Genezen in tijden van oorlog
Het leven van een marinier-arts tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog
Het is eind november 1945 als Ate Dirk Bloemsma in Soerabaja op Oost-Java terechtkomt. De marinier-arts meldt zich eerder dat jaar vrijwillig aan bij het Korps Mariniers. Na een militaire opleiding in Schotland en de Verenigde Staten wordt hij naar Indonesië gezonden.
Ate Bloemsma zijn militaire identiteitsbewijs (NIMH Collectie Sweep)
Eenmaal daar wacht hem een chaotische en gewelddadige werkelijkheid, ver verwijderd van het vertrouwde huisartsenbestaan dat hij in Haarlem achterlaat. Zijn brieven, rapporten en foto’s zijn terug te vinden in collectie 545 Sweep van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Zij bieden een indringend inkijkje in het leven van Bloemsma.
Wanneer Nederland op 10 mei 1940 door het Duitse leger wordt binnengevallen, is Lutz als vlieginstructeur gestationeerd op vliegpark Souburg bij Vlissingen. Al snel komt de opdracht om met alle lesvliegtuigen – Fokker S.4’s en Fokker S.9’s – naar Frankrijk uit te wijken. Lutz’ vrouw en hun twee kinderen blijven achter. ‘Ik heb het gevoel dat ik hen voorlopig niet meer zal terug zien’, schrijft Lutz.
Een dokterszoon uit Geldermalsen
Bloemsma wordt op 7 juni 1911 geboren in Geldermalsen, als vierde kind in een doktersgezin. Hij besluit, net als zijn vader en zus, medicijnen te gaan studeren. Na zijn artsexamen werkt hij als assistent-arts in het Diakonessenziekenhuis in Haarlem. Daar ontmoet hij verpleegster Atie Schuyt. Het stel trouwt in december 1940 en vestigt zich aan de Wilhelminastraat, waar Bloemsma een huisartsenpraktijk begint.
Bloemsma’s motivatie ligt in ‘de strijd tegen de nederlaag van Japan'.
Oorlogsvrijwilliger
De oorlogsjaren vallen hem zwaar. Eind 1942 wordt weliswaar dochter Annemarietje geboren, maar twee jaar later overlijdt zijn vrouw Atie. De Hongerwinter maakt de situatie nog moeilijker. Bloemsma besluit zich in januari 1945 als oorlogsvrijwilliger aan te melden. In een later opgestelde brief schrijft hij dat zijn motivatie ligt in ‘de strijd tegen de nederlaag van Japan’.
Hospitaal op wielen
In Soerabaja werkt Bloemsma in het Marine Hospitaal. Met een mobiel veldhospitaal trekt Bloemsma richting het front. Zo schrijft hij in augustus 1946: ‘Verleden week ben ik voor ‘t eerst buiten de stad geweest tot enkele k.m. achter ‘t front met een aantal ambulances i.v. met de grootste actie … waarbij tanks en amfibische tractors in flinke getal werden ingezet.’ Tijdens militaire operaties rijden colonnes ambulances, beschermd door pantserwagens, naar geïmproviseerde hulpposten waar binnen korte tijd geopereerd kan worden. Gewonden arriveren met labels op de borst waarop hun verwondingen en toegediende medicijnen staan genoteerd. Het is aan artsen zoals Bloemsma om te triageren; wie heeft onmiddellijk hulp nodig en wie kan naar het kamp worden vervoerd.
Ate Bloemsma (links) met twee kameraden tijdens zijn opleiding in 1945 op Camp Davis in North Carolina (NIMH Collectie Sweep)
Het echtpaar Bloemsma-Monhemius na de huwelijksvoltrekking op 27 februari 1947 (NIMH Collectie Sweep)
Bloemsma’s fotoalbum geeft een inkijkje in het dagelijks leven op Soerabaja (NIMH Collectie Sweep)
(NIMH Collectie Sweep)
Twijfels
Ondertussen neemt het geweld op Java verder toe. Bloemsma maakt de eerste militaire campagne mee en raakt steeds kritischer op het Nederlandse beleid in Indonesië. In persoonlijke aantekeningen schrijft hij dat de Nederlandse regering heeft nagelaten orde en rust te herstellen, ‘het eerst noodzakelijk voor het welzijn van de inheemse bevolking’. Ook worden Nederlandse militairen volgens hem onvoldoende beschermd, onder andere doordat onbekwame militairen bevorderd worden op basis van hun tijd in dienst en niet op hun kunnen. Daarnaast verlangt hij terug naar huis, naar zijn dochter en ‘het burgerleven’ in Haarlem.
De Bondowoso-affaire
Een van de meest ingrijpende gebeurtenissen die Bloemsma in zijn Indische jaren meemaakt, vindt plaats op 23 november 1947. Indonesische krijgsgevangenen worden die dag op een treintransport van het dorp Bondowoso naar Soerabaja gezet. De gevangenen worden in drie afgesloten goederenwagons opgesloten. Na een reis van veertien uur in verzengende hitte komt de trein in Soerabaja aan. Wanneer de deuren op station Wonokromo worden geopend, blijkt dat 46 van de honderd gevangenen zijn overleden. In zijn officiële rapport noteert Bloemsma dat hij ‘op het perron een aantal lijken van gevangenen’ aantreft en dat ‘in een dezer wagons, …, nog enige tientallen lijken’ liggen.
Als een officiële blijk van erkenning is geweigerd, stuurt Bloemsma uit protest het Ereteken voor Orde en Vrijheid terug.
Bloemsma onderzoekt de omstandigheden nauwkeurig. Volgens hem zijn de gevangenen overleden door zuurstofgebrek en extreme hitte in de goederenwagons. ‘De temperatuur in de wagons [is] letterlijk ondraaglijk geweest’, zo concludeert hij. De Bondowoso-affaire groeit later uit tot een van de schrijnendste gebeurtenissen in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.
Terugkeer naar Nederland
In deze roerige periode vindt Bloemsma wel weer de liefde. Tijdens zijn werkzaamheden in Soerabaja ontmoet hij de verpleegster Heidi Monhemius. Zij werkt als hoofdzuster in het Leger des Heils ziekenhuis aldaar. Het stel trouwt in februari 1947 en vertrekt datzelfde jaar nog naar Nederland, waar Bloemsma zijn huisartsenpraktijk weer opstart. Dochter Annemarietje, die in deze jaren bij haar oom en tante in Wilp woont, wordt herenigd met haar vader.
De oorlog blijft dichtbij
Tot op hoge leeftijd blijft Bloemsma actief als arts in Haarlem. Toch blijft zijn tijd in Indonesië hem bezighouden. In 1998 stuurt hij uit protest het Ereteken voor Orde en Vrede terug, nadat hem eerder een officiële blijk van erkenning is geweigerd. Voor Bloemsma is de eerdere onthouding een te grote teleurstelling. Zijn ervaringen in Soerabaja laat hij nooit helemaal achter zich.
NIMH
Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) bewaart het militair-historisch verleden van Nederland voor de toekomst. In totaal beheert het instituut ruim tien kilometer aan collecties en archieven. Een groot deel daarvan is in te zien op de studiezaal van het NIMH. Een deel van het archief is digitaal toegankelijk via de website: www.nimh.nl.
Oproep schenkingen
Het militair verleden is van ons allemaal. Juist hierom bewaart het NIMH ons militaire verleden voor de toekomst. Of het nu gaat om brieven, documenten of foto’s van een verre voorvader of materiaal van een recente uitzending naar Irak, Afghanistan of de Straat van Taiwan: uw materiaal kan een waardevolle aanwinst voor het NIMH zijn. Bel (088-9516655) of mail () ons voor meer informatie, wij komen graag met u in contact.
Materiaal dat in onze collectie wordt opgenomen is openbaar en te gebruiken voor onderzoek. In overleg met de eigenaar en/of schenker kunnen delen van het archief of de collectie voor bepaalde tijd de status ‘beperkt openbaar’ krijgen.
Gerelateerd
Vliegen en vechten: de oorlogservaringen van jachtvlieger Frans Lutz
In de Normandische havenstad Cherbourg koopt eerste luitenant-vlieger Frans Lutz zijn eerste dagboek. De 28-jarige vlieginstructeur van de Militaire…
Patrouilleren en treinen kraken in de Korea-oorlog
In de zomer van 1952 komt er een bijzondere passagier aan boord van de Piet Hein: Jan Rups, militair correspondent van de Legervoorlichtingsdienst.…
De dagboeken van Engelandvaarder Johannes Beukema
Johannes Beukema is 16 jaar oud als de Tweede Wereldoorlog losbarst. De piepjonge Groninger klust dan als landarbeider hier en daar wat bij op…

