Maximaliseren van gevechtskracht

Voorwoord groepscommandant KTZ Klaasjan Schipper bij het themanummer 'Groot Bovenwater'

Ongeveer anderhalf jaar geleden zat ik met de staf Groot Bovenwater (GBW) in het idyllische Eernewoude voor een teamtraining. U kent het waarschijnlijk wel: visie, missie, taken en verantwoordelijkheden, focus aanbrengen. Of met andere woorden: we kijken in de spiegel en vragen ons af waarvoor wij eigenlijk op aard zijn. Wij hebben toentertijd vastgesteld dat de staf GBW er is om de gevechtskracht van onze eenheden te maximaliseren; nu en in de toekomst. Dat mission statement is een mooi startpunt voor mijn column in voorliggend themanummer van het Marineblad, want het geeft haarscherp aan voor welke uitdagingen we staan en met welke urgentie we deze uitdagingen moeten aanpakken.

 

Met één been in het heden, met het andere been in de toekomst. Dat suggereert een soort van spagaat, waarbij lenigheid, flexibiliteit en misschien ook wendbaarheid essentiële voorwaarden zijn om in de juiste richting(en) voorwaarts te gaan. Het is de kunst om onze balans te bewaren, de juiste keuzes te maken of prioriteiten te stellen, om daarmee niet alleen onze afschrikking op de korte termijn te maximaliseren, maar ook onze gevechtskracht voor de toekomst zeker te stellen.

In de komende tien tot vijftien jaar wordt een zeer groot deel van de huidige vloot vervangen en stromen het Multi-role Support Ship (MSS), het Anti Submarine Warfare Frigate (ASWF), het Amfibisch Transportschip (ATS) en de Future Air Defender (FuAD) in. Noodzakelijke en essentiële vervangingsprojecten, die de bestaande capaciteiten gaan vervangen en de gevechtskracht van de vloot zullen gaan versterken. Maar ook het toevoegen van een strategische deep strike-capaciteit (Tomahawk) past in dit plaatje. Over het uitvoeren van de zogenaamde First of Class-lancering (FoCaL) aan boord van Zr.Ms. De Ruyter kunt u verderop in dit themanummer overigens meer lezen. Dat betekent dat we aan de vooravond staan van een forse en significante transitie, die veel zal gaan vragen van vrijwel alle organisatiedelen binnen CZSK. Deze transitie binnen de groep GBW is overigens al begonnen met de instroom van het Combat Support Ship (CSS), Zr.Ms. Den Helder; een prachtig schip waarmee we ons toekomstige voortzettingsvermogen van de vloot maximaal gaan ondersteunen.

Naast de transitie op het gebied van grootmaterieel gaan we ook op het gebied van IT (bijvoorbeeld het project GrIT en FOXTROT) en op het gebied van vastgoed volop in transitie naar een robuuste, effectieve en toekomstbestendige CZSK-organisatie. Alles bij elkaar zullen we op personeelsgebied en op het vlak van bijvoorbeeld de bedrijfsvoering stappen moeten zetten. Daar wordt binnen de doorontwikkeling OD, TD en LD verder invulling aan gegeven. Integraal ‘transiteren’ zal het motto zijn gedurende de komende jaren zullen we maar zeggen.


'Het vullen van onze operationele eenheden met enthousiast en vakbekwaam personeel heeft voor mij als GC GBW altijd de hoogste prioriteit’


Naast een toekomstblik, bereidt CZSK zich voor de (relatief) korte termijn ook voor op een potentieel conflict. Gereedstelling voor Hoofdtaak 1 loopt parallel aan, en hand in hand met de transitie naar de toekomst. Uitgangspunt is om onze afschrikking te maximaliseren en mocht het aankomen op een gevecht, om dan dat gevecht te kunnen winnen. Een tweede plek telt niet, en daarom leggen we focus op het verbeteren van de gevechtskracht van de huidige vloot en voegen we versneld een aantal essentiële capaciteiten toe dien de gevechtskracht nog verder vergroten. Waar hebben we het dan concreet over? Een korte – en zeker niet uitputtende - bloemlezing.

  • Onze huidige vloot wordt er niet jonger op en zal tot in het volgende decennium door moeten. Dat betekent onder andere dat obsolescence een uitdaging vormt, met name op het M-fregat en het LCF, maar ook op andere GBW-eenheden. Raakt obsolescence de gevechtskracht, dan wordt daar nu in toenemende mate prioriteit bij gelegd, bijvoorbeeld binnen DMI, maar ook binnen Wapensysteem Management (WSM). Focus ligt op de instandhouding van onze ASW-capaciteit op het M-fregat en op de instandhouding van onze IAMD-capaciteit op het LCF.
  • Om onze operationele eenheden te voorzien van aanvullende functionaliteiten worden versneld een aantal capaciteiten uitgerold over de vloot (MGM & GBW). Uiteraard is unmanned, alsook het counteren van onbemande systemen, een gebied waar, gezien de diverse recente conflicten, met de benodigde urgentie naar gekeken wordt. De V-BAT is een concreet voorbeeld van een onbemande capaciteit (UAS) die in 2026 versneld zal worden toegevoegd aan de onbemande gereedschapskist cq. toolbox voor de vloot en het Korps Mariniers. Er gaan zonder twijfel nog vele verschillende autonome en onbemande systemen volgen. Met de ophanden zijnde oprichting van het Expertisecentrum Onbemande Systemen (ECOS) komt een versnelling op het gebied van onbemande systemen binnen CZSK en ook op het gebied van counter UAS (C-UAS) maken we versneld stappen in de goede richting. Eenheden (MD & GBW) die hebben deelgenomen aan de operatie Orange Shield (bescherming NATO Summit 2025) waren uitgerust met een diversiteit aan nieuwe systemen – bijvoorbeeld de Dillon minigun - waarbij met name de ervaringen met het C-UAS systeem dat aan boord geplaatst was van Zr.Ms. Tromp interessant zijn. Een operationele evaluatie zal ons daar ongetwijfeld snel meer over zeggen. Tot slot zullen vóór 2030 ook naar verwachting vier MSSen (van de Roofdierklasse) inclusief diverse modulaire wapensystemen (IAMD, EW, Long Range Loitering Munitie (LRLM), Seabed Warfare (SBW)) instromen in de vloot. Dit concept brengt additionele en flexibele high-end slagkracht op zee, maar is ook beschikbaar voor het beschermen van onze kritische infrastructuur op de Noordzee. Gezien de innovatieve aard van het MSS-concept wordt dit project internationaal met belangstelling gevolgd. Op dit moment vereist de urgentie voor de introductie van nieuwe systemen met name maximale snelheid. Deze snelheid gaat, gezien de ontwikkelingen op geopolitiek vlak, boven nauwkeurigheid of volledigheid. Het feit dat we in een later stadium eventueel nog een reparatieslag moeten uitvoeren om bepaalde deelaspecten binnen een keten te borgen, accepteren we op dit moment.
  • Het LCF levert de noodzakelijke gevechtskracht op het gebied van (force) AAW, maar ook hier spelen – gezien de leeftijd van de eenheid en haar SEWACO-systemen – obsolence en verminderde operationele relevantie een rol; zeker als we in ogenschouw nemen dat we waarschijnlijk tot ongeveer 2035 moeten doorvaren met de huidige klasse. Om de diverse LCFen tot aan hun End Life of Type (ELOT) operationeel relevant te houden, is het instandhoudingsprogramma (IP)2 LCF in het leven geroepen. Vanuit IP2 LCF rollen we een groot aantal modifacties uit, variërend van een nieuwe EW-suite tot het Naval Strike Missile, van een nieuwe APAR Block II (voor LCF-3 en LCF-4) tot aan een nieuw Leonardo 127mm kanon en het RAM-systeem ten behoeve van zelfverdediging. Het doel van IP 2 LCF is dus niet alleen om obsolescence issues op te lossen, maar ook om de operationele relevantie te borgen tot aan het einde van de levensduur van het LCF.

Bovenstaande snapshot maakt duidelijk dat voor de aankomende jaren meer dan voldoende werk op de plank ligt. Veel werk dat we moeten plannen en uitvoeren in tijden van personele schaarste, die ons bijna dagelijksklaasjan schipper noodzaakt de juiste keuzes te maken. Wat doen we nu en wat kan er misschien later? Doen we de dingen goed? Gelukkig loopt de instroom van nieuw personeel op vele vlakken voorspoedig, maar het zal tijd vergen tot de personeelsopbouw kwantitatief en kwalitatief weer volledig op orde is. Als ik puur kijk naar de vulling aan boord van de operationele eenheden, dan ben ik trots op de manier waarop we nieuw personeel omarmen, maar maak ik me ook zorgen over de vulling van diverse categorieën, de zogenaamde knelpuntscategorieën. Gaten in een bemanningslijst van een eenheid raken direct de operationele gereedheid en dus de maritieme gevechtskracht. We werken als CZSK hard aan een evenwichtige personeelsopbouw, maar soms is de realiteit weerbarstig en werkt de wet van de kleine getallen niet in ons voordeel. Uitval van één SGT ODVB netwerkbeheerder, van één SGT TD SEWACO of van één HOD/EO, is met de huidige schaarste soms moeilijk op te vangen, raakt direct onze personele gereedheid en maakt pijnlijk duidelijk hoe dun we in bepaalde categorieën op het ijs staan.  Wat dat betreft is en blijft het alarmfase 1. Doel is om kwantitatief en kwalitatief te (blijven) groeien. Krimpen is geen optie! Groeien – naar 100.000 mannen en vrouwen in 2030 is randvoorwaardelijk om de gevechtskracht van onze eenheden, nu en in de toekomst, te kunnen garanderen. Nieuwe arbeidsplaatsen schieten links en rechts uit de grond; noodzakelijk voor een robuuste en toekomstbestendige defensie (die de operationele eenheden effectief ondersteunen). Het vullen van onze operationele eenheden met enthousiast en vakbekwaam personeel heeft voor mij als GC GBW echter altijd de hoogste prioriteit. Een scheepsbemanning gaat immers naar zee om dat wat ons dierbaar is te beschermen. Aan ons allen de taak om niet alleen de materiele gereedheid op orde te brengen, maar ook de personele gereedheid. Onze mensen bepalen in ultimo het verschil tussen winst en verlies; tussen goud en zilver.

De toekomst bestaat – net zoals in het verleden het geval was - uit uitdagingen maar zeker ook kansen. Het geeft positieve energie om samen de verschillende uitdagingen het hoofd te bieden, de kansen te verzilveren, en samen te bouwen aan een Koninklijke Marine waar iedereen meehelpt aan het maximaliseren van onze operationele slagkracht: nu en in de toekomst!

Dit artikel is geschreven als voorwoord van groepscommandant KTZ Klaasjan Schipper bij het themanummer 'Groot Bovenwater', Marineblad (juli 2025).

 

Gerelateerd

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave