Durf te innoveren met wat we hebben
En dat begint in het nieuwe politieke speelveld
Nu de vervanging van de Walrusklasse eindelijk in kannen en kruiken lijkt te zijn, kan de marine met enig vertrouwen naar zijn toekomstige ruggengraat kijken: de eerste Vlissingenklasse komt eraan, Damen en Thales kunnen aan de slag met de nieuwe ASW-fregatten en de enorme Future Air Defenders en NAVAL krijgt de order om vier nieuwe onderzeeboten te bouwen. Daarmee komt een heel nieuwe generatie oorlogsschepen de vloot binnenstromen. Niet dat hiermee jaren aan kaalslag worden goedgemaakt.
Het zouden er om te beginnen wel wat meer mogen zijn; twee Nederlandse ASW-fregatten is niet veel en de Noren concluderen nu net als wijzelf tijdens de Koude Oorlog dat je toch echt zes onderzeeboten nodig hebt om een gezonde onderzeedienst te garanderen. Het bemensen van die schepen wordt ongetwijfeld ook een serieuze opgave. Om over voldoende wapens voor een oorlog met Rusland maar te zwijgen. Het openhouden van de Rode Zee tegen de aanvallen van een vierderangs actor illustreert pijnlijk duidelijk hoeveel munitie daarvoor al nodig is.
Maar die nieuwe schepen zullen pas over jaren beschikbaar zijn en in de nabije toekomst zullen we het moeten doen met wat we nu hebben. En dat is niet veel. Met drie en straks twee verouderende Walrusklasse onderzeeboten is onze onderzeedienst een schaduw van wat die zou moeten zijn. Onze M-fregatten beginnen langzamerhand ook op leeftijd te raken en eigenlijk zijn alleen de LC-fregatten echt modern te noemen, mits gemoderniseerd. Nederland staat hier natuurlijk niet alleen in. Onze naaste Europese bondgenoten hebben ook jarenlang van het vredesdividend gesnoept. En zelfs in de Verenigde Staten is het aantal schepen onrustbarend geslonken, terwijl China het ene na het andere schip van stapel laat lopen. Van de andere kant van de oceaan komt dan ook heel duidelijk de expliciete waarschuwing dat wij onze conventionele verdediging zelf op orde moeten hebben – wie er ook in het Witte Huis zit.
Dus is wachten op die toekomstige schepen niet genoeg. We zullen nu aan de gang moeten gaan om de marine – en al onze strijdkrachten – te versterken met wat we nu hebben. Eerst en vooral betekent dat natuurlijk dat we de schepen die we nog hebben allemaal goed uitgerust, bewapend en bemenst in kunnen zetten. Maar er is meer nodig. En dat zal vragen om onconventionele oplossingen, waarvoor we onze vredestijdmentaliteit van ons af moeten schudden en defensieprojecten op een veel gedurfdere manier aan moeten vliegen.
Daarbij kijk ik eerst naar de politiek. We hebben nu een nieuwe minister en staatssecretaris, die het speelveld vorm kunnen geven. Het lijkt mij dat de combinatie van fris élan en enthousiasme, politiek vakmanschap en militaire kennis van zaken die Ruben Brekelmans en Gijs Tuinman met zich meebrengen in deze gevaarlijke tijden goed van pas zullen komen. Maar ik vraag eigenlijk aan de gehele politiek om durf. Durf om ruimte te creëren waarin onze strijdkrachten in nauwe samenwerking met kennisinstituten en industrie snel kunnen schakelen. En dat is heel wat, want dat betekent dat we risico’s zullen nemen en onvermijdelijk wat uitglijders zullen maken; als je nieuwe ideeën in realiteit probeert te veranderen, ontkom je er niet aan dat je (soms domme) vergissingen maakt. Van de bewindslieden is rugdekking nodig, van de oppositie een faire opstelling, waarin iedereen zich beseft dat niet alles perfect zal lopen en daarop ook niet genadeloos afgerekend zal worden.
Maar ik kijk ook heel expliciet naar de strijdkrachten, de kennisinstituten en de industrie om innovatie van de bovenste plank te realiseren. Wij moeten met de middelen die we nu hebben oplossingen vinden voor de problemen die er nu zijn. Dat vraagt om durf om te experimenteren, organisaties die open staan voor ideeën van onderaf en bovenal, het aanpassen van de op vredestijd gebaseerde procedures aan wat in een tijd van herbewapening nodig is – dit laatste is natuurlijk iets wat ook ver boven het puur Nederlandse niveau opengebroken moet worden. Neem de integratie van wapens met de F-35: vanzelfsprekend zijn er vaak ongelofelijk complexe technologische hobbels te nemen en zijn er zaken die je niet kan overhaasten, maar in plaats van ‘onmogelijk’ moet het antwoord veranderen in ‘we kijken hoe we dat kunnen doen’.
Een goed voorbeeld van hoe het moet kunnen is hoe Barnes Wallis tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ideeën in realiteit kon omtoveren. Hoewel een stuiterende bom om schepen en dammen mee aan te vallen op het eerste gezicht waanzinnig leek, kreeg hij toch de ruimte om dit plan uit te werken en daarmee kon de RAF uiteindelijk de drie grote dammen bij de Eder, de Möhne en de Sorpe aanvallen – een wapenfeit dat zo heroïsch was dat het 617 Squadron zichzelf nog altijd de Dambusters noemt. Het succes hiervan gaf Barnes Wallis voldoende krediet bij het Air Ministry om daarna ook nog eens met de Tallboy en Grand Slam ‘aardbevingsbommen’ op de proppen te komen. Wapens die in vredestijd waarschijnlijk nooit werkelijkheid waren geworden, omdat ze te buitenissig waren. En dat allemaal binnen een paar jaar.
‘Cruciaal is dat we in dit hele proces genoegen willen nemen met 80%-oplossingen die ‘goed genoeg’ zijn om het veld in te gaan: snelheid en beschikbaarheid worden nu belangrijker dan perfectie’
Cruciaal is dat we in dit hele proces genoegen willen nemen met 80%-oplossingen die ‘goed genoeg’ zijn om het veld in te gaan: snelheid en beschikbaarheid worden nu belangrijker dan perfectie. Ook dat is een grote sprong die nog moeilijker wordt, doordat het om mensenlevens gaat en met gemeenschapsgeld gefinancierd wordt. Maar de realiteit in Oekraïne laat ons maar al te goed zien dat die snelheid en beschikbaarheid het verschil maken. Als Kiev gewacht had tot hun met de R-360 Neptune-raketten uitgeruste kustverdedigingseenheid volledig gevechtsklaar en optimaal getraind was geweest, dan is er een goede kans dat de Russische Moskva de Zwarte Zee nog altijd onveilig had gemaakt. En was er al helemaal geen sprake geweest van het terugdringen van de Russische Zwarte Zee vloot met explosieve USV, waarvan elke generatie gebruikt wordt om de volgende generatie verder te verbeteren, terwijl de Russen hun best doen om hun enorme achterstand in te halen en hun schepen van wapens en sensors te voorzien om ze uit te kunnen schakelen. En gebruik maken van klassieke methodes als blokschepen en barrières om de Oekraïense USV tegen te houden. Het is geen domme oplossing als het werkt.
We moeten dus doorpakken. De schepen die in de toekomst de Nederlandse marine komen versterken zullen nog jaren op zich laten wachten en we moeten onze slagkracht nu verhogen. Hier moeten we met man en macht de schouders onder zetten en elkaar kritisch de ruimte geven om het hele potentieel van de Nederlandse marine, kennisinstituten en industrie te ontsluiten. Dat zal van iedereen om durf en inspanning vragen. Maar één blik op X (voorheen Twitter) en de stroom van diepe droefenis bij de ellenlange reeks begrafenissen van Oekraïense soldaten zou genoeg moeten zijn om te beseffen dat dit een bittere noodzaak is. Cito, cito, citissime, cito.
Meer gastcolumns van Frederik Mertens
F.L.A. (Frederik) Mertens MA is militair historicus en werkzaam als Strategisch Analist op de afdeling Defence, Safety and Security van TNO.


