Antipiraterijmissies door de ogen van veteranen

Persoonlijke verhalen van militairen op uitzending

Door D. van Noordt MA


Abstract

Dit artikel duikt in de persoonlijke en vaak emotionele ervaringen van antipiraterij veteranen via de Interviewcollectie Nederlandse Veteranen (ICNV). Aan de hand van oral history wordt de beleving van militairen tijdens de missies bij Somalië in kaart gebracht. Lezers krijgen unieke inzichten in sleutelmomenten zoals de spectaculaire bevrijding van de Taipan door Hr.Ms. Tromp en de proactieve acties van Taskforce Barracuda, maar ook in de complexe ethische dilemma's rond gevangengenomen piraten en zeemansgraven. De geïnterviewden schetsen een diepgaand beeld van de dagelijkse gang van zaken, de impact van confrontaties en de onvergetelijke, soms onheilspellende, momenten op de open zee.


Mariniers laten zich afzakken op het containerdek van de Taipan, 5 april 2010 (foto: Mediacentrum Defensie)Mariniers laten zich afzakken op het containerdek van de Taipan, 5 april 2010 (foto: Mediacentrum Defensie)

Inleiding

Het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) te Doorn heeft vorig jaar 26 antipiraterijveteranen geïnterviewd. Deze gesprekken maken deel uit van de Interviewcollectie Nederlandse Veteranen (ICNV). De opnames nemen de luisteraar mee in de belevingen van betrokken militairen: van de dagelijkse gang van zaken tot aan het bevrijden van gekaapte schepen. Het kunnen horen van de stemmen van de geïnterviewden, inclusief hun emoties, accenten en soms beladen stiltes, is de kracht van oral history. Deze vorm van geschiedschrijving documenteert de belevingen van verscheidene groepen mensen, in dit geval veteranen.

 

Onderzoekers die de collectie gebruiken, waaronder historici, sociologen en antropologen zijn zich bewust van de subjectiviteit van de mondelinge bronnen. Herinneringen zijn immers niet altijd werkelijkheid. De interviews zijn wel uiterst geschikt om een kijkje te bieden in hoe veteranen hun uitzendingen persoonlijk beleefden. In dit artikel laat ik daarom de stemmen van enkele geïnterviewden horen om inzicht te bieden in de verscheidene manieren waarop zij hun antipiraterijmissies hebben ervaren. Het NLVI archiveert deze en nog vele andere interviews en stelt ze online beschikbaar, niet alleen vanwege hun historische en wetenschappelijke waarde maar ook om de erkenning en waardering voor veteranen te bevorderen.

Doelgericht op de open zee

‘Alleen maar prachtig mooie blauwe zee om je heen, zo ver je kijken kan’, reageert Sjoerd Hengst wanneer hem wordt gevraagd wat hem bijblijft van zijn missie.[i] De verwondering klinkt in zijn stem. ‘Urenlang over de reling staren en dan zie je in het water vliegende vissen honderden meters over het water gaan. Je kijkt in de diepte, en dan zie je schildpadden zwemmen. (…) Jezus, wat is dit allemaal prachtig.’ Hengst voer in 2014 op Zr.Ms. Evertsen bij de Hoorn van Afrika. In zijn rol als operatieassistent bezocht hij enkele ziekenhuizen in Tanzania om te verkennen waar patiënten eventueel terecht konden. De leefomstandigheden in de steden gaven Hengst naar eigen zeggen een hele andere kijk op de wereld. In de paar maanden dat hij aan boord was, werden er geen piraten opgepakt. De nabij noordoostelijk Afrika uitgevoerde antipiraterijoperatie Ocean Shield was voor Hengst een relatief rustige missie. ‘Missiegericht is er niks gebeurd. Maar ja, dat kan ook het doel geweest zijn. Door er te zijn, dat [piraterij] niet gebeurt. Dus misschien heb je het doel bereikt, hè.’

Antipiraterijmissies

Vanaf 2005 leefde piraterij in de Golf van Aden en de Hoorn van Afrika sterk op. De chaotische binnenlandse situatie in het arme Somalië dwong sommige inwoners ertoe tot piraterij over te gaan. Veel vissers zagen hun vangst verdwijnen door illegale buitenlandse visserij en zochten inkomsten door schepen en lading te kapen, de bemanning te gijzelen en aan betrokken reders losgeld te vragen. Als reactie hierop startten de NAVO en de EU in dit gebied meerdere missies om piraterij tegen te gaan, waaronder Operatie Ocean Shield en Operatie Atalanta. Nederland droeg hieraan bij en stuurde marineschepen en mariniers naar gebieden waar piraten actief waren.[ii]


‘Toen de Tromp het schip naderde openden piraten het vuur’


Kaping van de Taipan

Niet alle missies verliepen zo geweldloos als die van Hengst. Kelly Brandwijk en Patrick Scholte, destijds matrozen, hadden een heel andere ervaring. Zij voeren allebei op Hr.Ms. Tromp in april 2010. Scholte voerde zijn taken uit in de technische centrale toen het fregat op koers ging naar het Duitse containerschip Taipan, dat door Somalische piraten was geënterd. De crew had op tijd het vaartuig onklaar gemaakt en hield zich schuil in de safe room. Toen de Tromp het schip naderde openden piraten het vuur. Het fregat nam de Taipan daarop met .50-mitrailleurs onder vuur. Mariniers van de Unit Interventie Mariniers lieten zich via een touw uit een Lynx-helikoper op het gekaapte schip zakken, terwijl de brug werd beschoten door de Nederlanders. Als verbindelaar zat Brandwijk boven op het beeld en geluid dat werd teruggekoppeld naar het schip tijdens de bevrijdingsactie. Als takenboeker van twintig jaar oud maakte het indruk op haar. ‘We hadden nog nooit zoiets meegemaakt. Ik geloof dat het ook één van de allereerste bijzondere acties is geweest die we hebben gehad als marine in een hele lange tijd.’[iii] De bevrijdingsactie kwam in 2010 in het nieuws. De verrichtingen van de Tromp brachten de strijd tegen piraterij zo meer dan ooit onder de aandacht van het grote publiek.[iv]

Piraten na aanhouding op de Taipan (foto: MCD)Piraten na aanhouding op de Taipan (foto: MCD)

Inlichtingen

LTZ1 Anthonie Polet kreeg het nieuws over de dreiging voor de kaping van de Taipan mee vanuit Nederland wegens zijn rol als senior analist piraterij en antipiraterij bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). ‘Vanuit onze expertise vanuit het ministerie en vanuit defensie, heeft [de Tromp] voortijdig al kunnen sturen. Daar gaat het gebeuren, daar moet je naartoe.’[v] Zijn team heeft vanuit Nederland meerdere opdrachten aangestuurd om de locaties van zogeheten moederschepen in kaart te brengen. Piraten gebruikten namelijk dhows, kleine vissersschepen, om dichtbij koopvaardijschepen te komen en deze te enteren. Deze vaartuigjes bewogen zich af en aan bij een gedeeld moederschip. ‘We hadden de frequenties van de radio’s [van de piraten], dus wij konden zien waar die jongens naartoe gingen’, legt Polet uit. Mariniers schroefden ’s nachts ongezien bakens op de dhows. Door informatie uit radiofrequenties te combineren met deze zenders, wist Polet welke piraten aan boord waren en waar ze precies zaten. Dit maakte het mogelijk om tijdig aan te sturen op de bevrijding van de Taipan. Dergelijke acties mochten destijds enkel uitgevoerd worden op het water. Voor operaties op de wal bestond geen mandaat.

Taskforce Barracuda

Korporaal Arie Mulder vertelt over de eerste keer dat mariniers wél aan land kwamen: tijdens de destijds geheime operatie van Taskforce Barracuda in 2011. Het zou tevens de eerste keer zijn dat piraterij proactief, in plaats van reactief, bestreden werd. Kikvorsmannen (Special Forces Underwater Operators) van de Netherlands Maritime Special Operations Forces (NLMARSOF), speciale eenheden van het Korps Mariniers, werden in de nacht tot op een bepaalde afstand van de kustlijn gebracht. Zij gingen daar te water om explosieven te plaatsen op de moederschepen die op het strand lagen. Het marineschip dat erbij betrokken was, Hr.Ms. Zuiderkruis, was volledig verduisterd. ‘Dat is een hele aparte beleving’, reflecteert Mulder.[vi] ‘Normaal gesproken ben je zichtbaar en kunnen andere schepen reageren op jou. Als jij een zwarte vlek in de zwarte duisternis bent, dan kan dat niet.’ De piraten waren niet voorbereid op dergelijke acties, waar behoorlijk wat verkenning aan voorafging. Het kon voorkomen dat je meerdere dagen moest varen voordat je überhaupt ter plaatse was, om vervolgens te moeten controleren of het moederschip nog wel voor anker ligt. Om tijdens verkenning te camoufleren liet de Zuiderkruis het lijken alsof de brug op de achterkant stond, zodat het silhouet meer weg had van een koopvaardijschip. ‘Wat ook wel weer risico’s met zich meebrengt, want dat is juist weer interessant voor piraten’, vult Mulder aan. In zowel EU- als NAVO-verband hebben versterkte marinierseenheden van de sub-eenheid Taskforce Barracuda meermaals op deze proactieve wijze moederschepen en dhows onklaar gemaakt.[vii] Deze veranderde aanpak zorgde vanaf 2012 voor een merkbare afname in het aantal en de omvang van aanvallen door piraten.[viii]

Contact en confrontatie

Mariniers aan boord van het Landing Platform Dock (LPD) Hr.Ms. Rotterdam kregen op 24 oktober 2012 de opdracht een dhow te inspecteren die enkele honderden meters voor de kust lag. Matroos Chris Reijke bestuurde een van de van het LPD ingezette Rigid Hull Inflatable Boats (RHIB’s).[ix] ‘Het is heel gek’, vertelt betrokkene. ‘Het klinkt heel cliché zoals mensen zeggen, maar er hangt iets in de lucht. Je weet, er klopt iets niet.’ Hij vervolgt: ‘Het is net alsof het in één keer windstil werd. Onheilspellend stil. En toen werd er geschoten.’ Het vuur van de piraten werd beantwoord door de mariniers en door het vuurondersteuningsteam op de Rotterdam. Matroos Anne-Susan Sas was onderdeel van dit team.[x] Olievaten aan boord van de dhow vatten vlam. ‘Je zag dat schip in de fik staan en je zag mensen ervan afspringen. En dan realiseer je je ook weer, ja, die kunnen niet zwemmen’, vertelt ze. De RHIB’s voeren naar het reddeloze wrak en redden vijfentwintig drenkelingen uit het water: zowel piraten als gegijzelden.[xi] Een hutgenoot van Sas tolkte toen de gegijzelden werden ondervraagd. Hun verhalen over hoe ze behandeld werden door de piraten kwamen hard binnen: ‘Ik zie haar nog zo in die hut staan, dat ze niet wist waar ze het moest zoeken. Dat ze zei, ik kan dit niet meer.’ Met de piraten zelf ging het ook slecht. Sas stelt verbijsterd: ‘Al het leven is eruit. Dit is een mens. De ogen zijn open. Maar in die ogen is er niemand.’[xii]


‘Dit is een mens. De ogen zijn open. Maar in die ogen is er niemand’


Gevangen piraten aan boord

Eerdergenoemde Patrick Scholte maakte mee dat gevangengenomen piraten aan boord kwamen van een KM-schip. In de nacht van 1 op 2 april 2011 moest iedereen op de Tromp zijn bed uit. Scholte positioneerde zich vroeg in de ochtend onder het dek nabij het kanon.[xiii] Twee dekken boven Scholte was een snipernest opgebouwd. ‘Ineens hoorde ik die sniper schieten. Ik denk, wat is dit?’, herinnert Scholte zich. ‘Ik wist op dat moment nog steeds niet wat er aan de hand was, want dat krijg je ook niet mee. En ik hoor die sniper nog meerdere keren schieten en ik hoorde een MAG en ik denk, ho eens even, wat is hier aan de hand?’ Piraten hadden een Iraans visserschip gekaapt en gijzelden de zestien opvarenden. Toen het LCF en haar RHIB’s het vaartuig benaderden, werden de laatsten vanaf de dhow beschoten. De mariniers op de vaartuigen vuurden terug waarbij sluipschutters vanaf de Tromp hen steunden. De eerdergenoemde Kelly Brandwijk was ook aan boord van het fregat: ‘Gelukkig waren de gegijzelden ongedeerd gebleven. Die stonden op de bak, op de punt van de voorsteven stonden ze opgelijnd, maar die zijn ongedeerd gebleven.’[xiv] Bij het vuurgevecht kwamen twee piraten om. De mariniers arresteerden zestien van hen, waaronder enkele gewonden. Scholte vertelt: ‘Die stroom van gewonde piraten kwam naar ons toe. Daar waren we helemaal niet op voorbereid.’ Ze werden weliswaar verzorgd, maar ze waren nog niet gefouilleerd. Die taak pakte Scholte op. Ook Brandwijk werd toegevoegd aan het team dat deze piraten moest bewaken.

Gevangenneming van piraten door mariniers. Op de achtergrond Hr.Ms. Tromp, maart 2010 (foto: MCD)Gevangenneming van piraten door mariniers. Op de achtergrond Hr.Ms. Tromp, maart 2010 (foto: MCD)

Contact maken met de gevangenen was niet mogelijk omdat de piraten niet mochten praten, ook niet onderling, vertelt Scholte.[xv] Wel hielden Scholte en Brandwijk de gevangenen continu in de gaten. Dus ook als de piraten douchten, naar de wc moesten of aten. Het plastic bestek dat werd uitgereikt moest allemaal weer terug, zodat de Somali’s het niet konden achterhouden. Voor Mustafa Verkleij zijn deze werkzaamheden herkenbaar.[xvi] Zijn hoofdfunctie aan boord was kok, maar hij werd gevangenenbewaarder toen Hr.Ms. Van Amstel in 2012 piraten opbracht. De eerste 48 uur na de arrestatie stond Verkleij continu ‘aan’, mede om de administratieve intake te verzorgen. Hiertoe behoorde onder andere het afnemen van vingerafdrukken en het maken van foto’s. De piraten werden niet kalmer. ‘Ze bleven uitproberen’, vertelt Verkleij. ‘Kijken tot hoever ze konden gaan, wat ze voor elkaar konden krijgen. En echt wel uitlokken. Of gewoon eten naar je gooien.’ Boordruimtes dienden goed gecontroleerd te worden voordat gevangenen ze betraden. Desondanks was een nautisch mes blijven liggen naast de trap waar een gevangene op liep. Doordat Verkleij snel handelde, kon de piraat het mes niet bemachtigen. Uit deze getuigenis blijkt hoe belangrijk een secure voorbereiding is.

Hongerstaking

De gevangen piraten dienden ook medisch gecontroleerd te worden wanneer zij aan boord kwamen. LTZ1 Alexander Borsboom was stafarts op Hr.Ms. Evertsen toen het schip in zijn herinnering tien piraten ving.[xvii] Vastgeketend aan het dek gingen de piraten in honger- en dorststaking. ‘Bij 40 graden op het dek gaat dat hard’, grinnikt Borsboom wanneer hij terugdenkt. Met hulp van een tolk legde hij de gevangen piraten uit wat er gebeurt met het menselijk lichaam in een dergelijke situatie. ‘Binnen een uur ging de eerste overstag, want die begon toch wel heel veel krampen en pijn te krijgen. (…) Dat bleek dus het baasje van die groep te zijn. Toen [hij] overstag [ging], toen deed de rest daar ook in mee. Dus toen was het probleem opgelost.’ Borsboom wist op deze manier te voorkomen dat de piraten aan boord zichzelf verdere schade toebrachten. KLTZ (AR) Rob Leemans verzorgde als militair chirurg ook piraten.[xviii] Hij diende in 2012 op de Evertsen. Enkele gevangen piraten waren verwond bij eerdere acties waarna hij een aantal kleine operaties uitvoerde en een patiënt met een infectie verzorgde. ‘In alle rust hebben we die kunnen behandelen. Het was een vrij snelle actie, dus alles deed zich in een aantal uren voor. Want het was bekend waar die dhow was. Ook door het goede inlichtingenwerk en dat soort zaken.’ Een andere taak die hij vanuit zijn medische rol verrichtte, was het bezoeken van ziekenhuizen in havens om in kaart te brengen waar eventuele gewonden heengebracht konden worden. Ook bracht hij advies uit aan de scheeparts van een Frans schip waar hij op consult was gevraagd.


‘Je kan niet altijd ingrijpen wanneer je dat wil’


Dagelijks leven aan boord

Je kan niet altijd ingrijpen wanneer je dat wil, stelt sergeant-majoor Klaas Uil.[xix] Toen Hr.Ms. De Ruyter een gekaapt schip benaderde en zich voorbereidde op interventie, bleek de reder van het gekaapte schip bereid te zijn losgeld te betalen. Voor het schip restte niets anders dan de koers aan te passen. ‘Als je wegdraait terwijl je weet dat je ervoor bent om het op te lossen, dat doet echt zeer hoor.’ Aan boord ging de dagelijkse gang van zaken gewoon door. Uil omschrijft zijn routine: opstaan, eten en daarna gelijk met de technische dienst om de tafel zitten om onderhoudszaken op het schip te bespreken. Als systeemchef energie was hij verantwoordelijk voor de energievoorziening op het schip. Vooral de energiediesels vergden veel aandacht van Uil. Iedereen aan boord had zijn of haar eigen taken. ‘Je bent eigenlijk een dorp. Dat dorp heeft allerlei kanten en er gebeurt altijd van alles wat. Je gaat naar de bakkerij (…), of je gaat even naar de kombuis, waar iedereen kookt, of je gaat naar de nautische dienst toe.’ Uil vindt dat je bij de marine in één leven eigenlijk twee keer leeft. ‘Als je aan boord van dat schip stapt, dan heb je je leven. En als je er weer afstapt en je komt thuis, dan heb je ook weer je leven.’ Klaas lacht: ‘Ik heb het dubbele aantal er al op zitten bijna’.

Hr.Ms. Evertsen in de haven van Djibouti, augustus 2008 (foto: S. Hilckman | MCD)Hr.Ms. Evertsen in de haven van Djibouti, augustus 2008 (foto: S. Hilckman | MCD)

Zeemansgraf

Maandenlang op elkaars lip zitten kan gaan schuren, merkt geestelijk verzorger Bart Hetebrij op.[xx] Hij maakte in 2012 deel uit van het medische team van de Hr.Ms. Evertsen. Hij sprak collega’s over onderlinge menselijke conflictjes, maar ook over grotere vragen. Waar sta je nu in het leven? Hoe zie je je toekomst voor je? En hoe past zo’n missie daar dan in? Tijdens de missie van Hetebrij nam de Evertsen piraten gevangen die aan boord van hun dhow een menselijk lichaam op ijs hadden gelegd. Waarschijnlijk was het een van hun kameraden. Hetebrij bereidde de uitvaart voort. Hij verplaatste zich naar de dhow. ‘Ik kon ook niet staan, want [de zee] ging zo tekeer, dus ik ging zitten. (…) Een paar mensen hebben toen het lichaam in een zak gedaan met een stuk lood erin.’ Hetebrij sprak enkele woorden, waaronder:

Het water is een oersymbool – als levensstroom,
vruchtwater van de geboorte – het begin van het leven,
water dat zuivert,
water wat in alle religies leven
en dood met elkaar verbindt.

Aan dit water willen we
deze man toevertrouwen
en daarmee aan zijn God
die voor hem de bron is
van alles wat leeft.

Hopen we dat zijn leven verder mag gaan dan deze dag
in de eeuwige stroom van het leven.[xxi]

De tolk sprak gebeden uit, waarna het lichaam rechtstandig naar beneden te water ging.

Ook Willem Stevens heeft ervaring met zeemansgraven. In 2009 voer hij op de Evertsen en in 2012 op de Johan de Witt: ‘Dan moet ik uitkijken dat ik niet alles door elkaar heen haal, want ik heb twee missies gedraaid [bij Somalië]. De eerste, volgens mij was dat de eerste. Of de tweede, weet ik niet meer. Maakt niet zoveel uit.’ [xxii] Op een van deze missies vond zijn team het stoffelijk overschot van een piraat in de koeler van een dhow. Stevens stopte samen met een collega het lichaam in een lijkenzak en legde het op witte lakens. Tijdens zijn getuigenis over deze ongewone situatie kun je horen dat Stevens zich nog steeds niet goed een houding weet te geven. Hij vertelt serieus en kalm, met soms een plotselinge nerveuze lach. ‘De tolk kwam met zijn verhaal, met religieuze woorden. We hadden de tranen in de ogen staan van het lachen, dat zal wel een bepaalde spanning zijn, dat weet ik nog heel goed. (…) Totdat onze eigen vlootgeestelijke zijn verhaal deed en dan werd je opeens stil. Dan dacht je van niemand weet wie het is, je weet niet of hij kinderen heeft, je weet helemaal niks. Hij is gedwongen, dat weet je zeker natuurlijk, die mensen.’

Integratieoefening Ocean Shield op Hr.Ms. Rotterdam, 22 mei 2012 (MCD)Integratieoefening Ocean Shield op Hr.Ms. Rotterdam, 22 mei 2012 (MCD)

nlvi logoDe Interviewcollectie Nederlandse Veteranen (ICNV) bevat ruim 1400 interviews met Nederlandse veteranen die hebben deelgenomen aan oorlogen en missies vanaf mei 1940 tot heden. Ruim 1000 van deze gesprekken zijn na het aanmaken van een account volledig te beluisteren via www.veteranenvertellen.nl. De ICNV is de grootste digitaal toegankelijke historische interviewcollectie van Nederland. Ben je veteraan en wil je ook bijdragen aan het vergroten van de kennis over veteranen en de Nederlandse militaire geschiedenis? Neem dan contact op via .

 

Noten

[i] Nederlands Veteraneninstituut (NLVi), Interviewcollectie Nederlandse Veteranen (ICNV), 1866.

[ii] Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Maritieme Antipiraterij Operaties Somalië, 1-9;
Ministerie van Defensie, Eindevaluatie: Nederlandse inzet in de antipiraterijoperaties Atalanta en Ocean Shield van september 2011 tot en met december 2012, 24 september 2013, 1-34;
Dr. Q.J. van der Vegt en dr. A. ten Cate, ‘De cirkel rond: het Korps Mariniers terug op het water’, Militaire Spectator 184 (2015) 12, 521-534.

[iii] NLVi, ICNV, 1858 en 1876.

[iv] Vegt en Ten Cate, ‘De cirkel rond’, Militaire Spectator.

[v] NLVi, ICNV, 1872 en 1873.

[vi] NLVi, ICNV, 1883.

[vii] Vegt en Ten Cate, ‘De cirkel rond’, Militaire Spectator.

[viii] Coen Hopperus Buma en Sebastiaan Rietjens, ‘Op Koers Dankzij een Zee aan Informatie: de Doorslaggevende Rol van Inlichtingen tijdens de Anti-piraterijmissies’, Marineblad, mei 2021, 16-21, aldaar 18.

[ix] NLVi, ICNV, 1874.

[x] NLVi, ICNV, 1875.

[xi] J.A. Hennis-Plasschaert, ‘32 706 Beveiliging zeevaartroutes tegen piraterij. Nr. 37 brief van de minister van defensie.’, Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2012-2013.

[xii] NLVi, ICNV, 1875.

[xiii] NLVi, ICNV, 1876.

[xiv] NVLi, ICNV, 1858.

[xv] NLVi, ICNV, 1876.

[xvi] NLVi, ICNV, 1880.

[xvii] NLVi, ICNV, 1857.

[xviii] NLVi, ICNV, 1869 en 1870.

[xix] NLVi, ICNV, 1879.

[xx] NLVi, ICNV, 1867.

[xxi] Bart Hetebrij, voordracht, 2012.

[xxii] NLVi, ICNV, 1877.

 

Gerelateerd

Voortzettingsvermogen

01 jul 2026

Wie een oorlog wil winnen, zal over voortzettingsvermogen moeten beschikken. Het is een harde realiteit die na vier jaar strijd in…

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave