Van Expeditionary Amphib naar Specialized Advance
Transitie van de amfibische capaciteit van het CZSK
Door LTKOLMARNS J. Abma
Abstract
Het Korps Mariniers ondergaat een fundamentele transitie naar een Littoral Raiding Force (LRF), met een nieuwe focus op Advance Force-operaties ter ondersteuning van amfibische operaties van anderen. Dit artikel beschrijft de drijvende krachten achter deze koerswijziging: de NAVO-top in Madrid, de Russische dreiging en de intensieve samenwerking met de Royal Navy. Het artikel duidt de nieuwe doctrine van 'one family of amphibious forces' — bestaande uit Expeditionary, Coastal en Specialized Advance Amphibious Forces — en de plek van de LRF daarbinnen, gericht op het Hoge Noorden.
Foto: Korps Mariniers
Inleiding
Wie momenteel een bezoek brengt aan de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn, of spreekt met een willekeurige marinier waar dan ook binnen het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK), merkt het onmiddellijk: het korps bevindt zich midden in een fundamentele transitie naar een Littoral Raiding Force (LRF).1 Deze verandering gaat verder dan enkel organisatorische aanpassingen of de introductie van nieuwe wapensystemen. Het betreft onder meer een herijking van de doctrine, de primaire missie en de bijhorende identiteit.
De LRF ontwikkelt zich richting een operationele niche, waarbij de traditionele focus op zelfstandig uit te voeren grootschalige amfibische operaties plaatsmaakt voor een gespecialiseerde rol: de rol van Advance Forces gericht op shaping the battlefield ter ondersteuning van overige (amfibische) operaties, uitgevoerd door anderen. Dit artikel beschrijft de drijvende krachten achter deze transitie, duidt de doctrinaire vernieuwing en beschrijft hoe het nieuwe design een plaats krijgt in oorlogsplannen, in de NAVO-doctrine en binnen de organisatie van ons korps.
Factoren van invloed op het Force Design-proces
De Groepscommandant Operationele Eenheden Mariniers (GCOEM) schetst in zijn voorwoord op deze editie van het Marinebladde oorsprong en het krachtenspel op de huidige transitie van ons korps. Beëindigen van het Global War on Terror (GWOT)-tijdperk markeerde de start van een fundamenteel bezinningsproces. Onder de noemer 'Roadmap Mastering the Littoral' kwam men tot een analyse van de gewenste capabilities en capaciteiten van de toekomstige LRF. In navolging op hieruit resulterende documenten, zoals het operationele concept 'Future Littoral Operating Concept' (FLiTOC) en het functionele 'Future Concept Littoral Operations 2035' (FC LitOps 2035), is in 2020 onder de naam Faselijn 2025 een strategie ontwikkeld om het vervolg van deze concepten, het zogenaamde Force Design-proces, vorm te geven.2 3 4 In afgelopen jaren was dit proces onderhevig aan een breed krachtenveld, dat de uitkomst, vastgelegd in het 'Concept of Employment – Littoral Raiding Force' (CONEMP-LRF), heeft vormgegeven.5
Warfighting heeft nu een prominente plaats in de beschreven missieprofielen.
De wisselende trans-Atlantische verhoudingen alsook een steeds agressiever Rusland, resulteerde in een verhoogd Europese verantwoordelijkheid voor de 'eigen verdediging'. In navolging van de Russische inval in Oekraïne in 2022 kreeg deze trend binnen de verdragsorganisatie vorm op de NAVO-top in Madrid in datzelfde jaar, waar werd besloten tot een herziening van het verdedigingsplan van het bondgenootschap: NATO's New Force Model (NFM).
Bardufoss, 14 September 2023.Traditioneel traint het korps mariniers in de Noorse bergen om bekend te raken met het opereren in moeilijk en bergachtig terrein. Afdalingen, rivieroversteken en een bivak bouwen stonden wederom op het programma
De hernieuwde noodzaak tot het inrichten van een geloofwaardige verdediging van Europa beïnvloede het Force Design-proces, waar de focus werd verlegd van 'bevorderen van internationale rechtsorde' (centraal in de documenten FLiTOC 2019 en FC LitOps 2035), naar 'verdediging van ons Koninkrijk en bondgenootschap'. Warfighting heeft nu een prominente plaats in de beschreven missieprofielen van de CONEMP-LRF.
Een andere factor van invloed, is de geïntensiveerde samenwerking tussen het CZSK en de Royal Navy. Reeds in 2020 werden de al nauwe banden tussen onze marines verder aangehaald en geborgd in de UK-NL Maritime Roadmap 2021-2025 'A Move to Interchangeability', de viering van 50 jaar UK/NL Amphibious Force partnerschap in 2023, en de hernieuwde UK-NL Maritime Roadmap 2025-2030 'Operational Coherence in the Maritime Domain'.6 Een concreet resultaat van het voornemen tot intensievere samenwerking is het gezamenlijke NAVO-bid voor het NFM. Het CZSK en de Royal Navy formuleerden gezamenlijk hun ambitie om op permanente basis vanaf 2028 een UK/NL Amphibious Task Force (ATF) aan te bieden voor inzet in de regionale plannen. Gelet op de omvang van deze aanbieding maakt een substantieel deel van de Littoral Raiding Force vanaf 2028 deel uit van deze commitment.
Wereldwijd inzetbaar, maar geoptimaliseerd voor amfibische operaties in het Arctische gebied
Ondanks de nationale verplichting tot het verdedigen van onze Caribische koninkrijksdelen en de blijvende ambitie Qua Patet Orbis inzetbaar te zijn, is het Future Maritime Operating Concept (FMOC)-scenario 'Afschrikken en Verdedigen van de Noordflank' met de (her)nieuwde Brits-Nederlandse inzet verheven tot de zogenaamde main effort van de LRF.7 Tevens stuurde deze commitment, met de bijhorende karakteristieken van terrein en vijand, het Force Design-proces en de keuzes voor investeringen in capaciteiten, waarbij tevens interoperabiliteit met de Royal Marines een belangrijk uitgangspunt vormde. De gezamenlijke aanloop vormt dan ook de verbindende factor voor de reeds ingezette doctrinaire doorontwikkeling en het gezamenlijk ontwikkelen en afstemmen van oorlogsplannen.
Expeditionair Amfibisch optreden omvat grootschalige, geïntegreerde operaties waarbij amfibische verbanden grotendeels zelfvoorzienend zijn.
De LRF omarmt de rol van de Advance Force
Traditioneel staat in de amfibische doctrine slechts één capaciteit centraal voor maritieme powerprojectie op land: dat van de Expeditionair Amfibische capaciteit, dat in Task Force-verband in staat is grotendeels alle fasen en stadia van de amfibische operatie zelfstandig uit te voeren. Expeditionair Amfibisch optreden omvat het uitvoeren van grootschalige, geïntegreerde operaties waarbij amfibische verbanden grotendeels zelfvoorzienend zijn in alle warfighting functions. Marinierseenheden met een dergelijke capaciteit in huis, dienen dan ook zelf te kunnen beschikken over strategisch zeetransport (sealift), een eigen maritieme staf met organieke inlichtingenvoorziening, robuuste logistieke ondersteuning en vuursteun, en beschermende capaciteiten tegen dreigingen zoals vanuit de lucht, alsook van vijandelijke onderzeeboten en zeemijnen.
Het probleem is evident: het opbouwen en in stand houden van een dergelijke capaciteit vereist veel en moet conceptueel passen bij een krijgsmacht en haar rol binnen de regionale plannen van de NAVO. Voor veel landen, waaronder Nederland en het Verenigd Koninkrijk, ligt deze capaciteit buiten het bereik van de nationale ambitie. Bovendien brengt Expeditionair Amfibisch optreden in de Russische bastion-invloedssfeer (het gebied ten noordwesten van de BEAR-gap, dat door de Russische Federatie wordt beschouwd als haar invloedssfeer), in toenemende mate uitdagingen met zich mee.8
UK's Commando Force en het Korps Mariniers oefenen een gezamenlijke parachutesprong tijdens een oefening aan de NAVO Noordflank (foto: Mediacentrum Defensie)
Voorafgaand aan een grootschalige landing is tegenwoordig een steeds complexere shaping phase noodzakelijk. Deze fase creëert de voorwaarden om een dergelijke omvangrijke amfibische operatie mogelijk te maken. Denk bij wat men de 'fight to get into the fight' noemt bijvoorbeeld aan het uitschakelen van geavanceerde vijandelijke lucht- en kustverdediging systemen, commandostructuren, logistieke knooppunten en kritieke infrastructuur in het achterland. Historisch gezien werd voor deze rol een beroep gedaan op non-organieke capaciteiten. Naast het luchtwapen onder meer maritieme Special Operation Forces (SOF), zoals NLMARSOF en de Britse Special Boat Service (SBS). De realiteit van vandaag laat echter zien dat met name de (Tier-1) MARSOF-eenheden schaars zijn en zich bovendien steeds meer richten op gespecialiseerde en autonoom uitgevoerde maritieme SOF-operaties, diep in het achterland van de vijand.
De realiteit laat zien dat met name MARSOF-eenheden schaars zijn en zich bovendien steeds meer richten op gespecialiseerde en autonoom uitgevoerde maritieme SOF-operaties, diep in het achterland van de vijand.
Het Korps Mariniers en de Royal Marines hebben gezamenlijk de veranderende operationele omgeving en de lacune van beschikbare (Tier-1) MARSOF-eenheden onderkend. Als gevolg richtte het UK/NL Design Proces zich op de ontwikkeling van een eenheid geoptimaliseerd voor het uitvoeren van Advance Force operaties. De LRF schuift als zodanig doctrinair op van Expeditionaire Amfibische missies, richting het uitvoeren van een beperkte set maritieme SOF missieprofielen.
Borgen gedachtengoed in doctrine: one family of amphibious forces
Teneinde de hierboven genoemde koers doctrinair te duiden, maar ook de kust-gebonden amfibische capaciteit van nieuwe NAVO-partners Zweden en Finland te incorporeren, heeft het Korps Mariniers, samen met de Royal Marines, een doctrinaire vernieuwing richting de NAVO gemeenschap voorgesteld: een 'family of amphibious forces' waarin drie typen eenheden worden onderscheiden:
- Expeditionary Amphibious Forces (EAF)
- Coastal Amphibious Forces (CAF)
- Specialized Advance Amphibious Forces (SAAF)
Deze familie deelt een gemeenschappelijke basis: dezelfde normen en waarden en het vermogen gevechtskracht te projecteren in het kustgebied. De zee is het centrale manoeuvredomein, maar de wijze waarop deze ruimte wordt gebruikt en de effecten die kunnen worden bereikt, verschillen per type eenheid.

Expeditionary Amphibious Forces
De klassieke Expeditionary Amphibious Forces (EAF) maken ongewijzigd onderdeel uit van het model. Met deze grote eenheid is een partij in staat te imponeren (demonstration) en daarmee dilemma's te creëren voor een vijand. EAF zijn ook in staat rake klappen uit te delen op de kustlijn van de vijand (raids), of zelfs een nieuw front te openen in vijandelijk maritieme achterland (assault). Voorbeelden van landen met deze capaciteit zijn de Verenigde Staten, Frankrijk, Spanje en Italië.
Coastal Amphibious Forces
De Coastal Amphibious Forces (CAF) vertegenwoordigen een fundamenteel andere benadering. Deze eenheden zijn kleiner in omvang – variërend van compagnie- tot bataljonsgrootte – en beschikken niet zelfstandig over strategic sealift of uitgebreide sea based logistiek. In plaats daarvan opereren zij voornamelijk op agressieve wijze in een defensieve rol vanaf eilanden, baaien of havens, ondersteund door kleinere, snelle vaartuigen.
CAF-contigenten proberen vijandelijke eenheden tijdig te ondervangen en vervolgens te dirigeren naar vooropgezette kill-zones.
Gestuurd door informatie uit verkenningen en gebruikmakend van kanaliserende middelen zoals zeemijnen en kleine hinderlagen, proberen CAF-contigenten vijandelijke eenheden tijdig te ondervangen en vervolgens te dirigeren naar vooropgezette kill-zones in de fjorden en tussen de kusteilanden, waar ze een vijandelijk vlootverband flink pijn doen met hun organieke vuursteunmiddelen zoals antischeepsrakketten en sea-mobile mortierstukken. Doctrinaire activiteiten die hierbij passen zijn reconnaissance, ambushen raids, waarbij de effecten screen, guard, control, deny, delay of disrupt kunnen worden bereikt.9 Voorbeelden van landen met deze capaciteit zijn Zweden en Finland, waar het terrein zich uitstekend leent voor dit missieprofiel.
Specialized Advance Amphibious Forces
Kleiner en lichter dan EAF, en vergelijkbaar in omvang met CAF, hebben Specialized Advance Amphibious Forces (SAAF) wél de beschikking over strategic sealift. Dit vergroot de mogelijkheden. SAAF-eenheden zijn geoptimaliseerd voor het uitvoeren van de Advance Force operaties ter ondersteuning van EAF, waarbij door het uitvoeren van activiteiten zoals reconnaisance en raids(of: find & strike) wordt bijgedragen aan de 'fight to get into the fight'.
De inzet van SAAF-eenheden past ook naadloos in de ondersteuning van CAF. Gebruikmakend van de hoger en verder rijkende zee-mobiliteit, kunnen SAAF-eenheden de effecten screen, guard, delay en disrupt genereren en daarmee bijdragen aan het kanaliseren van een vijandelijk vlootverband en de juiste positionering van de CAF kill-zones. Bij het SAAF-optreden past dus een offensieve en enabling mindset gericht op shaping the battlefield.
Naast het bovenstaande shape to enable-missieprofiel biedt een eenheid van dergelijke capaciteit ook de mogelijkheid om (al dan niet versterkt) een beperkte set SOF-missies uit te voeren. Ook de uitvoering van CAF-missies, bijvoorbeeld ter verdediging van de Caribische eilanden, behoort tot de mogelijkheden.
Weergave van SAAF-operatie (bron: Korps Mariniers)
Borgen van doctrine
Het borgen van voorgesteld raamwerk in formele doctrinaire publicaties, de ATP-8 serie, is wenselijk om de nieuwe status en identiteit van de LRF als SAAF-eenheid te formaliseren, bekend te stellen en communicatie over het eigen kunnen (en de beperkingen) te vergemakkelijken. Ditzelfde kan worden gezegd voor het ontwikkelen van een nieuwe serie formele Capability Codes waarin de waarde van CAF- en SAAF-eenheden in detail staan beschreven. Beide initiatieven zijn inmiddels opgestart en worden de komende jaren doorgevoerd.
Borgen van het gedachtengoed in het NFM
Het Nederlandse en Britse raamwerk van de nieuwe SAAF-identiteit, in combinatie met het gezamenlijke aanbod van een UK/NL ATF ten behoeve van NAVO's regionale plannen, resulteerde in een nauwe gezamenlijke betrokkenheid bij de herziening van de NAVO-verdedigingsplannen in 2025. Hierbij werd tevens nadrukkelijk de samenwerking gezocht met het U.S. Marine Corps. Deze inspanning, die nog niet volledig is afgerond, heeft geresulteerd in een SAAF-rol voor UK/NL ATF binnen een groter Amerikaans EAF-verband. Een mooi en gewenst resultaat.
Borgen van het gedachtengoed in onze eigen organisatie: Force Building
De grootste uitdaging van het transitieproces wordt gevormd door het daadwerkelijk omarmen van de nieuwe koers in de eigen organisatie. Een enorme klus die inspanning vraagt langs alle DOTMLPFI-factoren, en dus voelbaar is tot in de haarvaten van de organisatie.
De grootste uitdaging van het transitieproces wordt gevormd door het daadwerkelijk omarmen van de nieuwe koers.
Ten slotte
De resultaten van het Force Design-proces, de keuze voor inzet in het Hoge Noorden, de SAAF-missieprofielen en de daarbij benodigde capaciteiten zijn sinds juni 2025 geborgd in het eerder genoemde document CONEMP-LRF. Gezamenlijk met de inmiddels uitgewerkte SAAF-Capability Code's met onderliggende Mission Essential Task Lists (METL) vormen zij een stevig fundament voor de Force Building fase: het daadwerkelijke transitieproces waar het korps nu middenin zit.
Navolgende artikelen in deze mariniers-editie sluiten aan op dit verhaal. De doctrinaire uitgangspunten en het committeren aan oorlogsplannen vormen namelijk de leidraad en de stip op de horizon voor onder meer het ontwerp van het reservistenbestand, de nieuwe opleidings- en trainingssystematiek, onze investeringskeuzes, de door ontwikkeling van Standard Operating Procedures en Tactics, Techniques and Procedures bij sub-eenheden en de agenda van internationale samenwerking!
Noten
1 De Littoral Raiding Force is breder dan enkel het Korps Mariniers en omvat het gehele Navy Marine Corps team dat betrokken is bij de uitvoering van Amfibische Operaties binnen het CZSK.
2 'Future Littoral Operating Concept' van LTKOLMARNS Jan Willem van Dijk en Manuel Thomeer in Marineblad, mei 2019.
3 'Faselijn 2025, Het operationele raamwerk voor het Korps Mariniers' van LTKOLMARNS Patrick van Rooij en KOLMARNS de Wit in Marineblad 8, 2020.
4 'Force Design, Littoral Raiding Force, Combat operations from the Sea' van KOLMARNS Rob de Wit en LTKOLMARNS Emanuel Thomeer in Marineblad 2, 2022.
5 Zie het gerubriceerde document: CONEMP-LRF v1.0, KOLMARNS Emanuel Thomeer, Maritme Warfare Center, Juni 2025. Dit document beschrijft de gewenste organisatie, de gewenste capaciteiten, de beoogde missie profielen en de principes van het optreden van de LRF, en vormt als zodanig de basis voor de huidige reorganisatie, de lopende investeringen in de nieuwe generatie capaciteiten (schepen, connectoren, wapen systemen en verbindingsmiddelen etc.) en de verdere uitwerking van doctrine.
6 Zie ook: 'Uitdelen en Incasseren, 50 jaar UK/NL Amphibious Force' door KOLMARNS de Wit in Marineblad 3 UK/NLAF edition, 2023
7 Zie ook: 'Het Future Maritime Operating Concept, kenmerken en gevolgen in de operationele omgeving' door KLTZ Yvo de Haas in Marineblad Juli 2025.
8 'Het Future Maritime Operating Concept', in Marineblad Juli 2025.
9 Zie voor de exacte betekenis van deze doctrinaire termen onder meer: 'ATP-8 Doctrine for Amphibious Operations, Vol I' en 'ATP-3.2.1 Allied Land Tactics'.
Gerelateerd
Van Vlissingen naar Kamp Nieuw-Milligen
De keuze om in 2020 af te zien van de bouw van een marinierskazerne in Vlissingen en in plaats daarvan een kazerne te realiseren in de…
'Voor mijn staf bestaat geen twijfel en onze opdracht is duidelijk'
Voor velen is de MLD een minder zichtbare of soms zelfs een onbekend onderdeel van de Koninklijke Marine geworden door het afstoten van de…
Voortzettingsvermogen
Wie een oorlog wil winnen, zal over voortzettingsvermogen moeten beschikken. Het is een harde realiteit die na vier jaar strijd in…

