Vliegtuigen Voor de Koninklijke Marine’, (1978), https://repository.overheid.nl/frbr/sgd/19771978/0000184444/1/pdf/SGD_19771978_0003437.pdf.
[xlii] Van Oosten, ‘Op de grens van zee en lucht: Dertig jaar Neptune bij de Koninklijke Marine’, p. 67.
[xliii] Roger A. Holle, ‘The Evolution of the Sonobuoy From World War II to the Cold War’, in: U.S. Navy Journal of Underwater Acoustics 62:2 (2012), p. 332, https://www.navairdevcen.org/PDF/THE%20EVOLUTION%20OF%20THE%20SONOBUOY.pdf.
[xliv] Public Affairs Office, Naval Air Systems Command, ‘Standard Aircraft Characteristics: P-3C Update II’, (1994), https://web.archive.org/web/20100728231535/http://www.history.navy.mil/planes/p-3c.pdf; Hugo Hooftman, ‘Van Farman tot Neptune: de vliegtuigen van de Marine Luchtvaart Dienst’, (Alphen aan de Rijn: Drukkerij haasbeek, 1965), pp. 179-193; Cas Crins, ‘Nederland en de U.S. Maritime Strategy: Gevolgen voor de taken, planning en nationaalpolitieke positie van de Koninklijke Marine, 1981-1991’, in: Marineblad (2014).
[xlv] Karlijn Hopman-Calis, ‘Militair-maritieme inlichtingensamenwerking tussen Nederland en de Verenigde Staten’, in: Marineblad 5 (2021), https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2021/Hopman_Marineblad_aug_2021.pdf.
[xlvi] Jinks Hennessy, ‘The Silent Deep; The Royal Navy Submarine Service since 1945’, p. 329-331; Office of the Chief of Naval Operations, ‘Understanding Soviet Naval Developments’, p. 8.
[xlvii] National Security Archive, ‘U.S. Government Debated Secret Nuclear Deployments in Iceland’, (15 Aug, 2016), accessed 17 mar, 2025, https://nsarchive.gwu.edu/briefing-book/nuclear-vault/2016-08-15/us-government-debated-secret-nuclear-deployments-iceland.
[xlviii] D. Starink, ‘De Nuclearisering van de Krijgsmacht’, in: B. Schoenmaker, J.A.M.M. Jansen, (eds.) In de Schaduw van de Muur: Maatschappij en Krijgsmacht rond 1960(Den Haag: Sdu Uitgevers, 1997), p. 96.
[xlix] D. Starink, ‘De Nuclearisering van de Krijgsmacht’, in: B. Schoenmaker, J.A.M.M. Jansen, (eds.) In de Schaduw van de Muur: Maatschappij en Krijgsmacht rond 1960 (Den Haag: Sdu Uitgevers, 1997), pp. 82-83.
[l] Delpher, ‘Inzet Atoomwapens op zee bestudeerd’, De Volkskrant, 19 mei, 1973.
[li] Mathijs van der Beek, ‘Het verzet tegen de kruisraketten; De antikernwapenbewegingen in Nederland en België in vergelijkend perspectief, 1979-1985’, (Utrecht: Utrecht University, 2013), p.69.
Duco Hellema, ‘Nederland in de Wereld: de Buitenlandse Politiek van Nederland’, (Houten: Uitgeverij Unieboek, 2010), pp. 306-314.
[liii] Duco Hellema, ‘Nederland in de Wereld: de Buitenlandse Politiek van Nederland’, (Houten: Uitgeverij Unieboek, 2010), p. 313; John D. Tower, ‘News and Negotiation: Dutch Cruise Missile Decision’, in: Arms Control Today 15:8 (1985), https://www.jstor.org/stable/23623218.
[liv] N. Delfos, ‘De Marinestaf en het NAVO-bondgenootschap 1963-1986’, in: Tussen Vloot en Politiek: Een Eeuw Marinestaf 1986-1986 (Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, 1986), p. 212.
[lv] Nationaal Archief, Den Haag, 2.13.114, 654, ‘Aantekeningen voor de Minister van Defensie’, (1 Feb, 1983).
[lvi] D.J. Bloem, L.H. Korthuis, C.D. Barkman, G.C. Berkhof, B.J. van Eenennaam, J. Klaasen, J.H. Kooyman, J.H. Leurdijk, R.D. Praaning, E.J. de Rijck van der Gracht, J.P. de Savonin Lohman, P. Valkenburgh, P.M.E. Volten, ‘Nederlanders en de Kernwapens: Een Studie Over het Nederlands Nucleair Beleid 1972-1985’, (Alphen aan de Rijn: Samson Uitgeverij, 1987), p. 184.
[lvii] Vertrouwde anonieme bron.
[lviii] D.C.L. Schoonoord, ‘Pugno pro patria: De Koninklijke Marine tijdens de Koude Oorlog’, (Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, 2012), p. 289.
[lix] Vergnault, ‘Behind the Scenes at RAF St Mawgan Where Nuclear Weapons Were Once Hidden’.
[lx] J.H.B. Hulshof, ‘De Nucleaire Dieptebom: ook een gewetenskwestie’ in: Marineblad (1986), pp. 11-13.
Gerelateerd
'Hot debrief' van een jaar operationele inzet van de NH90
De maritieme helikoptercapaciteit van het 860SQN van de Defensie Helikopter Commando (DHC) is een veelgevraagde inzetcapaciteit binnen het…
De MLD in rustiger vaarwater: terugblik op de periode 2020-2025
De MLD is geconfronteerd met de nieuwe strategische realiteit. Waar het Flightplan 2035 in 2020 nog sprak over ‘consolidatie’ als…
Opschalen en verbreden: de MLD van nu tot 2035
De NH90 helikopter is nog steeds de ruggengraat van de MLD en zal dit ook het komende decennium blijven. Goedkeuring voor de aankoop van…

